‘Wat Bob Beamon kan, kan ik ook’

Verspringer Ignisious Gaisah (23) uit Ghana, die vandaag deelneemt aan de FBK Games in Hengelo, probeert vanuit Rotterdam een groot kampioen te worden. „Door jullie voetbalteam dacht ik: wow, voor een ‘black guy’ moet Nederland een goed land zijn.”

Ignisious Gaisah: „Als ik olympisch kampioen word, mán, dan keert Ghana upside-down.” Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Rotterdam, 24-05-07. Ignisious Gaisah, Atleet verspringen. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Al drie keer klonk voor Ignisious Gaisah het God Bless Our Homeland Ghana, een volkslied dat bij grote sportwedstrijden zelden uit de luidsprekers schalt. De Afrikaans, Gemenebest- en wereldindoorkampioen verspringen vervult een land met trots, al zal hij de sterrenstatus van Chelsea-speler Mickaël Essien nimmer evenaren; daarvoor is voetbal in Ghana te populair. Maar dat Gaisah door de Associatie van sportjournalisten al drie keer op rij tot de beste sporter van het West-Afrikaanse land werd gekozen, is veelzeggend en betekent veel voor de man die vijf jaar geleden naar Rotterdam verhuisde om net zo goed te worden als Bob Beamon, Mike Powell en zijn grote voorbeeld Carl Lewis.

Gaisah is aardig op weg om in de voetsporen van die iconen van het verspringen te treden, ook al is hij met een persoonlijk record van 8,43 meter nog ruim veertig centimeter verwijderd van hun fenomenale recordsprongen. Maar de Ghanees zou niet weten waarom hij ook niet rond de 8,90 meter kan springen. Hij heeft er de kwaliteiten voor, zegt hijzelf. Zonder een spoor van hoogmoed: „Beamon sprong gemiddeld rond de 8,20 meter, totdat hij in 1968 bij de Spelen in Mexico een uitschieter had van 8,90 meter. Wat Beamon kan, kan ik ook. Maar ik moet eerst constant rond de 8,60 of 8,70 springen. Vanuit die basis is het dan wachten op de perfecte sprong voor 8,90 meter of meer.”

Mooi scenario. Maar is het reëel? Gelet op de vorderingen die Gaisah sinds zijn komst naar Rotterdam maakt, zou je zeggen van wel. Maar een verbetering van Powells wereldrecord van 8,95 meter lijkt een utopie. Sinds de Amerikaan bij de WK in Tokio (1991) Beamons ontastbaar geachte record brak, zijn alleen Lewis (8,87) en de Armeniër Robert Emmiyan (8,86) in de buurt gekomen. Zelfs de veelvuldig gelauwerde Cubaanse verspringer Iván Pedrosa reikte nooit verder dan 8,71 meter.

Maar Gaisah laat zich niet ontmoedigen. Dat is niet zijn aard, die Erik van der Steenhoven – met Monique Berrevoets zijn trainer – on-Afrikaans noemt. „Ignisious heeft zich ooit voorgenomen de beste verspringer ter wereld te worden. Daar was hij niet vanaf te brengen. Hij heeft ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel; je hoeft hem nooit achter de broek aan te zitten en hij komt zijn afspraken na. Toen hij zich in 2002 bij de atletiekvereniging PAC Rotterdam meldde met zijn ambities, dachten wij: het zal wel. Maar Ignisious heeft tot op heden al zijn verwachtingen waargemaakt.”

En daar zit Gaisah dan in zijn Rotterdams appartement, vijf jaar na vertrek uit zijn woonplaats Kumasi, de tweede stad van Ghana. De sobere inrichting en de kale muren roepen allerminst associaties op met de tropische atmosfeer van Ghana. Buiten zijn dagelijkse training combineert de verspringer tv-kijken met een intensief gebruik van zijn laptop, de digitale navelstreng met zijn vriendin en negen maanden oude zoon Miguel, die in Ghana zijn achtergebleven.

Zo wenst Gaisah het. In Rotterdam kan hij zich concentreren op het verspringen. Met vriendin en kind zou er meer afleiding zijn. Bovendien vergroot een leven in gezinsverband de kans op een permanent verblijf in Nederland. En dat wil Gaisah onder geen beding. PAC Rotterdam biedt fantastische faciliteiten voor zijn ontwikkeling als sporter, maar na zijn carrière wil de verspringer hoe dan ook terug naar Ghana. Hij moet er niet aan denken de rest van zijn leven in Nederland te slijten. „Brrr, véél te koud”, zegt hij, rillingen simulerend.

