Bekentenis

De klok heeft middernacht geslagen, u luistert naar Meniscus & Co, uw radiobaken in de hectische sportactualiteit. In onze knusse studio is te gast de heer Winnen, oud-wielrenner, oud-klokkenluider, tegenwoordig columnist bij NRC Handelsblad. Hopelijk kan de heer Winnen enig licht laten schijnen op de woelige dopingbaren van de jongste tijd.

Dat valt nog te bezien.

Na de onafzienbare rij schandalen met als laatste dieptepunt de ontmaskering van Bjarne Riis lijkt de wielersport me ten dode opgeschreven.

Ze hebben het daar een beetje moeilijk, ja, maar die sport is taai.

De kijkers hollen weg.

Dan missen die kijkers heel wat.

Nog meer beerputten die opengaan, misschien? De kijker zal er feestelijk voor bedanken. Of meent u dat met de reeks epobekentenissen in Duitsland werkelijk iets ten goede is gekeerd; u gelooft in het sprookje van de zelfreinigende werking?

Absoluut niet. Maar de renner blijft natuurlijk wat hij altijd geweest is: een stuntelende misdienaar. Hij is in staat tot wroeging, al is het onder druk en aan de late kant. Dat kun je van de gemiddelde voetballer niet zeggen.

U schertst.

Het is nog veel mooier. Diep in hun hart zijn de renners blij met de heksenjachten, de politierazzia’s, de strengere controles, het boek van Jef d’Hont. Stiekem zijn ze blij met de Operacion Puerto. En wanneer een renner zijn vakantieadres op de Azoren bekend moet maken bij de dopingautoriteit opdat een controleur onverwacht een buis bloed bij hem kan komen opeisen, deert hem dat niet. Als hij zelf niet meer klakkeloos kan drogeren, kan een ander dat ook niet.

Dat is bepaald niet wat ik een ethisch reveil zou noemen. Hooguit zie ik een oproep tot grotere creativiteit. Op het moment dat er een nieuw, niet op te sporen wondermiddel ontdekt wordt, begint alles van voren af aan.

U hoort mij niet zeggen dat rennersethiek niet opportunistisch is. Maar het is beter dan niks. Het aantal overtuigde geheelonthouders schijnt overigens iets toe te nemen..

U lijkt me in een milde bui. In uw columns veegt u doorgaans de vloer aan met de epogeneratie uit de jaren negentig en met de Fuentesclan van dit decennium. Zij hebben ‘het hart uit deze prachtige sport gerukt’, het zijn uw woorden.

Daar blijf ik achter staan.

U hebt gekoerst in de jaren tachtig. Als ik goed ben ingelicht was die generatie verdorven als elke andere. Bent u niet gewoon jaloers op de buitengewoon effectieve middelen als epo die u net bent misgelopen?

Nee hoor. Het waren de gouden jaren van de corticosteroïden en het hypofysehormoon ACTH. Toen viel er nog wat te lachen. Als de dosis niet goed viel ging je achteruit fietsen in plaats van vooruit. Het hoofd kon ook enorm opzwellen. Soms trad lijkstijfheid op. Ik beken dat ik een paar mooie overwinningen behaald heb dankzij strategisch niet-gebruik van deze fantastische preparaten, en bied een kwart eeuw na dato mijn excuses aan voor dit onsportieve gedrag.