Dienstbare boekontwerper

Harry Sierman, die vorige week op 80-jarige leeftijd overleed, was een van Nederlands belangrijkste boekontwerpers. Hij gaf vooral gezicht aan het fonds van uitgeverij Querido.

„Altijd zoekend naar perfectie binnen de beperkingen”, schreef de familie in de overlijdensadvertentie van grafisch ontwerper Harry N. Sierman, die vorige week – vijf dagen na zijn tachtigste verjaardag – is overleden. Dat is treffend geformuleerd, want Sierman heeft decennia lang geëxcelleerd in boekontwerpen die niet de aandacht op zichzelf vestigden, maar op het werk van de auteur. Hij dichtte zichzelf de bescheiden rol toe van bemiddelaar tussen tekst en lezer. Niet meer dan dat. Maar juist in die dienstbare positie wist hij een elegant soort eenvoud te scheppen dat elk boek het aanzien van tijdloze kwaliteit gaf.

Kort na de oorlog kwam Harry Nico Sierman van het toenmalige Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs en begon in de reclame, omdat hij daar zijn broodwinning dacht te vinden. Snel merkte hij echter dat hij zich nimmer thuis zou voelen in het visuele lawaai van de advertentiepagina's. Daarna zette hij aan de Keizersgracht in Amsterdam zijn eigen praktijk op, waarin hij ook huisstijlen en postzegels ontwierp. Tot zijn opdrachtgevers behoorden bedrijven als Pastoe, Esso Nederland en het Rijksmuseum in Amsterdam.

De vormgeving van boeken werd echter al gauw zijn voornaamste werkterrein. Zo bepaalde hij langdurig het gedistingeerd-literaire gezicht van uitgeverij Querido, in een lange reeks romans, essayistiek, dichtbundels en letterkundige oeuvres (zoals dat van Willem Elsschot) waarvan de omslagen een gave eenheid vormden. Een van zijn bekendste ontwerpen is het fameuze Battus-boek Opperlandse taal- & letterkunde, dat niet alleen door de kloeke belettering van het omslag, maar ook vanwege de gedetailleerde precisie op de vele binnenpagina’s een hoogtepunt van Nederlandse boekverzorging werd.

Sierman werkte in een tijd zonder computers of digitale bestanden. Zijn ontwerpen, met pen en penseel op papier en voorzien van uitvoerige instructies, moesten in lood worden uitgevoerd. Dat maakt de typografische finesse des te opmerkelijker. Sierman is herhaaldelijk bekroond (de H.N. Werkmanprijs in 1977, de Charles Nypelsprijs in 1993) en werd een voorbeeld voor jongere ontwerpers. Hij hield in 2003 op met werken en schonk zijn archief – inclusief de schetsontwerpen – bij die gelegenheid aan de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, waar het als „bijzondere collectie” wordt bewaard en ontsloten.

Toen de UB twee jaar geleden een tentoonstelling uit Siermans archief samenstelde, was des te beter te zien dat zijn werk al die jaren vooral in het teken heeft gestaan van een waarachtige liefde voor letters en hun betekenis.