Wonen in oud-Hollandse stijl

Indonesië is een arm land, althans gemiddeld. Maar er is ook een kleine, rijke bovenlaag die de kostbare inrichting van zijn huizen laat zien: Schöner Wohnen in Jakarta, tiende en laatste aflevering van een serie.

Het is een villa die zo in Bergen aan Zee had kunnen staan: jaren twintig, een weelderige tuin met bougainville, orchideeën, hibiscus, een jasmijnboom, een kruiwagen vol petunia’s. De vrouwentongen zijn hier niet retro, staan dus ook niet in zandstenen jaren negentig potten maar gewoon in de grond. In een ronde duiventoren op een lange paal zitten houtduiven. Dat is ter bestrijding van vogelgriep niet ideaal, temeer omdat er in deze stad geregeld doden vallen, maar duiven staan chic – dus die duiven blijven.

De kleine villa staat in Menteng – de laatste grote wijk die Nederlanders hier nog hebben gebouwd. Het is zo’n huis waarover de architect H.P. Berlage destijds schreef dat hij er zichzelf in terugvond „alsof ik naar Baarn of Hilversum was getuft”.

Het is ook zo’n wijk waar Europeanen vrijwel afgezonderd van de inheemse bevolking een eigen wereld hadden ingericht, verbonden met het land alleen via bedienden, die zich onderdanig gedroegen omdat ze een lucratieve betrekking hadden, zoals de Indiëhistoricus Wim van den Doel ooit treffend schreef.

Sari Sudijono (72) woont hier 51 jaar. Het grootste deel als weduwe. Ze hadden het gekocht van een Zwitser die in het spoor van de Nederlanders de wijk nam. Sari houdt van haar villa, ze spreekt nog Nederlands en vindt dat, zoals zoveel oude mensen hier, ook wel chic. Van huis uit geleerd, maar niet op school, want „toen waren net de Jappen gekomen en was Nederlands verboden”. Ze heeft een zoon en vier dochters. Deze vrouwen zijn na hun trouwen allemaal gestopt met werken, want zo hoort het. Ze komen met de kleinkinderen zo om de week langs.

Op de vloer in de erkerkamer liggen rode en gele tegels, afgebiesd met een rand zwart. Het is oud-Hollands, zoals alles in dit huis oud is en Hollands. In de keuken staat een vierpitsfornuis van email, merk Homann met de grote knoppen en de aanduidingen Hoog, Laag en Dicht. Doet het nog prima, al tachtig jaar. In de eetkamer een dressoir, zoals een dressoir van oma hoort te zijn: breed, lang, dikke ronde poten en bronskoper beslag.

Toen ze het kochten, lag het huis nog aan de Mampangweg, nu heet het Jalan Cik Ditiro. Haar man had in de handel gezeten. Een huis in Menteng was niet gering geweest in die dagen, maar hij had goed geboerd, helaas te vroeg overleden en „wij hadden nooit geleerd te stelen, dus dan word je hier ook niet echt rijk.” In die zin horen Sari en haar villa niet echt in deze serie. Anderzijds woont ze markant en duikt het plaatje herhaaldelijk op in filmpjes en belt een Nederlandse toerist uit pure nieuwsgierigheid ook wel eens aan. Want hoe vaak kun je een interieur van je groot- of overgrootouders nog bewonderen?

En in haar houding verraadt Sari Sudijono, zoals oude mensen hier wel vaker, nog iets van koloniale tijden: „Ik was enorm nerveus voor uw komst, want Nederlanders zijn stipt en zindelijk en zo precies.” Dat woord gebruikt ze: zindelijk.

Nederlanders? „Ja, Nederlanders. Amerikanen hebben dat helemaal niet.”