Een graf in Praag

Het haar was eraf; de lange lokken verdwenen. Tennisster Michaëlla Krajicek heeft voor haar eerste wedstrijd op Roland Garros gekozen voor een korte coupe. Wie zo rigoureus de schaar laat zetten in het kapsel, gooit het roer om.

Genoeg verloren dit jaar, ze wil nu winnen.

In oktober 2004 zat ik voor het eerst met haar te praten. Michaëlla was nog maar een meisje van vijftien en vastbesloten te slagen in haar sport. Slagen bij de familie Krajicek betekent heel simpel: de beste zijn. Niet dat laffe ‘meedoen is belangrijker dan winnen’.

Haar vader Petr Krajicek was die dag bij haar in de buurt. Zoals zo vaak. Hij is haar trainer, haar vertrouweling. Als ze in Praag is, woont Michaëlla in dezelfde flat als haar vader en ziet hem op het trainingscomplex in de stad.

Hoe zat het ook alweer met die Petr Krajicek? Hij was de dominante vader die zoon Richard met een Spartaanse opvoeding naar de top wilde brengen. Richard stuurde zijn vader weg en had jaren geen contact meer. Hij won Wimbledon en Petr keek thuis in Praag naar het hoogtepunt in zijn zoons carrière.

Het flitste allemaal door me heen toen ik Petr Krajicek ontmoette. Na een ferme handdruk bleek ik zowaar alle vijf mijn vingers nog te hebben. Hij viel me in alles mee, die ouwe van Richard en Michaëlla. Aardige vent, vrolijk, gedreven. En warmbloedig, zoals wij het in Nederland niet kennen.

Afgelopen weekend portretteerde het Algemeen Dagblad dochter en vader vanuit Praag. Petr deed een paar lekkere uitspraken: „De Tsjechen gaan alleen voor de allerbesten. (...) In Nederland worden juist de zwakkeren geholpen. Heel sociaal, maar of het voor topsport goed is?”

Leg een oude Tsjech die in 1968 vluchtte voor het communistische bewind maar eens uit wat ‘sociaal’ is.

„Gezellig”, wat moet een Krajicek met dat woord? Michaëlla is geboren in Delft, ze is Nederlandse. Maar gezellig moet het niet worden op en rond de baan. „In Nederland is het te gezellig voor topsport.”

Liever ongezellig winnen dan gezellig verliezen, is het devies.

Je ziet het ook aan Michaëlla af. In de eerste wedstrijd op Roland Garros herkende ik – misschien wel door dat kortgeknipte haar – de serieuze trekken van broer Richard op haar gezicht. Bozige frons, het bloed gloeiend onder de hoofdhuid. Maar wel met winst de baan af.

Bij onze ontmoeting van een paar jaar geleden, zei de dochter over de aanwezigheid van haar vader: „Hij is niet meer zo streng. Maar je moet wel je best doen, anders krijg je een klap voor je kop.” Daarna lachte ze voluit en spéélde zo met zijn harde imago. Petr hoorde het minzaam aan, in zijn wijnrode pullover. Wat is dat toch een sympathiek kledingstuk, een pullover.

Michaëlla Krajicek stapte gisteren op Roland Garros goed gemutst van de baan. Ze had een dagje rust in het vooruitzicht en kon zich opladen voor de tweede ronde. ‘Ik ga mijn vader vragen om te helpen.’ Wat is het toch tussen die twee? Grenzeloze liefde, een symbiotische verhouding?

Petr Krajicek heeft in Praag het graf naast zijn vader al besteld. Mooi dramatisch gebaar. Stel je toch eens voor; nog weer honderd jaar verder, de namen van Richard en Michaëlla zijn inmiddels ook in het marmer van het familiegraf gebeiteld. Dan hebben Nederlandse toeristen, naast de verplichte nummers als de Karelsbrug en het geboortehuis van Kafka, ook een imposant sportgraf om te vereeuwigen.