Miezerig maar sfeervol

Iedereen weet: Pinkpop moet het niet hebben van hippe, verrassende namen.

De Smashing Pumpkins waren de grootste trekker.

De roze zonnehoedjes die op iedere Pinkpop-editie weer opduiken, hadden dit jaar vooral een andere functie. De hoofddag van het festival werd geteisterd door een doordringend miezerig regentje, nadat het de eerste twee dagen goeddeels droog bleef. Alleen het optreden van beroepsengerd Marilyn Manson had zaterdagavond te lijden onder woeste regenbuien, nog net niet desastreus voor zijn schmink.

Dat gemiezer deed nauwelijks afbreuk aan de sfeer. De ervaren festivalganger weet dat het alle kanten op kan met dat weer, en dus is er altijd wel waterwerend plastic voorhanden. Het is al net zo’n waarheid als een koe dat Pinkpop, net als vorig jaar opnieuw uitverkocht, het niet van een overmaat aan hippe, verrassende namen moet hebben.

Zo bekeken was de aanwezigheid van het jonge Australische trio Wolfmother al heel wat, al strooide de groep wel heel uitbundig met gerecyclede jaren-zeventig-hardrockriffs en Led Zeppelin-achtige zang. Prijzenswaardig was hun losse, half improviserende aanpak van sommige nummers. Niettemin moesten juist de meest freakende passages het zonder de gebruikelijke publieksparticipatie stellen. De zomerse harmoniezang van de Magic Numbers daarentegen zorgde wél voor die glimlach van herkenning waar Pinkpop op drijft.

De nichtendisco van Scissor Sisters was minder spectaculair en aanstootgevend dan verwacht – met uitzondering misschien van het eigenaardige leren colbertjasje van voorman Jake Sears, waarvan de korte mouwen werden gecompenseerd met leren handschoenen tot ruim voorbij de elleboog.

Net zo maf als die uitdossing was de muziek, een spervuur van falset-disco en glampop, gebracht met het enthousiasme van een dolgedraaide glitterbol. In daglicht met miezerregen liet dit alles alleen geen onvergetelijke indruk achter, hoezeer Sears en zijn stijlvol getatoeëerde medefrontvrouw Ana Matronic ook probeerden om er kleur aan te geven.

Vergeleken bij Scissor Sisters zijn de Arctic Monkeys maar gewone jongens. Desondanks hadden hun springerige liedjes veel succes op het festival, al werd vooral het oudere werk wat jachtig gebracht – alsof ze wilden zeggen: koop toch gewoon die nieuwe plaat van ons. Dan slaagde Macy Gray – ook zonder de roze pruik van een eerdere Pinkpop-editie een van de weinige echt kleurrijke acts – er beter in om het publiek mee te krijgen. Dat lukte ook Linkin Park heel aardig, hoewel hun nu-metal met ingebouwde weekmakers al net zo overbodig en achterhaald is als die van Korn, dat pal daarvoor een podium verder verdronk in een slecht geluid.

Waren vorig jaar de Red Hot Chili Peppers verantwoordelijk voor een uitverkocht huis, dit jaar waren de herenigde Smashing Pumkins, ooit het boegbeeld van de alternatieve Amerikaanse rock, de grote trekker. Herenigd is wel een groot woord voor een bezetting waarin de gezichtsbepalende leden James Iha en D’Arcy ontbreken, maar vooruit, voorman Billy Corgan had zijn huurlingen er goed onder. Gekleed in malle witte gewaden brachten ze een wat strenge en afstandelijke, maar bovenal sterke show, gekenmerkt door stevige gitaargolven.

Eigenlijk staan de meerdaagse ambities van Pinkpop het festival in de weg. Want als alle echt leuke bands van het hele driedaagse weekend nu opgespaard waren tot de maandag, als vanouds veruit de best bezochte dag, was er pas echt een reden geweest om dat roze Pinkpop-hoedje met trots te dragen. Nu moesten we het op deze tamelijk matte dag stellen met iets te veel vullers, en iets te weinig echt spannends.