Wie Gouden Palm ook wint, het is verdiend

Beloont de jury morgen kalme emotionaliteit of een wurggreep? Mystiek of rauwe werkelijkheid? Onmogelijk te voorspellen. Eén ding is zeker: het filmfestival van Cannes kan alleen maar een sterke winnaar krijgen.

De Australische zangeres Kylie Monigue was donderdag met veel andere sterren bij de première van ‘Ocean’s 13’ in Cannes. Nu zijn de meeste sterren naar huis. Foto Reuters Australian singer Kylie Minogue's shoes are seen on the red carpet as she arrives for the world premiere of U.S. director Steven Soderbergh's film "Ocean's 13" at the 60th Cannes Film Festival May 24, 2007. REUTERS/Jean-Paul Pelissier (FRANCE) REUTERS

Bas Blokker

CANNES, 26 MEI. - Voor de uitgang van hotel Majestic in Cannes staat nog maar één fotograaf te wachten met twee telelenzen op zijn buik. Ja, wat zullen ze hier nog rondhangen nu George Clooney, Angelina Jolie en Brad Pitt al naar huis zijn? Sinds gisteren is het ineens een stuk rustiger op de boulevard La Croisette en in het festivalpaleis. Formeel eindigt het filmfestival pas vanavond met de vertoning van L’age des ténèbres van Denys Arcand en eigenlijk pas morgen, als de prijzen worden uitgereikt. Maar dit zijn de nadagen al, dat merk je aan alles. De marché, de absurde, overvolle filmbazaar in de kelders van het paleis, is opgedoekt. De meeste sterren, producenten en distributeurs zijn al naar huis, en critici en jury’s maken de balans op.

Het oordeel lijkt unaniem: de zestigste editie van het festival van Cannes is zo geslaagd als je van een jubileum maar mag verwachten. In alle belangrijke programmaonderdelen – hoofdcompetitie, Certain regard, Quinzaine des réalisateurs – zijn interessante en indrukwekkende films vertoond. Er waren meesters die hun reputatie waarmaakten en relatieve nieuwkomers die er eentje hebben gevestigd. En er waren maar heel weinig afknappers. Als de eerste Engelstalige film van Wong Kar-wai, My Blueberry Nights, die het festival opende, niet was wat je van zo’n regisseur mocht verwachten, is het goed om nog even te bedenken dat het festival vorig jaar opende met The Da Vinci Code. De standaard was dit jaar ongekend hoog.

Dat maakt voorspellen wie de Palme d’Or zal winnen ook vrijwel onmogelijk – zeker als er nog twee films in de loop van vandaag moeten worden vertoond. Meestal voorspel je met één oog op de samenstelling van de jury gericht, het andere op de films en hun makers. Maar het is niet makkelijk om in de jury onder leiding van de Britse regisseur Stephen Frears een dominante stroming aan te wijzen. Zijn ze meer onder de indruk van de kalme emotionaliteit van Le scaphandre et le papillon (Julian Schnabel), of van de wurggreep waarin Cristian Mungiu (4 luni, 3 saptamini si 2 zile) zijn publiek houdt? Zijn ze gevoelig voor de mystiek van Izgnanie (Andrej Zvjagintsev) of Stellet Licht (Carlos Reygadas)? Of zien ze liever de rauwe werkelijkheid van Oost-Europa in Import Export van Ulrich Seidl?

Je kunt niet zeggen dat er in Cannes verhit over wordt gedebatteerd, en dat is ook een compliment voor de artistiek directeur Thierry Frémaux, die met zijn vlijmscherpe blik voor kwaliteit net zo goed als met zijn charme, een beslissende invloed heeft gehad op Cannes 2007. Als vorig jaar iedereen vrede kon hebben met de Gouden Palm voor Ken Loach en The Wind That Shakes the Barley omdat er domweg geen andere film was die de prijs verdiende, dan zullen dit jaar zelfs sceptici moeten toegeven dat de Gouden Palm bijna niet naar film kán gaan die hem niet verdient.

Podcast van filmcritici, onder wie Bas Blokker, is te vinden op www.nrc.nl/cannes2007