Chinees porselein

Hoe om te gaan met China? De Chinese economie dendert voort met de massa van een goederentrein en de rest van de wereld bezint zich op een antwoord. Gisteren liet de Europese Unie de bezoekende Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Yang Jiechi, weten niet gelukkig te zijn met het enorme handelsoverschot van 130 miljard euro dat het land met Europa heeft. Vorige week vielen er hardere woorden tijdens een bezoek van vicepremier Wu Yi aan Washington. Het overschot met de Verenigde Staten bedraagt 232 miljard dollar (173 miljard euro).

China’s overschot is inmiddels zo groot, dat de deviezenreserves zich er in een steeds hoger tempo opstapelen. Het onvoorstelbare bedrag van 1.200 miljard dollar is inmiddels gepasseerd. De traditionele belegging van al dat geld in vooral Amerikaanse staatsobligaties wordt aangevuld met hoger renderende investeringen. Vorige week nam China een aandeel van 3 miljard dollar in de Amerikaanse Blackstone-groep. Dat is een private equity-investeerder die vooral westerse bedrijven overneemt. In de VS, en wat minder luidruchtig in Europa, wordt geklaagd over onder meer de beperkte toegang tot de Chinese markt, over de nog steeds woekerende piraterij met intellectueel eigendom en over het moedwillig laag houden van de koers van de Chinese munt, de yuan.

Een makkelijke uitweg uit de onevenwichtigheid tussen China en de rest van de wereld is er niet. China heeft zijn westerse afzetmarkten hard nodig om de werkgelegenheid op peil te houden. Amerika heeft zijn lage rentes te danken aan de voortdurende Chinese investeringen van overtollige deviezen in Amerikaans schuldpapier. De lage prijzen van uit China afkomstige goederen hebben tot dusverre geholpen de inflatie in de VS en Europa laag te houden.

Toch is het labiele evenwicht op termijn onhoudbaar. China kan geen excessieve overschotten met het Westen blijven boeken zonder protectionisme te riskeren – en instabiliteit in eigen land. De geslotenheid van het Chinese financiële systeem maakt dat het overtollige exportgeld leidt tot speculatieve prijsvorming in onroerend goed en aandelen – de toch al overspannen beursindices in Shanghai stoven nog gisteren naar een nieuw record. De laag gehouden munt drukt de buitenlandse koopkracht van de hardwerkende en steeds mondiger Chinese burger.

Drieste maatregelen zijn onwenselijk in de porseleinkast van de internationale economie. De wereld is afhankelijk van Chinese goederen en de inflatie kan in de EU en de VS fors oplopen als het Westen met tarieven of handelsbeperkingen terugslaat. En niemand weet wat er met de Amerikaanse dollar gebeurt als China zou stoppen met het recyclen van al het verdiende exportgeld naar de VS. China en de rest van de wereld hebben elkaar dus hard nodig, maar de onderlinge verhoudingen zijn in meer opzichten ongezond aan het worden. Een grootschalig handelsconflict is zeer schadelijk. Maar een open dialoog zal China er wel van moeten doordringen dat de tijd voorbij is dat het gratis kon meerijden op de treeplank van het internationale handelssysteem.