De vloot is geënterd

Scheepvaart heeft de Nederlandse geschiedenis eeuwenlang getekend.

De zee lokt niet meer en de scheepvaart trekt steeds meer buitenlanders aan.

„Als het kon, had ik Nederlandse matrozen genomen. Die spreken de taal en zijn vaak praktischer opgeleid. Ze zijn alleen nergens te vinden”, zegt binnenvaartschipper Jaap Vooys. Hij zit al tientallen jaren op de binnenvaart en de laatste zes jaar heeft hij – inmiddels naar volle tevredenheid – Tsjechische matrozen in dienst. „Toen ze aan boord kwamen, konden ze helemaal niets. Ik heb ze alles geleerd wat ze moeten weten en de laatste tijd laat ik ze alleen laden en lossen. Ondertussen zijn die jongens goud waard!”

Vooys is niet de enige schipper die noodgedwongen zijn personeel buiten Nederland zoekt.

Een kwart van de werknemers in de binnenvaart was in december 2005 van buitenlandse afkomst. In de zeevaart had nog slechts drie op de tien werknemers de Nederlandse nationaliteit.

„De kosten waren voor mij echt niet de reden om die Tsjechische jongens aan te nemen”, zegt Vooys. „Ik betaal ze gewoon volgens de Nederlandse CAO, dat geldt voor de meeste binnenvaartschippers.” De Monitor Maritieme Arbeidsmarkt 2006, een omvangrijke studie in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, bevestigt het beeld dat Vooys schetst. Slechts twee procent van de werkgevers op binnenvaartschepen geeft aan dat ze buitenlandse werknemers aannemen vanwege de kosten. Ruim vijftig procent neemt ze aan omdat er geen Nederlanders te vinden zijn.

„Deze trend zal zich wel doorzetten”, zegt Ruud van der Aa, werkzaam als onderzoeker bij ECORYS en opsteller van de Monitor Maritieme Arbeidsmarkt. „In de afgelopen jaren was er duidelijk een opgaande lijn. In 2000 was nog slechts tien procent van de werknemers op de binnenvaart van buitenlandse afkomst, nu is dat al 24 procent.” In de zeevaart is deze beweging nog veel sterker. Daar steeg het aandeel buitenlandse werknemers van 44 procent in 1997 naar 72 procent nu. „Er zijn weinig Nederlandse jongeren die een carrière in de scheepvaart willen, en er is een forse uitstroom door de vergrijzing. ”

Op veel schepen is alleen de kapitein een Hollander. Kees Parel was tot enkele maanden geleden zo’n kapitein. Hij voer voor rederij Kornet uit Werkendam. „Mijn beide stuurlui en de machinist waren Russen, de matrozen en de kok kwamen van de Filippijnen.” Aan boord van veruit de meeste Nederlandse zeeschepen is Engels de voertaal, aldus Parel. „Alleen de stagiair is doorgaans een Nederlander, maar het is altijd de vraag of er wel een stagiair te vinden is”, zegt hij. „De scheepvaart is niet zo populair.”

In de zeevaart is jaarlijks behoefte aan ruim 1.300 stagiairs en er werken er jaarlijks nog geen vijfhonderd. Daarvan valt ook nog ruim de helft af. „Je moet er ook tegen kunnen”, zegt Parel. „Steeds drie maanden op zee en dan zes weken thuis. Als ze een meisje krijgen dan stoppen ze. Bij onze rederij lopen nu vier stagiairs, we hebben geluk als er twee overblijven.”

Waar de reders uit de zeevaart al jaren werken met buitenlandse werknemers, bleven binnenvaartschippers lang hopen op vers bloed uit eigen land. Op de binnenvaart, waar drie of vier personen dicht op elkaar leven op het schip, nam men liever een Nederlander in dienst.

De sector besloot maatregelen te nemen om meer Nederlandse jongeren te interesseren. Een van de maatregelen die de Stichting CAO Binnenscheepvaart nam, was de benoeming van onderwijscoördinator binnenvaart Daan van Wekken in 2003. Hij moest de aansluiting tussen de opleidingen en de werkvloer verbeteren. „De belangstelling voor de opleidingen is licht stijgend”, zegt Van Wekken. „De teruggang van het aantal aanmeldingen is gestopt.” Desondanks komen er nog te weinig studenten van de opleidingen af.

De binnenvaart van vroeger waarbij een gezin vaak samen met één of twee matrozen aan boord woonde, is aan het verdwijnen. De schepen worden groter. Op de schepen wordt steeds meer in ploegen gevaren zodat het schip vierentwintig uur en zeven dagen per week in bedrijf is. Zoons willen de vaders niet meer opvolgen. Verdere ‘verbuitenlandisering’ lijkt onvermijdelijk. „In het begin was het best wennen met de Tsjechische matrozen”, zegt Jaap Vooys. „Maar nu bevalt het prima. Het zijn avontuurlijke jongens, die matrozen van mij. In Tsjechië zitten ze bij de Hells Angels. Ze houden van een drankje en zien ze een rok aan de wal, dan gaan ze er achteraan. Als ik dit schip verkoop, probeer ik ze te houden. Een matroos ben je in Nederland zo kwijt, je schip niet.”

Kijk voor vacatures en opleidingen op het water op:www.zeebenengezocht.nl