Afghaanse politici vinden satire niet grappig

Een satirisch tv-programma in Afghanistan tast de grenzen van de vrijheid van meningsuiting af.

Het parlement wil een nieuwe, strengere mediawet.

Vier slapende Afghaanse volksvertegenwoordigers verschijnen opeenvolgend in beeld. Een Oezbeek, een Tadzjiek, een Hazara en een Pashtun. Het debat in het parlement is in volle gang. Op de achtergrond klinken plots geweerschoten. De Oezbeek schiet wakker. Nog meer schoten, geratel van mitrailleurs. De Hazara en de Tadzjiek wrijven met hun handen in de ogen. Ontploffende bommen, aanhoudend lawaai van vuurgevechten; wat doet de Pashtun? Die slaapt door, gewend als hij is aan het geweld in Zuid-Afghanistan.

De beelden zijn echt, opnamen uit het parlement, maar het geluid is erachter geplakt. Een grap van Hanif Hamgam, acteur en regisseur van het satirische televisieprogramma Zange Khatar (Alarmbel). Het programma van de commerciële zender Tolo TV is ongekend populair. Niemand wordt erin gespaard, noch de Talibaan noch president Karzai.

Het is een nieuw fenomeen in een conservatief land als Afghanistan, waar autoriteiten van oudsher weinig tegenspraak dulden en nooit publiekelijk onderwerp van grappen zijn geweest. De weerstand tegen een satirisch programma als Zange Khatar is dan ook groot onder politici. Afghanistan heeft, met buurlanden als Iran en Pakistan, vooralsnog een van de meeste liberale mediawetgevingen uit de regio. Onder het bewind van president Karzai is na de verdrijving van de Talibaan een wet uit de jaren zestig gemoderniseerd. Als gevolg daarvan heeft Afghanistan een bloeiende media-industrie. Zes onafhankelijke tv-stations, tientallen kranten en tijdschriften en meer dan vijftig radiozenders.

Het eerste seizoen van Zange Khatar kan meteen het laatste worden, want het parlement werkt aan een herziening van de mediawet. De voorgestelde aanpassingen voorspellen weinig goeds voor de vrijheid van de media, zeggen betrokkenen.

Regiseur Hamgam levert in het programma met twee collega’s commentaar op het nieuws. Ook zijn er sketches, waarbij acteurs bekende Afghanen en buitenlanders, zoals de Pakistaanse president Musharraf, op de hak nemen. Hamgam maakt zich geen illusies. „Het zou me niets verbazen als het programma wordt verboden”, zegt hij. „In het parlement zitten voormalige krijgsheren, criminelen, ex-leden van de Talibaan, allemaal mensen met wie wij soms de spot drijven. Die hebben maar één doel: de media de mond snoeren.”

Met Zange Khatar wil Hamgam een stem geven aan de bevolking, die volgens hem ontevreden is over de wijze waarop Afghanistan wordt bestuurd. „Zo kunnen we er tenminste nog om lachen”, zegt hij. Maar niet iedereen lacht met Hamgam mee. Wekelijks worden hij en zijn collega’s bedreigd, vaak met de dood. „In dit land zijn doodsbedreigingen heel normaal. Als je ruzie met je buurman hebt, kan dat zo maar fatale gevolgen hebben. Wij gaan daar flexibel mee om: wij maken de dreigementen en hun afzenders bekend tijdens ons programma”, vertelt hij.

Voor journalisten en televisiemakers is Afghanistan een moeilijke werkomgeving. Van alle kanten worden ze belaagd. Religieuze leiders vallen de media aan als verhalen of uitzendingen volgens hen in strijd zijn met de islam. De Talibaan bedreigen hen als de berichtgeving negatief is over hun activiteiten. Politici en hoge ambtenaren schermen voortdurend met rechtszaken. En zelfs de buitenlandse troepenmachten tonen soms weinig respect voor het werk van journalisten. Zo moesten twee Afghaanse journalisten die in maart opnamen hadden gemaakt van een controversieel schietincident (waarbij Amerikaanse troepen in paniek raakten na een zelfmoordaanslag in de buurt van Jalalabad en zeker twaalf Afghaanse burgers doodden), onder dwang van de Amerikaanse militairen hun films wissen.

Toch zijn de Afghaanse media zelf medeschuldig aan de toegenomen kritiek op hun werk. Er wordt er weinig onderscheid gemaakt tussen nieuws, analyse en opinie. Persoonlijke aanvallen op politici in nieuwsberichten zijn hier heel gewoon. Het natrekken van feiten is een deel van het vak dat niet hoog wordt aangeslagen.

Fahim Dasthy, hoofdredacteur van het weekblad Kabul Weekly, heeft daar wel een verklaring voor. „Voor veel journalisten is dit een nieuw vak. Ze zijn er niet voor opgeleid, kennen geen grenzen”, vertelt hij in zijn kantoor in Kabul. „Wij hebben ook geen echte journalistieke traditie. Er is hier de afgelopen twintig jaar alleen maar oorlog gevoerd.”

Kabul Weekly, opgericht in 1993, was oorspronkelijk een spreekbuis voor de Tadzjiekse veldheer en militair leider van de Noordelijke Alliantie Ahmad Shah Massoud. Dasthy was erbij toen Massoud in september 2001, twee dagen voor de aanslagen in de VS, omkwam door een zelfmoordaanslag. Hij was een van de twee overlevenden – vier mensen kwamen om. Als prominent lid van de Afghaanse journalistenvakbond volgt Dasthy de voortgang rond de nieuwe mediawet op de voet.

„Het ziet er somber uit. De regering en het parlement willen de media aan de ketting leggen”, zegt hij. De lijst van beperkingen waarmee de media in de toekomst rekening moeten houden, is in de voorgestelde regelgeving langer geworden. Berichtgeving mag straks bijvoorbeeld niet tegen het landelijk belang ingaan, niet schadelijk voor kinderen zijn en niet de goede eer aantasten van de mensen over wie bericht wordt. Dasthy: „Helaas geven ze geen definities bij de restricties. Zo kan er van alles en nog wat onder vallen. Voor een satirisch programma als Zange Khatar zal het ondoenlijk worden om politici belachelijk te maken.”

De slapende Pashtun-parlementariër in het programma Zange Khatar was Mohammad Daud Kalakani, vertegenwoordiger namens Kabul. Zelf vond hij het filmpje niet zo grappig. De parlementariër heeft zich inmiddels ontpopt als een enthousiast pleitbezorger van een strengere mediawet. In zijn huis in Kabul constateert Kalakani dat de media in Afghanistan „te extreem” zijn. „Wij zijn een jonge democratie. We hebben een ongeletterde bevolking”, zegt hij. „Als beelden en teksten uit hun verband worden gerukt en als grap worden gepresenteerd, dan zullen veel Afghanen niet doorhebben dat het een mop is. De mediawet moet dat soort misverstanden voorkomen.”

Bekijk de Engelstalige website van Tolo TV: www.tolo.tv