Het doel van clownerie is niet continu grappig zijn

Bang, boos, bedroefd, blij: een clown kent niet meer dan de vier basisemoties.

Op een cursus clownerie leer je ze uit te beelden: één voor één, duidelijk, en zonder taal.

Twee vrouwen van rond de dertig houden allebei een uiteinde van een houten latje vast en trekken eraan. Als het niet uitrekt, kijken ze elkaar verbaasd aan. Nog eens proberen. Nee, het gaat niet. Als de vrouwen geen rode neus op hadden, zou je je afvragen of ze misschien gek waren. Nu ligt het publiek in een deuk, terwijl de aspirant-clowns zelf hun best moeten doen om hun lachen in te houden.

„Van manager tot huisvrouw, iedereen vindt het leuk om zijn speelsheid naar boven te halen”, vertelt Esther Hak (36). Sinds enkele jaren en met veel plezier geeft Hak cursussen clownerie. „Mijn beroep is eigenlijk een feestje. Ik word er zelf heel vrolijk van, en dus worden anderen dat ook”, zegt ze.

Zuchtend, met hun wenkbrauwen hoog opgetrokken van verbazing, blijven de twee vrouwelijke clowns het houten stokje bestuderen. Hoe kunnen ze er nu een brug mee bouwen, tussen de twee stoelen die vóór hen staan? Het stokje van een afstandje tussen de stoelen gooien? Nee, ook dat mislukt. De clowns besluiten om op de stoelen te gaan zitten en het stokje tussen hun voorhoofden in te klemmen.

Gelukt!

Breed grijnzend, de armen wijd uitgestrekt, vragen ze het publiek om applaus. De toeschouwers klappen grinnikend. Goed gedaan.

„Tijdens dit soort oefeningen moet je je creativiteit aanboren”, vertelt Hak. Voor een clown is alles mogelijk, geen enkel idee is te gek. Alles valt te proberen.”

Haks basiswet van clownerie: iets gaat twee keer fout, en de derde keer goed. Zijn er nog meer regels? Hak: „Regel is niet het juiste woord. Er zijn wel een paar basistechnieken die je kunt hanteren: openheid, eenduidigheid en spontaniteit.”

Een clown moet compleet open en eerlijk zijn, en direct laten zien wat hij ergens van vindt. Zijn gevoelens zijn overzichtelijk: hij beeldt maar één emotie tegelijk uit. Daarvoor valt hij steeds terug op de vier basisemoties: bang, boos, bedroefd en blij.

Bovenal is spontaniteit belangrijk. „Je gaat de impuls van het nu achterna. Dus als er in het publiek iemand niest, kun je niet anders dan dat meenemen in je optreden”, zegt Hak.

Omdat een clown niet praat, drukt hij zich uit door overduidelijke mimiek en bewegingen. Hak stelt het zo: „Een clown is een groot wandelend hart, met armpjes en beentjes. Hier ben ik. Ik ben zoals ik ben. Ik laat zien wat ik voel.”

Eenduidig laten zien wat je voelt, is nog best moeilijk, blijkt tijdens het ‘spiegelen’. De deelnemers staan in tweetallen vlak tegenover elkaar, en doen elkaar precies en gelijktijdig na. Ze kijken elkaar in de ogen en switchen dan binnen enkele minuten van boos (grommen, handen in de taille) via bedroefd (pruillip, schuin hangend hoofd) naar blij (schudden van het lachen). Binnen het tweetal mag je van emoties wisselen, waardoor je elkaar beïnvloedt.

Cursiste Mieketine vond dit een lastige oefening, vertelt ze na afloop., „Ik dacht dat Judith soms niet begreep wat mijn emotie was.” Cursiste Judith beaamt dit: „Soms ben je niet duidelijk genoeg in je keuze. Dan speel je boos, terwijl het lijkt alsof je bedroefd bent.”

Het spiegelen maakt genadeloos duidelijk hoe helder je zelf speelt. Erg leerzaam dus, én vermakelijk: ook de verwarring is om te vormen tot ontwapenend en lachwekkend samenspel.

Het doel van clownerie is niet om continu grappig te zijn. Een echte clown speelt niet iemand anders, hij blijft zichzelf. Buiten het acteren valt er daardoor ook op persoonlijk vlak iets uit de cursus te halen. „Een clown is een uitvergroting van jezelf”, legt Hak uit. „Je zoekt naar je persoonlijke eigenaardigheden, en die vergroot je uit. Dat werkt bijzonder relativerend.”

Ook geïnteresseerd in een cursus clownerie? Kijk op www.esterella.net of zoek een cursus bij jou in de buurt via clown.overzichten.net