Oppositie Spanje grootste

Bij lokale verkiezingen in Spanje haalde de oppositie de meeste stemmen en versterkte ze haar positie in Madrid. Een waarschuwing voor de regering-Zapatero.

De Spaanse verkiezingen voor gemeenteraden en een groot aantal regio’s zijn zondag geëindigd in een gelijkspel tussen de regerende socialisten van premier Zapatero en de conservatieve oppositie.

De oppositie wist nipt de meeste kiezers achter zich te krijgen, terwijl de socialisten hun positie in de lokale besturen versterkten. De overwinning in stemmenaantal van de oppositie wordt gezien als een duidelijke waarschuwing aan het adres van de regering.

De uitslag, die wordt beschouwd als graadmeter voor de algemene verkiezingen van volgend jaar, werd door de conservatieve oppositie als een overwinning gevierd. „In 2000 waren we de grootste partij. Zeven jaar later zijn we dat opnieuw”, zei oppositieleider Mariano Rajoy.

Rajoy sprak van een electorale ommekeer en stelde zichzelf voor als de komende regeringsleider van Spanje. In conservatieve kring werd er op gewezen dat de ervaring leert dat de winnaar van lokale verkiezingen ook eerstvolgende landelijke verkiezingen wint.

Van de zijde van de socialisten werd onderstreept dat deze partij er in geslaagd is meer raadszetels te behalen en bovendien in meer hoofdsteden zal kunnen regeren. De conservatieve partij verloor haar absolute meerderheid in de regio’s Navarra en de Balearen.

Dat zowel regering als oppositie zich tevreden met de uitslag toonde, was volgens Zapatero niet tegenstrijdig: „Dat zijn de positieve kanten van de democratie.”

De socialisten konden niet verbloemen dat er onvrede heerst met de zege van rechts in zowel het stads- als regiobestuur van Madrid. „Het is duidelijk dat we daar een probleem hebben”, zei partijsecretaris José Blanco.

In Madrid versterkte zowel regiopresident Esperanza Aguirre als burgemeester Alberto Ruiz-Gallardón hun absolute meerderheid. De stevige groei in en rond de hoofdstad verklaarde ook dat de Partido Popular (PP) op landelijk niveau met 35,6 procent van de stemmen een kleine 160.000 stemmen meer wist te vergaren dan de socialisten die op 34,9 procent bleven steken. Ook in Valencia was dit patroon te zien.

Binnen de PP betekent de zege een versterking van de positie van Ruiz-Gallardón en Aguirre. Beiden maken geen geheim van hun ambitie om in de toekomst hun partij te leiden. Ruiz-Gallardón wordt gezien als iemand die de PP een meer liberaal en gematigd karakter kan geven.

De verkiezingsstrijd werd de afgelopen weken overheerst door aanvallen van de oppositie op het beleid van de regering jegens de Baskische afscheidingsbeweging ETA. De Baskische partij ANV, die in brede kring wordt gezien als de opvolger van de verboden radicale partij Batasuna, behaalde in Baskenland in een dertigtal dorpen de meerderheid. Er was een groot aantal incidenten waarbij radicale nationalisten stemlokalen aanvielen, kandidaten bedreigden en stemmers intimideerden.