Wolfowitz geeft media de schuld

De voormalige president van de Wereldbank Paul Wolfowitz ontkent dat zijn gedrag ten grondslag ligt aan zijn anderhalve week geleden aangekondigde onvrijwillige vertrek. In een radio-interview met de Britse omroep BBC zei Wolfowitz gisteren dat een „oververhitte sfeer” bij de bank en in de media hem tot aftreden hebben gedwongen.

Wolfowitz, die op 30 juni terugtreedt, zei dat hij blij was dat het bestuur van de Wereldbank heeft vastgesteld dat hij „ethisch en in goed vertrouwen” heeft gehandeld bij het toekennen van een hoger salaris aan zijn toenmalige vriendin en ondergeschikte Shaha Riza in 2005. „Tegen de tijd dat we dit konden vaststellen, waren de emoties zo oververhit dat ik voor de mensen waar ik echt om geef niet meer kon bereiken wat ik zou willen bereiken”, aldus Wolfowitz.

Het bestuur van de Wereldbank accepteerde Wolfowitz’ verklaring dat hij in het belang van de bank had gehandeld, maar het was een publiek geheim dat binnen en buiten de bank veel kritiek bestond op de manier waarop Wolfowitz de Wereldbank bestuurde.

Al bij zijn benoeming was er veel kritiek op de keuze van de Amerikaanse president Bush, die vooral Europese landen tegen zich in het harnas joeg door één van de belangrijkste architecten van de oorlog in Irak – Wolfowitz was tot dan toe de op één na hoogste functionaris op het Amerikaanse ministerie van Defensie – naar voren te schuiven.

In het BBC-interview ontkende Wolfowitz dat zijn vertrek in verband stond met een gebrek aan steun voor hem binnen de bank. „Die suggestie zegt meer over de media dan over de Wereldbank.” (Reuters, AP)