Schilder voor het Duitse volk

De maatschappijkritische Duitse kunstenaar Jörg Immendorff schilderde met gevoel voor overdrijving de naoorlogse Duitse geschiedenis.

De carrière van Jörg Immendorff, een van Duitslands bekendste schilders en voorman van de Neue Deutsche Malerei, was anderhalf jaar geleden al ten einde gekomen. Eind 2005 stelde hij zijn twintig laatste werken tentoon in het Haarlemse museum De Hallen. De expressionistische kunstwerken waren al niet meer door Immendorff zelf geschilderd, maar door zijn zeven assistenten. De meester zelf had de aanwijzingen voor de composities vanuit zijn rolstoel gegeven. Sinds 1998 leed Immendorff aan de zenuwaandoening ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose), een dodelijke ziekte die hem langzaam verlamde. Zijn schilderarm kon hij op dat moment al niet meer gebruiken. De werken in Haarlem signeerde hij niet meer met ‘Immendorff’ maar met ‘FF’ – zijn laatste letters, alsof het zijn laatste ademtocht betrof.

Gisteren overleed Jörg Immendorff op 61-jarige leeftijd in zijn woonplaats Düsseldorf, ten gevolge van een hartstilstand.

Veertig jaar geleden had Immendorff, tijdens zijn academiejaren in Düsseldorf, ook al eens aangekondigd te willen stoppen met schilderen. Hij deed dat met een doek dat nu gezien wordt al een sleutelwerk: Hört auf zu mahlen (Houd op met schilderen) uit 1966, een knalrood doek met een bruin kruis en de woorden uit de titel, dat zich nu in de collectie van het Van Abbemuseum bevindt. De kunstenaar reageerde hiermee op de volgens hem veel te apolitieke Pop Art uit die tijd. Kunst, zo vond de maoïst Immendorff, moest zich uitspreken over maatschappelijke thema’s. Een paar jaar lang raakte hij geen kwast meer aan, en gaf hij enkel nog performances. Vele jaren later zou hij zijn actie in het VPRO-programma R.A.M. ontkrachten. Volgens Immendorff had hij de woorden alleen maar uit onmacht en tijdelijke ergernis op dat doek gesmeerd. Hij had het waarschijnlijk zelfs vernietigd als zijn toenmalige leermeester Joseph Beuys hem niet zou hebben aangemoedigd het zo te laten.

Immendorf, in 1945 geboren in het Noord-Duitse plaatsje Bleckede als zoon van een soldaat en een secretaresse, stelde zijn kunst vanaf de vroege jaren zestig in dienst van zijn utopisch linkse idealen. Maar de ludieke, neodadaïstische ‘Aktionen’ die hij tijdens zijn studie opvoerde, gingen zelfs de vrije geesten van de Kunstakademie in Düsseldorf te ver. In 1968 werd hij van de academie geschopt en ging hij lesgeven aan een middelbare school in Düsseldorf.

In de jaren zeventig nam Immendorff afstand van zijn revolutionaire ideeën en nam hij het schilderspenseel weer ter hand. Een bekend werk uit deze tijd is het doek Selbstbildnis im Atelier uit 1974, waarop te zien is hoe de kunstenaar, alleen in zijn atelier, een voorstelling schildert van een foto van stakende arbeiders. Immendorff schilderde voor het volk. „Het beeld moet de functie van de aardappel overnemen”, vond hij.

[Vervolg IMMENDORFF: pagina 9]

IMMENDORFF

Chroniqueur van Duitse thema’s

[Vervolg van pagina 1] Met zijn heftige, realistische schilderstijl stond Immendorff aan de wieg van het neo-expressionisme van de Neue Wilde, de Duitse schildergroep die in de jaren tachtig van zich deed spreken en waartoe ook A.R. Penck, Georg Baselitz en Markus Lupertz gerekend worden. In een stripachtige stijl, en gebruikmakend van knallende kleuren stelde Immendorff zware Duitse thema’s aan de orde, zoals de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de scheiding tussen Oost en West.

In 1978 begon hij aan een inmiddels legendarische, allegorische reeks schilderijen en tekeningen die hij Café Deutschland noemde. Als decor voor de hectische beeldverhalen diende het bestaande Café Deutschland, een bar annex discotheek in Düsseldorf. Hier liet Immendorff talloze bekende figuren uit het politieke en culturele leven opdraven, onder wie de leiders van Oost- en West-Duitsland, toneelschrijver Bertold Brecht en kunstenaar Marcel Duchamp. Ook Immendorffs zelfportret duikt in veel van de werken op. De overvolle doeken zitten verder vol verwijzingen en symbolen: adelaars, swastika’s, prikkeldraad, de Berlijnse Muur en de Brandenburgertor buitelen over elkaar heen.

Na 1983 wordt Immendorffs werk persoonlijker. In de serie Café de Flor richt hij zich op zijn relatie met andere kunstenaars als de Duitse expressionisten. Hij begint een eigen café, La Paloma, in de beruchte Hamburgse hoerenbuurt Sankt Pauli. En hij wordt, in 1996, professor aan de Düsseldorfse kunstacademie, die hem ooit als student de deur had gewezen. Immendorff behoort op dat moment tot de absolute top van de Duitse kunstwereld, maar zijn werk heeft de scherpste kantjes dan al wel verloren. De voorstellingen zijn illustratiever geworden, de kritiek op politieke ontwikkelingen is minder pregnant aanwezig. Immendorff steunt openlijk het beleid van de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, die hij tot zijn naaste vrienden kan rekenen. Een met goudverf geschilderd portret van de politiek leider werd afgelopen maart door Immendorff aan Schröder overhandigd.

In 2003 werd de beeldend kunstenaar wereldnieuws toen hij door de Duitse politie werd aangetroffen in het sjieke Steigenberger Parkhotel in Düsseldorf – naakt, en omringd door een tiental prostituees en flink wat lijntjes cocaïne. De schilder werd in kortdurende hechtenis genomen en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het proces, ruim een jaar later, bleek dat Immendorff in korte tijd voor 110.000 euro aan prostituees had uitgegeven en. Ook kwam tijdens de rechtzaak aan het licht dat de kunstenaar leed aan ALS, een ziekte die binnen twee jaar tot zijn dood zal leiden.

Immendorff hoopt dan nog even op een wonderbaarlijke genezing. Hij begint, met behulp van zijn assistenten, als een razende werk te produceren. Hij bezoekt een genezer in de Braziliaanse jungle en laat zich in China inspuiten met cellen van geaborteerde foetussen. Gisteren is gebleken dat al deze wanhoopspogingen niets meer hebben kunnen uithalen.