Zutphen – Deventer

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week langs de IJssel.

„Ik zie een ooievaar” zegt de legendarische Anita, terwijl ze haar ogen weidt in de halmenpracht en bladervracht die de IJssel aan het zicht onttrekken. De ooievaar glijdt weg op de slag van zijn witzwarte wiekvlerken. Wij stappen verder, op onze hoefjes. Boven het land aan de andere kant van de dijk vliegt weer een ooievaar. En daar, verderop bij dat draadhek, zien we er nog twee steltlopen. Ze cateren in het onkruid tussen de paaltjes. „De ooievaar is hier de ekster”, stelt de legendarische Anita vast, als we er alweer één zien. Ze wijst naar een troep kraaien. „Die zijn ook mooi, maar ze zijn leuker in een sneeuwlandschap”, vindt ze. Geen sneeuw hebben we, maar ouderwets lenteweer, met fris geblaas en knarshelder zonlicht over de glooiende boterbloemvelden en de wilde koppen van de onbeknotte knotwilgen.

We zijn niet alleen. Velen bewandelen vandaag de dijken van het rivierenlandschap. Geef ons ongelijk. Het gras bloeit in verschoten roze pluimen, ze kleuren wuft bij de knallend rode klaprozen. Kikkers zingen knorkoor-songs in aftakkingen van de rivier, ze worden ritmisch ondersteund door het gezoef van scheurend gras onder de monden van de koeien met wie we een stuk grasdijk delen. Een geit springt heen en terug over het prikkeldraad dat hem tegen moet houden. Vijf, zes kieviten verjagen een fazantenechtpaar weg van een akker met glijvluchten vlak boven hun verbijsterde koppen. De stramme fazanten zetten het op een hollen, want in de paniek zijn ze vergeten dat ze zelf ook kunnen vliegen.

En bij dat alles tintelt het soepel vloeiende IJsselwater van genoegen, helemaal als het een vrachtschip draagt, een lange lijs met een vlag achterop. Er wappert nooit meer was aan dek. Alle schippersgezinnen hebben blijkbaar een droger.

In een fabeltjesmooie waterloop sans issue wemelt het van de gele plomp en de waterlelies met hun platte bladeren. We dalen van de dijk af om er beter naar te kunnen kijken.

Onder blad en bloemen golft wild het water. Duikende futen? Kan niet. Futen duiken ook weer op en deze beesten komen nooit boven. Ratten dan? Zie ik natte vachten? Maar dat zouden dan heel veel ratten zijn, met buitenmaats zware ruggen. „En met vinnen”, voegt de legendarische Anita toe.

Het zijn vissen. Dikke bruine vissen, die plonzend de waterbloemen laten deinen.

Daar ligt Deventer. Zware kerktoren, dubbele brug. Een vliegtuigje sleept een banier voort met: Fred en Douwe in 1 jaar een begrip. Een bijdrage voor de serie Cryptische Mededelingen.

18 km. Kaarten 7, 8, 9 (10 en 15 voor de stations) uit: Hanzestedenpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 1999. Tussen beide plaatsen rijdt elk half uur een trein.