Politici, stop s.v.p. met jumpen

De leukste jeugdcultuur sinds jaren is de uit België afkomstige dans ‘jumpstyle’.

Nu staan ministers Klink en Rouvoet ook te jumpen! De ervaring leert: dat is funest.

Heer, heb meelij met de jumpstyle. Die in de kiem gesmoorde rage. Net nu het hele land in de ban is van de leukste jeugdcultuur sinds tijden, gaat een stel politici ermee aan de haal. En de ervaring leert: de gevestigde orde moet met zijn tengels afblijven van de jeugdcultuur. Voor je het weet is het niet hip meer om te jumpen en is de rage met veel goedbedoelde onbeholpenheid doodgeknuffeld.

Voor wie wat laat wakker is geworden uit zijn winterslaap en niet weet waar ik het over heb: jumpstyle is een nieuwe dansstijl die razend populair is onder jongeren. Het ziet eruit als een kikker die niet kan kiezen tussen ballet en de klompendans. De dans is overgewaaid uit België. Daar zagen de producers Da Boy Tommy en Da Rick tien jaar geleden een gat in de markt: geen duistere hardcore of vrolijke trance, maar iets springerigs ertussenin. Duitsland en Frankrijk vielen massaal voor de stuiterende beats en bijbehorende dans. Een jaar geleden volgde Nederland.

In eerste instantie werd jumpstyle buiten de Randstad populair. Plattelandsdiscotheken organiseerden vaste avonden waar de lokale jeugd de hele nacht tekeer kon gaan. En het mooie is: er komen vrijwel geen drugs aan te pas. Het gaat om de kick van het dansen. Jongeren oefenen de hele week om elkaar in de disco te kunnen overtroeven. Nieuwe pasjes worden gefilmd en op YouTube gezet, zodat iedereen ze kan leren. Inmiddels zijn er ook in de Randstad dansscholen die jumplessen aanbieden en is de gymles op sommige basisscholen omgedoopt tot ‘jumpuurtje’. Muziekzender TMF kon niet achterblijven en lanceerde het lesprogramma TMF Jump.

De nieuwe jeugdcultuur doet denken aan de gabbers. Halverwege de jaren ’90 werd het straatbeeld bepaald door kale koppen, peperdure trainingspakken en bomberjacks. Op het hoogtepunt van de rage noemde 25 procent van de Nederlandse jongeren (400.000) zich gabber. Bob Fosko was de eerste die de collectieve waanzin van het gabberdom inzag en nam het nummer ‘Supergabber’ op. In de clip speelt Ruben van der Meer, nu vooral bekend van het BNN-programma De Lama’s, een ontspoord kaalkopje.

De geslaagde parodie was de doodskus voor de allereerste Nederlandse jongerencultuur met exportwaarde. De stoere gabbers waren plotseling aaibaar geworden. Ouders stuurden hun kale kroost naar kinderparty’s omdat ze nog te jong waren voor A Nightmare in Rotterdam. Maar een jongerencultuur is gebaseerd op jezelf onderscheiden van de gevestigde orde, van de massa, of in ieder geval van je ouders. Stel je voor dat de gevestigde orde de Rolling Stones in de sixties had omarmd als lieve jongens, in plaats van als langharig, losgeslagen tuig.

Ik kan me voorstellen dat je als jumper dan ook met plaatsvervangende schaamte hebt gekeken naar de jumpende ministers Ab Klink en André Rouvoet in het NOS Journaal. Je zou denken dat politici na het skateboard-incident (Balkenende) en de mislukte raps (Donner) wel begrepen hebben dat ze niet krampachtig hip moeten doen. De jeugd bereik je met authenticiteit. Ach, eigenlijk geldt hetzelfde als voor kiezers. Wat voor de jumpers nog erger is: de minister voor Jeugd en Gezin heeft de nieuwe jongerencultuur beleidsmatig omarmd. Hij wil kinderen ermee van hun overgewicht afhelpen. En of dat nog niet genoeg was, kwam ineens oud-minister Hilbrand Nawijn als een supergabbertje uit een doosje met zijn eigen jumpstylenummer en bijbehorende clip.

Zo wordt de leukste rage in jaren vakkundig om zeep geholpen door politici die van gekkigheid niet meer weten hoe ze de burger moeten aanspreken. Mon Dieu, je vous pris sans rancune, ayez pitié avec les jumpers et les politiciens.

Toon Beemsterboer is redacteur van nrc.next en co-auteur van het boek ‘Door! - Dance in Nederland’ (2005)

Wat is jumpen? Bekijk filmpjes op www.jumpfreakz.com