Weer staan de Viktors tegenover elkaar

Opnieuw is Oekraïne in de greep van politiek machtsvertoon tussen de president en de premier. Nog is het eerste schot niet gevallen in de crisis. Maar de troepen zijn al wel gemobiliseerd.

Oekraïne is een knap vermoeiend land. Een politieke crisis die in feite al drie jaar lang om de paar maanden oplaait en dan weer voortsuddert. Twee Viktors die als president en premier het land keer op keer naar de rand van de afgrond voeren om dan geschrokken terug te deinsen. Zal het ditmaal anders gaan?

Vuistgevechten in het parlement, tentenkampen, blokkades van overheidsgebouwen, betogingen met vuurwerk, plasmaschermen en volksartiesten: dat zijn inmiddels clichés in het Oekraïense politieke discours. Maar deze week was het politiek uitgetelde Kiev getuige van een nieuwe stap op de escalatieladder, toen ordetroepen van de president en de premier dreigden slaags raakten. De inzet was het Openbaar Ministerie, de premier won. Voorlopig.

Het bleef bij duwen en trekken, donderdag in Kiev, maar geweld, een putsch of zelfs een burgeroorlog komen weer een stapje naderbij. De retoriek escaleert evenzeer. Premier Viktor Janoekovitsj beticht president Viktor Joesjtsjenko van ‘juridisch nihilisme’ en een coup d’état. De president beticht de minister van Binnenlandse Zaken van misdadig gedrag en dreigt hem te laten arresteren door de geheime dienst SBU.

Waar maken de Viktors nu weer ruzie over? Een datum voor nieuwe verkiezingen. Die dwong de president eerder af door op 2 april het parlement te ontbinden. Dat liet zich niet naar huis sturen en neemt nog altijd driftig moties en wetten aan met een onduidelijke status. Presidentiële bevelen, oekazes of ontslagen negeert men. Het Constitutioneel Hof, dat geacht wordt uitsluitsel te brengen, is verdeeld, verlamd en in diskrediet sinds uitlekte dat de grootmoeder van de president van het Hof voor vele miljoenen dollars aan panden in Kiev op haar naam heeft staan.

Gezien de onmogelijke impasse leken de partijen er begin deze maand uit: dan maar nieuwe verkiezingen. Niet dat die veel oplossen: de premier en zijn bondgenoten kunnen volgens peilingen op ruwweg 40 procent van de stemmen rekenen, de president op 36 procent. Elke parlementaire meerderheid zal daarom flinterdun zijn. Maar woensdag ging een akkoord tussen beide Viktors over een verkiezingsdatum op het laatste moment niet door. Al in juli, eist de president. Niet voor september, wil de premier. Liever helemaal geen verkiezing, zucht 60 procent van de Oekraïense kiezers, die het geharrewar beu zijn.

Waarop de rivalen de tijd kennelijk rijp achtte voor een nieuwe ronde politieke slapstick. De casus belli: het tweede ontslag van procureur-generaal Pintsjoek. De president benoemde hem in 2005 om geruchtmakende zaken op te lossen, zoals de moord op onderzoeksjournalist Gongadze in 2000 of zijn eigen vergiftiging met dioxine in 2004. Toen Pintsjoek die zaken vooral saboteerde, kon hij vertrekken. Pintsjoek sloot zich aan bij de Partij der Regio’s van premier Janoekovitsj, kreeg een zetel in het parlement en wist via een rechtbank zijn ontslag ongedaan te maken. Onlangs besloot de president bij wijze van olijftak dat vonnis te respecteren en Pintsjoek in zijn ambt te herstellen. Maar nu de stemming betrok, kon Pintsjoek weer gaan.

Donderdag bezetten presidentiële ordetroepen het Openbaar Ministerie, en dat liet minister van Binnenlandse Zaken Tsoesjko niet op zich zitten. Hij meldde zich met een groep forsgebouwde parlementsleden en een eenheid van de oproerpolitie voor het gebouw. Terwijl de politici bij de ingang scholden, duwden en trokken klauterden de agenten over een hek, sloegen ramen in en bezetten het gebouw. De president sloeg gisteren terug door de militaire troepenmacht van de politie onder zijn directe bevel te plaatsen.

Nu tellen de analisten naast ministeries of parlementszetels die de rivalen controleren, dus ook de ordetroepen die ze in het veld kunnen brengen. De geheime dienst en het leger zijn op de hand van de president, zo heet het; de premier kan rekenen op de politie. Maar de speciale politietroepen luisteren wellicht naar de president. Net als in Rusland beschikt de Oekraïense politie over 32.000 man elitetroepen, beter getraind en bewapend dan doorsnee legeronderdelen. De commandant van de politietroepen, generaal Kichtenko, is waarschijnlijk een partijganger van de president.

En nu? Helder is dat het half parlementaire, half presidentiële systeem van Oekraïne niet werkt. Het land is diep gepolariseerd: het oosten en zuiden stemmen hoe dan ook op Janoekovitsj, het westen en het centrum op Joesjtsjenko en diens bondgenote Timosjenko. De politieke elite is niet bereid tot enig compromis. De grondwet zit vol gaten en tegenstrijdigheden aangaande de machtsverdeling tussen president, regering en parlement; de rechtspraak is verlamd. Het enige goede nieuws is de Oekraïense economie, die ondanks het gekibbel dit jaar met 6,5 procent groeit. Neoliberalen suggereren: dankzij het gekibbel.

Deze crisis is wellicht slechts een zenuwenoorlog en spierballenvertoon. Toch is de impasse inmiddels zo pathologisch dat geweld voor sommigen een verleidelijke optie wordt. Want met een politieke klasse die elk gezag heeft verspeeld, zo waarschuwde de politieke analist Kost Bondarenko gisteren, „bestaat de indruk dat elke sergeant een coup kan plegen”.

Het Duitse voorzitterschap van de EU heeft de partijen gisteren tot kalmte gemaand, komende week vliegen hoge Europese diplomaten naar Kiev om de partijen te masseren. Want valt het eerste schot, dan zijn de gevolgen niet te overzien.