Afvalligheid onmogelijk in Maleisië

Een federale rechtbank in Maleisië heeft vanochtend geweigerd de overgang van een islamitische vrouw naar het christelijke geloof te bekrachtigen.

Volgens de voorzitter van de driekoppige rechtbank in Putrajaya, Ahmad Fairuz Sheikh Abdul Halim, valt afvalligheid onder de jurisdictie van de shari’a en kan dus alleen een islamitische rechtbank er over oordelen – en niet een civiele rechtbank. Daarom, aldus de rechter, wordt het verzoek van de 42-jarige Lina Joy om erkenning als christen verworpen. Een van de rechters, een niet-moslim, was het niet eens met deze uitspraak.

Lina Joy, die voor haar bekering in 1998 een islamitische naam droeg, had de rechtbank gevraagd de aanduiding ‘islam’ op haar officiële identiteitskaart te wijzigen. De rechtzaak gold als een lakmoesproef voor de godsdienstvrijheid die grondwettelijk is vastgelegd in Maleisië. Ongeveer 60 procent van de 26 miljoen inwoners is moslim. Voor hen is het in de praktijk nagenoeg onmogelijk hun geloof af te leggen. Volgens de zogeheten shari’a-rechtbanken is afvalligheid namelijk een strafbaar feit.

De islamitische rechtbanken bestaan in Maleisië, net als in veel andere islamitische landen, naast de gewone rechtbanken. Ze begeven zich vooral op het terrein van het familierecht.

Juist omdat afvalligheid volgens de shari’a een ernstig vergrijp is, is het „onredelijk” van Lina Joy te verlangen dat zij zich tot een islamitische rechtbank wendt, betoogde vanochtend rechter Richard Malanjum, die het minderheidsstandpunt van de rechtbank in Putrajaya verwoordde. Putrajaya, bij Kuala Lumpur, is het bestuurlijke centrum van Maleisië.

Volgens rechter Malanjum kan Joy rekenen op strafvervolging als ze haar verzoek om erkenning van haar kerstening indient bij een islamitische rechtbank. In veel islamitische landen staat op afvalligheid de doodstraf, in Maleisië worden geldboetes en celstraf opgelegd. Veel afvallige moslims komen terecht in heropvoedingscentra. Joy is na haar bekering verstoten door haar familie en heeft haar baan moeten opgeven. (AP)