Eerst kopen, dan pas nadenken over betalen

Consumenten gaan steeds gemakkelijker schulden aan en komen daardoor ook vaker in aanraking met incassobureaus en deurwaarders. „Als het geld er niet is, dan is het er niet.”

De Rotterdammer bij wie kandidaatsdeurwaarder Tanja van der Vlugt langsgaat omdat hij een maand met zijn huur achterloopt, is verbaasd haar te zien. „Ik heb gewoon automatische incasso. Dus hoe kan dit dan?” Van der Vlugt legt uit dat als er onvoldoende saldo op zijn rekening staat, die incasso niet doorgaat. „Ik zou dat bedrag maar betalen voordat de zaak voor de rechter komt. Daarna kost het je veel meer geld.”

Hoewel Nederlanders meer te besteden hebben, betalen ze hun rekeningen niet sneller. Uit onderzoek van Groep Gerechtsdeurwaarders Nederland (GGN) blijkt dat in 2006 53 procent van de Nederlanders rekeningen wel eens te laat betaalde. Dat is ten opzichte van de 51 procent in 2005 een lichte stijging. Het aantal huishoudens waar het inkomen steeg (30 procent), was echter voor het eerst in drie jaar groter dan de groep huishoudens waar het inkomen daalde (20 procent).

Van der Vlugt, werkzaam voor de Rotterdamse vestiging van GGN, ziet die onderzoeksresultaten in de praktijk terug. Schulden hebben is volgens haar de laatste jaren gewoner geworden. „Vroeger spaarde je voor je iets kocht. Nu kijken mensen wat ze willen hebben en daarna pas hoe ze het gaan betalen.”

Lenen en kopen op afbetaling is te gemakkelijk in Nederland, vindt 93 procent van de huishoudens, blijkt uit hetzelfde GGN-onderzoek. Afbetalingsregelingen lijken aanvankelijk aantrekkelijk. Maar na een of twee jaar vliegt de rente omhoog van 2 naar 8 procent. En postorderbedrijven verkopen niet langer alleen kleding, maar bieden ook computers, plasmaschermen en laptops op afbetaling aan. Consumenten zijn daardoor jarenlang aan het afbetalen, vaak aan allerlei bedrijven tegelijk.

Wanneer de facturen zich opstapelen, gaat het mis. Rekeningen blijven liggen, er ontstaat huurachterstand en mensen raken de grip op hun financiële situatie kwijt. In Nederland hebben volgens het ministerie van Sociale Zaken tussen de 100.000 en 150.000 huishoudens ‘risicovolle schulden’. Driekwart van die huishoudens heeft een totale betalingsachterstand van onder de 5.000 euro. Ongeveer 22 procent heeft hogere achterstanden. De helft van die schulden is groter dan 15.000 euro.

Een deel van de openstaande bedragen bestaat uit toeslagen en tarieven die incassobureaus hebben berekend. De tarieven die een deurwaarder mag rekenen voor zijn diensten, zijn wettelijk vastgelegd. Die van incassobureaus niet. Het resultaat daarvan is dat er malafide bureaus opstaan die extreem hoge commissies rekenen. Dat is echter geen grote groep, zegt voorzitter Jet Creemers van de Nederlandse Vereniging voor Incasso-Ondernemingen (NVI). Van de 500 à 600 incassokantoren die Nederland telt, zijn er slechts dertig aangesloten bij de NVI. Die dertig nemen wel circa 80 procent van alle incasso’s voor hun rekening, schat Creemers. Alleen kantoren die voldoende transparant en professioneel te werk gaan, kunnen lid worden.

Naast de grote kantoren zijn honderden kleinere bedrijven werkzaam in de incassosector. Veel bureaus noemen zichzelf geen incassobureau, maar credit manager of administratiekantoor. Voor alle bureaus geldt dat zij beperkte mogelijkheden hebben om consumenten tot betaling te dwingen. Wettelijk gezien mogen zij niets meer dan telefoontjes plegen en dreigende brieven versturen.

Maar boze brieven hebben geen zin meer als schuldenaren hun brievenbus al maanden niet meer legen. De gang naar de deurwaarder is de volgende stap. Als de schuldeiser een gerechtelijke procedure opstart, mag de deurwaarder het vonnis in de vorm van beslaglegging of ontruiming uitvoeren. Hij maakt afspraken over betalingsregelingen. Worden die niet nagekomen, dan taxeert hij de waarde van het bezit van de schuldenaar en legt eventueel beslag op televisies, computers of andere waardevolle spullen.

Deurwaarders zijn niet alleen bezig met het terugvorderen van schulden. Wettelijk gezien moet de ambtenaar onpartijdig en onafhankelijk handelen. Die onafhankelijke positie komt echter in gevaar doordat de kantoren in eerste instantie voor de schuldeiser werken. De concurrentie in de deurwaarderssector is toegenomen. In 2001 werd de nieuwe Gerechtsdeurwaarderwet van kracht, die deurwaarders een landelijke bevoegdheid heeft gegeven. Voor de nieuwe wet beperkte het werkgebied van een kantoor zich tot het eigen kanton of arrondissement. Het aantal onderlinge samenwerkingsverbanden stijgt ook. Tussen 1997 en 2005 nam het aantal zelfstandige kantoren af van 225 naar 175.

De schaalvergroting heeft vooral negatieve gevolgen voor huishoudens met schulden, stelde het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie vast. Het vorderingsproces verloopt in toenemende mate gestandaardiseerd en een betalingsregeling treffen wordt moeilijker voor degene die schulden heeft.

In de praktijk probeert Van der Vlugt een oplossing te vinden die voor zowel de opdrachtgever als de schuldenaar werkbaar is. Soms stelt ze aan de schuldeiser voor de betaling nog een week uit te stellen, of akkoord te gaan met betaling van een deel van het geld. Ook het advies van verdere vorderingspogingen af te zien komt voor. De kosten lopen alleen maar op en de kans dat de openstaande rekening nog wordt voldaan, is dan klein. „Als het geld er niet is, dan is het er niet.”