Zoete aardappel dobberde van Amerika naar Polynesië

Zoete aardappel (Ipomoea batatas). Foto JupiterImages Sweet Potatoes. Jupiterimages

Het is vaak een ‘mysterie’ genoemd. Genetisch onderzoek leert dat de Polynesiërs uit het westen (Azië) stammen en dat een hoofdbestanddeel van hun dieet, de zoete aardappel, uit het oosten (Amerika) komt. Een halve eeuw geleden probeerde de Noor Thor Heyerdahl met zijn balsavlot Kon-Tiki aan te tonen dat Zuid-Amerikaanse indianen in de prehistorie naar Polynesië konden varen.

Nu steekt de ‘Out-of-America’-theorie opnieuw de kop op, maar in een andere vorm. Die luidt dat zaad en knollen van de zoete aardappel, al of niet op bemande vaartuigen, van de bakermat, Zuid- en Midden-Amerika, naar Polynesië zijn gedreven. Álvaro Montenegro, een oceanograaf van de University of Victoria, Canada, lanceert deze theorie binnenkort in de Journal of Archeological Science.

De zoete aardappel (Ipomoea batatas) werd al in prehistorische tijden verbouwd in Polynesië. Plantresten van zo’n duizend jaar oud zijn gevonden op de Cook Eilanden, in Centraal-Polynesië.

Montenegro onderzocht de kans dat zaaddoosjes van de zoete aardappel of prehistorische vaartuigen vanaf de Amerikaanse westkust, onder invloed van wind en stroming, zijn afgedreven naar Polynesië. Hij maakte gebruik van het experiment Estimating the Circulation and Climate of the Ocean (ECCO). Dit combineert een stromingenmodel van het Massachusetts Institute for Technology met twaalf jaar oceanografische metingen en dat leverde circulatiepatronen op met een resolutie van 50 km2.

Montenegro liet op 160 plaatsen langs de Stille Oceaan, van Mexico tot Chili, zaaddoosjes en vaartuigen virtueel te water. De simulatie wees uit dat ze kunnen aanspoelen of landen in zeven eilandengroepen. Onder de drie plaatsen met de grootste trefkans liggen er twee in het gebied waar de teelt van zoete aardappels waarschijnlijk zijn intrede deed in Polynesië: de Marquesas en Tuamotu Eilanden.

Maar, schrijft Montenegro, dat dobberen moet vier maanden hebben geduurd en zelfs een kokosnoot overleeft niet zo lang in zout water. Hij vindt het dan ook waarschijnlijker dat met knollen geladen vaartuigen – zeewaardige vlotten of kano’s met zeilen – uit de koers raakten, afdreven en uiteindelijk in Polynesië belandden. Die oversteek zou volgens het model drie maanden hebben geduurd. Zaaddoosjes verplaatsen zich alleen met de stroming, op drift geraakte boten vangen ook wind. Montenegro erkent dat zijn computersimulatie alleen de plausibiliteit aantoont van de ‘accidental drift’-hypothese. Doelbewuste exploratie van de oceaan, concludeert hij, is geen noodzakelijke voorwaarde voor de komst van de zoete aardappel naar Polynesië, maar is niet uitgesloten. Dirk Vlasblom