‘Ik wil elk jaar een concert in wereldpremière’

Voor een klarinettist maakt de Zweed Martin Fröst een glansrijke solocarrière met enorme cd-verkoopcijfers. Maandag speelt hij in Amsterdam, onder andere een stuk van hemzelf.

In een concertcultuur die wordt gedomineerd door klaviertijgers, vioolvirtuozen en zangdiva’s, gebeurt het niet vaak dat er een ‘ster’ opstaat die een ánder instrument bespeelt. De Zweedse klarinettist Martin Fröst (36) lijkt zo’n uitzondering. Overal komen recensenten superlatieven tekort om zijn spel te beschrijven, hij won talloze muziekprijzen, en van zijn recente cd met Mozarts Klarinetconcert, uitgevoerd met Amsterdam Sinfonietta, werden wereldwijd al meer dan honderdduizend exemplaren verkocht.

Frösts opnames van de ‘repertoireconcerten’ van Mozart, Weber en Nielsen zijn alle van een even adembenemende schoonheid. Zijn heldere toon, natuurlijke frasering en zelfverzekerde muzikale persoonlijkheid dwingen bewondering af. Dat hij ook nog regerend wereldkampioen is in vingervlugheid en snel staccato, is slechts een bijzaak in dienst van overtuigende, hoogst individuele interpretaties.

Net als belangrijke virtuozen uit het verleden, probeert Fröst ook een bijdrage te leveren aan de uitbreiding van het repertoire. Mozart had zijn Klarinetconcert KV 622, nooit geschreven zonder klarinettist Anton Stadler. Brahms schreef zijn in schoonheid onovertroffen Klarinetkwintet, dat Fröst in augustus in Amsterdam speelt, voor zijn vriend Richard Mühlfeld. En jazzlegende Benny Goodman inspireerde componisten als Copland, Bartók, Hindemith en Poulenc tot enkele van hun beste werken.

„De klarinet is in dat opzicht ook een ideaal instrument,” vertelt Fröst in de ontbijtzaal van zijn hotel naast het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het is een zonnige ochtend in april, en hij heeft net twee concerten met Amsterdam Sinfonietta achter de rug. „Het bestaande repertoire heeft genoeg substantie, maar het is niet zo verlammend groot als bijvoorbeeld het piano- of vioolrepertoire. Je kunt als klarinettist het hele basisrepertoire kennen en je tegelijk serieus bezig houden met uitbreiding ervan.”

Fröst wil dan ook minstens elk jaar een nieuw klarinetconcert in première brengen. Vooralsnog richt hij zich op Scandinavische componisten: met Amsterdam Sinfonietta bracht hij onlangs het klarinetconcert van de Zweed Sven-David Sandström in première. Vorig jaar gooide hij hoge ogen met een nieuw klarinetconcert van de Fin Kalevi Aho, dat in 2008 ook in Rotterdam zal klinken.

Bestaat er inmiddels zoiets als een typisch Fröst-concert? Zelf denkt Fröst van niet: „Eigenlijk hebben de concerten die voor mij geschreven worden niet veel gemeen. Ik werk ook veel minder samen met de componisten dan vroeger.”

Toch lijkt vooral het concert van Aho, dat onlangs op cd verscheen, wel degelijk op Frösts specifieke kwaliteiten en karakter geschreven. Alleen al het gillend hoge begin, dat ineens staccatissimo de diepte induikt. Bovendien drijft het sterk op Frösts gevoel voor show en theater. De Zweed Anders Hillborg buitte dat nog extremer uit in zijn klarinetconcert, dat Fröst gemaskerd en op een spectaculaire choreografie uitvoert.

„Misschien zijn er toch meer overeenkomsten dan ik dacht,” zegt Fröst na enig nadenken. „Ik heb Aho ook wel wat technische dingen gedemonstreerd, maar hij deed er toch iets heel anders mee dan ik had verwacht.”

Zelf componeert Fröst ook – in de marge van zijn solistencarrière. Momenteel werkt hij aan twee opdrachten: een nieuwe compositie voor het Concertgebouw die hij daar maandag uitvoert, en het verplichte solowerk voor de kandidaten van een klarinetconcours in München.

„Aan het stuk voor het Concertgebouw, dat eigenlijk in februari al min of meer af was, verander ik nog regelmatig iets,” zegt hij. „Het is onderdeel van het programma ‘Voices & Wings’, dat helemaal om vogels draait. Er zit dan ook veel ‘gevlieg’ in, tussen mijn live-spel en een partij op cd.”

Aan het concourswerk moet Fröst nog beginnen, maar hij heeft er al duidelijke ideeën over. Het moet artistiek uitdagend zijn, en niet zozeer technisch: „Het is een finalestuk, maar het wordt juist niet virtuoos. Ik wil dat de musici laten horen dat ze muzikant zijn, en niet alleen klarinettist.”

Na zijn komende optredens in het Concertgebouw, is Fröst pas in december weer in Nederland te horen. Hij is dan te gast op het Internationaal Kamermuziek Festival dat violiste Janine Jansen in Utrecht leidt. Fröst beschouwt Jansen, die tegelijk met hem ‘BBC New Generation Artist’ was, als vriendin en zeer gewaardeerd collega: „We hebben elkaar rond de eeuwwisseling ontmoet op een festival, en hebben sindsdien vaak samengespeeld. Ze heeft een verbazingwekkend gevoel voor detail.”

Het lijkt een trend onder topmusici om juist in hun ‘thuisstad’ of –streek intieme, kleinschalige festivals te organiseren. Onlangs vertelde de Franse cellist Jean-Guihen Queyras in deze krant nog over zijn zomerfestival in zijn ouderlijk dorp in de Provence. Ook Fröst keert sinds kort jaarlijks terug in het geboortedorpje van zijn vriendin om met bevriende musici kamermuziek te spelen voor een hoofdzakelijk lokaal publiek.

„Als je zoveel reist als ik,” zegt Fröst, „wordt het steeds belangrijker om een band te hebben met je wortels. Die ‘kleine wereld’ is belangrijk, en wordt ook steeds belangrijker voor me. Vrienden, kamermuziek, intimiteit: zaken die je moet koesteren als je wilt overleven als artiest.”

Martin Fröst speelt op 4/6 en 30/8 in het Concertgebouw, Amsterdam (www.concertgebouw.nl), op 10/11 in Antwerpen en van 27 -31/12 op het Internationaal Kamermuziek Festival in Utrecht.