Bush gefrustreerd over crisis Darfur

Met nieuwe sancties wil president Bush de regering van Soedan straffen voor het geweld in Darfur. Maar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is nog niet zover. Volgens China maken sancties de problemen groter.

China benoemde onlangs Liu Guijin tot zijn gezant voor Afrikaanse zaken. Vorige week ging hij naar Soedan. Daar komt alleen vrede als de armoede verdwijnt, zei hij. Foto AP In this photo released by China's Xinhua News Agency, Liu Guijin , second right, Chinese special representative for African affairs, shakes hands with a local man at a market in al-Fashir, Sudan Tuesday, May 22, 2007. Chinese investment in Sudan can help stop the bloodshed there while sanctions and pressure advocated by some other countries will only complicate the situation, China's special envoy on Darfur said Tuesday, May 29, 2007. "The Darfur issue and issues in eastern Sudan and southern Sudan are caused by poverty and underdevelopment. Only when poverty and underdevelopment are addressed will peace be there in Sudan," said Liu Guijin, who took up the new post of Special Representative to African Affairs earlier this month. (AP Photo/Xinhua, Shao Jie) Associated Press

rotterdam, 30 mei. - Onder toenemende druk van filmsterren uit Hollywood, kerken, mensenrechtenorganisaties en het Congres heeft president Bush gisteren nieuwe economische sancties tegen Soedan afgekondigd. Bush wil daarmee het Afrikaanse land verder onder druk te zetten om een eind te maken aan het geweld in de West-Soedanese regio Darfur.

Maar de belangrijkste bron van inkomsten van Soedan, de olie-export, komt door de sancties niet in gevaar, erkent Washington. En van eerdere sancties heeft Soedan zich weinig aangetrokken. Het land heeft er tot nu toe op kunnen vertrouwen dat Rusland en vooral China (een belangrijke olieafnemer van Soedan) verhinderen dat harde strafmaatregelen worden aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

President Bush deed gisteren geen moeite zijn frustratie te verbergen. „Al te lang heeft de bevolking van Darfur geleden onder een regering die medeplichtig is aan bombardementen, moord en verkrachting van onschuldige burgers”, zei hij, doelend op de Arabische Janjaweed-milities die aangezet door Khartoum genadeloos huishouden onder de bevolking van Darfur.

„Mijn regering”, zei Bush, „heeft deze acties bij hun naam genoemd: genocide. De wereld heeft de verantwoordelijkheid hier een eind aan te maken. Dit beloof ik aan de bevolking van Darfur: de Verenigde Staten zullen hun ogen niet afwenden van een crisis die appelleert aan het geweten van de wereld.”

Maar de middelen van de Amerikaanse regering om de crisis te bezweren zijn beperkt. Al in januari 2005 zei Colin Powell, toen minister van Buitenlandse Zaken, dat het geweld in Darfur onmiddellijk moet ophouden – „niet volgende maand ... maar meteen, vanaf vandaag”.

Al in de jaren negentig kondigde Washington strafmaatregelen af tegen Soedan, toen vanwege het verlenen van gastvrijheid aan terroristen. In verband met Darfur kondigde de VN-Veiligheidsraad in 2004 al sancties af. Daarbij werden offensieve militaire vluchten boven Darfur verboden en werd een gedeeltelijk wapenembargo ingesteld: tegen de rebellen en de Janjaweed-milities, die door de regering worden gesteund, maar niet tegen de regering zélf. Inmiddels zijn, sinds het geweld in Darfur in 2003 losbarstte, zo’n 200.000 mensen omgekomen en twee miljoen mensen ontheemd geraakt.

Bush hoopt nu dat de nieuwe sancties die hij gisteren aankondigde snel kunnen worden aangevuld met sancties van de Veiligheidsraad, waaronder een uitgebreid wapenembargo. De Amerikanen zouden daarvoor al een resolutie hebben voorbereid. De Europese Unie zegt daarvoor open te staan, maar of dat ook voor China geldt is nog hoogst onzeker.

Op dezelfde dag Bush zijn sancties aankondigde benadrukte Peking nog eens dat het een heel andere benadering voorstaat. De nieuw benoemde gezant voor Afrikaanse Zaken van de Chinese regering, Liu Guijin, zei tegen journalisten dat sancties het alleen maar moeilijker maken om een oplossing voor de kwestie te vinden.

Liu was eerder deze maand in Darfur en de problemen hebben volgens hem een economische oorzaak. „Alleen als er iets gedaan wordt aan de armoede en onderontwikkeling zal er vrede zijn in Soedan.” Hij zei ook dat hij in de vluchtelingenkampen in Darfur „geen wanhopig scenario van mensen die omkomen van de honger” had gezien. Hij wilde niet zeggen of zijn land in de Veiligheidsraad een veto zal uitspreken over een sanctieresolutie.

Ook China kan niet helemaal voorbij gaan aan de verontwaardiging over Darfur in de Amerikaanse publieke opinie. In 2008 hoopt het land met de Olympische Spelen internationaal goed voor de dag te komen. Maar actievoerders en filmsterren proberen het feestje bijvoorbaat te bederven met negatieve publiciteit, en mogelijk zelfs met een oproep om de Spelen te boycotten, als China vasthoudt aan zijn steun voor de Soedanese regering.

Nog altijd is het de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, niet gelukt Soedan akkoord te laten gaan met de komst van een 17.000 man sterke, gecombineerde vredesmacht van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie. Die zou in de plaats moet komen van de vredesmacht van 7.000 man van de Afrikaanse Unie, die het geweld niet kunnen staoppen. Vorige maand drong Ban er bij Bush op aan zijn diplomatieke inspanningen niet te doorkruisen met sancties. Daarop besloot Bush een maand te wachten.

Ban hoopt nog steeds Khartoum te kunnen overtuigen, maar het geduld van Bush is op. Dertig Soedanese bedrijven (onder meer in de oliesector) komen op een lijst van ondernemingen waarmee Amerikaanse banken geen zaken mogen doen. Persoonlijke sancties zijn opgelegd aan twee regeringfunctionarissen (niet de president) en een rebellenleider. Khartoum noemt de maatregelen onrechtvaardig.

De oliesector wordt door de sancties wel geraakt, maar zeker niet verlamd. Want Washington kan Peking, permanent lid van de Veiligheidsraad, niet te zeer tegen zich in het harnas jagen: China is niet alleen een belangrijke handelspartner van Soedan, maar ook van de VS.