Uitgebluste pubertv bij het ooit zo ‘frisse’ BNN

Zelden niksigheid zo treffend in beeld gebracht zien worden als afgelopen weekend bij Barts Neverending Network. De publieke jongerenomroep slaagde erin deze beroepskijker en haar 17-jarige buurjongen tot twee keer toe in slaap te toveren. Zodat ik me, vijf jaar na de dood van Bart de Graaff, vertwijfeld afvraag hoe voorzitter Laurens Drillich in deze krant kon beweren dat „Bart trots zou zijn op wat BNN is geworden”.

Begrijp me niet verkeerd. Fan van Bart de Graaff ben ik nooit geweest. Maar als iemand voorkwam dat je voor de buis in slaap viel, was het dit kindheerschap wel. Hij haalde kattenkwaad uit met een camera erbij. En dat verleende hem het aureool van ‘frisse tv-vernieuwer’. Dus toen De Graaff een omroepconcessie wilde, kreeg hij die. Want staatssecretaris Nuis zag in zijn pubertv de oplossing voor het probleem waarmee de publieke omroep tien jaar geleden al te kampen had: gebrek aan jonge kijkers. Die werden dit weekend massaal de straat op gejaagd. Een schamele 453.000 volhouders zaten het herdenkingsprogramma uit, Bart: Vijf jaar tuin op zijn buik. Eén voor één kropen presentatoren van nu in de huid van de oprichter, terwijl er meiden in string over de studiovloer krioelden. Lama Ruben Nicolai interviewde een gapende Tatjana Simic. Sophie Hilbrand belde een stralende Dennis van der Geest uit zijn bed. Uitgedost als Teringtubbies mochten de makers van Tequila koekhappen. En voor wie nog niet in slaap was gevallen: Filemon Wesselink stalkte Beau van Erven Dorens.

Was het belegen televisie? De overjarige puberbende van Katja, Sophie, Filemon en De Lama’s oogde uitgeblust. Hun duffe lamlendigheid spatte van het scherm.

Iets levendiger werd het in Nu we er toch zijn. Daarin onderzoekt Eddy Zoëy de gastvrijheid van gemeenten, waarbij dit keer de burgemeester van Oss geen thuis gaf. Zoëy belt onverwacht aan voor een biertje, een maaltijd, een slaapplaats. Alhoewel: onverwacht? Hoe kan het dat er telkens zulke buitenissige streekbewoners in beeld komen? Zo ontmoetten we ditmaal een fossielenjager die leurde met een „stuk dinoschouder”. Maar meer interessants kwamen we niet te weten. Want daar wurmde de presentator zich weer voor de camera. Om in een geleende Audi het rivierenland te doorkruisen. De blote billen tegen het raam gedrukt. Je moet wat om de kijker wakker te houden.

Toch was het meest wezenloze BNN-programma de talkshow Kebab tv. Gemaakt door goudlokje Sophie Hilbrand en radiodj Sander Lantinga vanaf de Scheveningse boulevard. Samen wilden ze Paul-de-Leeuwtje spelen, maar tijdens de uitzending kwamen ze erachter dat je dat niet één, twee, drie doet. Niet met twee soapies die zelfs een quizje niet snappen, voorbije artiesten die mijn buurjongen niet kende ( „Saskia en Serge, wie zijn dat?”) en een zielig, van internet geplukt schootdanseresje dat drie al even sneue vrijgezellen moest opvrijen. Dan kan je nog zoveel dildo’s in beeld brengen en nog hard en zo vaak roepen dat het live is, de sfeer ontbreekt. En die komt er met Lantinga, vrees ik, ook niet. De Wimbledonstreaker kan niet luisteren, zelfs niet naar antwoorden op zijn ‘rebelse’ vragen. Vraagt hij: hoeveel is twaalf keer twaalf. Luidde het antwoord: 2400. Kwetterde onze praatgraag daar alweer zijn volgende ‘vondst’ doorheen.

Zou omroepbons Drillich het heus menen als hij zegt dat dit BNN nog steeds ‘fris, grensverleggend en vernieuwend’ is?

Aan zijn salaris kan het in elk geval niet liggen. De BNN-voorzitter verdiende vorig jaar 189.523 euro. Dat is meer dan de minister-president.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen