De beste popliedjes raken je in je maag

1990s maken aanstekelijke meezingrock die raakt aan de wat melodieuzere punk.

„Originaliteit is voor ons niet het grootste goed.”

Jamie McMorrow (l.) en Jackie McKeown van 1990s. Foto Isabel Nabuurs 03-05-07, Amsterdam 1990's, Foto ISABEL NABUURS Nabuurs, Isabel

‘Laten we naar de kroeg gaan en drugs gebruiken!’ Bijna alle liedje op het feestelijke debuutalbum Cookies van het rocktrio 1990s uit het Schotse Glasgow bevatten ondeugende verwijzingen naar drank en verdovende middelen. Ze kunnen er wat van, die Schotten. Maar waarom was Schotse popmuziek (The Jesus & Mary Chain, Belle and Sebastian, Mogwai) in het recente verleden toch altijd zo melancholiek en donker? Zanger/gitarist Jackie McKeown en bassist Jamie McMorrow van 1990s (zonder ‘The’ en zonder apostrof) weten het niet. „Rockmuziek hoort je vrolijk te stemmen”, zegt Jackie, de zanger met de meest prominent vooruitstekende voortanden uit de pophistorie. „Wij willen entertainment bieden, niks anders.”

De groepsnaam was het gevolg van een grap, onthult Jamie. „Eerst heetten we The 1960’s, omdat al onze favoriete classic rockplaten uit de sixties komen. Toen opperde iemand dat de slechtste bandnaam allertijden The 1990’s moest zijn, omdat er in dat decennium ontzettend veel waardeloze muziek gemaakt werd. Uit pure recalcitrantie gingen we onszelf zo noemen. We hadden niet gedacht dat we ooit een plaat zouden maken, maar het lijkt erop dat we met die naam zijn blijven zitten. Geeft niks, als we maar lol hebben.”

Te midden van al die vrolijkheid zou je bijna vergeten dat 1990s hun muziek wel degelijk serieus nemen. Hoewel ze opgroeiden met The Smiths en Oasis, richten ze zich voor inspiratie vooral op de New Yorkse punk en new wave van eind jaren zeventig: Television, The Heartbreakers en Richard Hell & the Voidoids. Het resultaat mag er zijn, want Cookies bevat aanstekelijke meezingrock die zowel raakvlakken heeft met de melodieuzere punkgroepen als met de kermisrock van The Fratellis en The View, niet toevallig ook bands uit Schotland.

Het nieuwe Schotse rockgevoel is voor een belangrijk deel terug te voeren op het succes van Franz Ferdinand, wier frontman Alex Kapranos eerst met Jackie McKeown en de huidige 1990s-drummer Michael McGaughrin in de groep The Yummy Fur zat. Hun muziek had toen meer te maken met dance, technoraves en synthesizerklanken dan met de supperruige gitaren van nu. „Drie jaar lang luisterde ik alleen naar synthesizers”, zegt Jackie McKeown over die zwarte periode in zijn muzikantenleven. „Ik werd er zo flauw van dat ik blij was om weer een gitaarrockband te kunnen starten. Het opwindende geluid van de elektrische gitaar is de constante factor in bijna alle popmuziek die ik ooit belangrijk heb gevonden, hoewel ik dat een tijdje kwijt ben geweest.”

Jackie lacht smakelijk om een anekdote over The Beatles, die in 1962 te horen kregen dat het tijdperk van gitaarbands voorgoed voorbij was. „In de jaren tachtig had je een figuur als Stevo van het Some Bizzare-label, die glashard durfde beweren dat de synthesizer in plaats was gekomen van de gitaar. Die mening is inmiddels achterhaald. Als muzikant moet ik vaststellen dat het niet meer uitmaakt op welk instrument je liedjes componeert, omdat alle gitaarloopjes en toetsenmelodieën nu wel zo’n beetje uitgeput zijn. Popmuziek is per definitie een kwestie van recyclen geworden. Het is de kunst om nieuwe combinaties te maken van dingen die je al kent, en vooral om plezier en opwinding uit te stralen als je muziek maakt. In mijn Yummy Fur-tijd ben ik bij een inbraak in mijn flat al mijn gitaren kwijtgeraakt. Op het moment dat ik eindelijk weer een gitaar in mijn handen hield, kwamen de ideeën voor liedjes vanzelf.”

Met You made me like it en You’re supposed to be my friend hebben 1990s ten minste twee gedenkwaardige popsingles in handen, op maat gemaakt om uit volle borst meegezongen te worden. „De beste popliedjes treffen je in je maag”, vindt Jackie. „Originaliteit is voor ons niet het grootste goed. Muziek moet je raken, niet per se in je brein maar daar waar het de heupspieren losmaakt. Onze favoriete muziek is altijd die waar niet te lang over nagedacht is en die een eerlijke weerspiegeling is van de gemoedstoestand van de makers. Street Hassle van Lou Reed bijvoorbeeld. Niet zijn beste album en er staan een paar minder goede nummers op, maar bij elkaar hoor je dat Lou zijn hele gevoelsleven er in omgekieperd heeft. Hopelijk hoor je aan onze plaat wat voor mensen we zijn. Cookies was de eerste titel die ons te binnen schoot. Gewoon een prettig woord; iedereen houdt van koekjes.”

Hoe zit het met alle schaamteloze drugsreferenties in hun teksten? „We gaan er verstandig mee om”, beweert Jackie. „Nu onze band in de lift zit hebben we niet eens tijd meer om drugs te gebruiken. Zelfs in onze wilde periode namen we alleen marihuana en XTC; feestdrugs waar je vrolijk van werd. Het probleem met harddrugs als cocaïne is dat ze bezit van je nemen, zodat je er na de eerste paar keer al geen lol meer van hebt. Cocaine verandert mensen in klootzakken. De helft van de tijd sta je in de oren van andere mensen te tetteren hoe fantastisch je bent, hoe intelligent en creatief. De andere helft ben je druk om je heen aan het kijken en ren je heen en weer naar de wc om méér cocaïne te gebruiken. Het is een belachelijke mythe dat popsterren drugs nodig heben om creatief te blijven. Er is maar één reden waarom mensen verslaafd raken aan drugs: verveling. Onze muziek is er juist om die verveling te verdrijven.”

Cookies is uitgebracht door Rough Trade/De Konkurrent. 1990s spelen vrijdag 1 juni op het London Calling Goes Glasgow-festival in Paradiso, Amsterdam. Info: www.paradiso.nl