Drie, vier keer per jaar gaat Gaisah naar huis, mede op aandringen van zijn trainers. „Wij vinden het belangrijk dat hij regelmatig terugkeert, want bij heimwee presteer je niet goed”, zegt Van der Steenhoven, die hem in augustus ook adviseerde bij de geboorte van zijn kind aanwezig te zijn. Maar Gaisah deed het niet, omdat hij het wedstrijdseizoen wilde afmaken. De trainer: „Hij heeft zich er nooit over uitgesproken, maar ik heb sterk de indruk dat hij daar nu spijt van heeft.”

Die houding is exemplarisch voor de verbetenheid waarmee Gaisah zijn doel nastreeft. Toen hij zich als veertienjarige bij schoolwedstrijden vrijwillig meldde als invaller voor een zieke verspringer, had Gaisah geen idee van zijn mogelijkheden. Maar nadat hij in 1999 derde was geworden bij de Afrikaanse juniorenkampioenschappen besefte hij dat de sport de poort naar een beter bestaan zou kunnen zijn. Gaisah: „En ik werd door mijn coach gestimuleerd naar het buitenland te gaan. Hij zei: ‘Ignisious, als je die stap maakt, kun je binnen een paar jaar bij de besten van de wereld behoren.’ De coach overtuigde ook mijn moeder, die vervolgens geld voor een ticket bijeensprokkelde.”

Gaisah had de keus tussen Italië en Nederland, om de simpele reden dat in beide landen een familielid woonde. Het werd Nederland, omdat hij bij het wereldkampioenschap voetbal in 1998 in Frankrijk had genoten van het Nederlands elftal. „In tegenstelling tot Italië zag ik een elftal met veel zwarte spelers, en dacht: wow, voor een black guy moet dat een goed land zijn. Tot wie ik me voelde aangetrokken? Nou, vooral Patrick Kluivert, Edgar Davids en Clarence Seedorf.”

In Rotterdam vond Gaisah het warme bad waarop hij had gehoopt, hoewel er wat aanloopproblemen moesten worden opgelost. Een toeristenvisum, dat hem dwong elke drie maanden terug te keren naar Ghana, is vervangen door een verblijfsvergunning vanaf het moment dat hij in zijn eigen onderhoud kon voorzien. En hij was verbaasd bij zijn kennismaking met PAC Rotterdam overdag een lege baan aan te treffen. Wist Gaisah veel dat atletiek op verenigingsniveau zich in de avonduren afspeelt. En het duurde even voordat de trainers Berrevoets en Van der Steenhoven door hadden met een wereldtopper van doen te hebben en het drietal de samenwerking goed vorm had gegeven.

De atletiekunie heeft nog even geprobeerd Gaisah tot Nederlander te naturaliseren, maar toen bleek dat het een proces van vijf jaar zou worden, besloot de verspringer voor Ghana te blijven uitkomen. Met alle ongemakken van dien, want de Ghanese bond is niet naar westers model georganiseerd. „Sinds ik financieel zelfstandig ben, ben ik minder afhankelijk van de bond. Maar probleem blijft dat de bond zijn werk niet goed doet. De bond zou zich sterker moeten maken voor de aanleg van atletiekbanen. Maar sommige banen zijn zelfs verdwenen, omdat op die plekken nieuwe stadions worden gebouwd voor de Afrika Cup, het voetbaltoernooi dat volgend jaar in Ghana wordt gehouden. Als ik in Kumasi ben, kan ik niet meer op een baan trainen. Er zijn door het ministerie van Sport nieuwe atletiekbanen beloofd, maar ik vrees dat realisatie lang gaat duren.”

Daarnaast voert Gaisah een aanhoudend gevecht met de bond over de accreditatie van zijn trainers bij grote toernooien. „Op het laatste moment mislukt het steeds en krijg ik te horen dat mijn trainers maar een kaartje moeten kopen. Ik vind dat niet erg professioneel. Hoe dat komt? Ze laten de deadline steeds verstrijken. Ja, ik denk bewust, omdat officials van de bond liever zelf gaan. Nee, geld kan niet de reden zijn, want Berrevoets en Van der Steenhoven betalen hun reizen altijd zelf. Ja, ik zou daarin kunnen bijdragen. Maar dat willen ze niet.”

Gaisahs zelfstandigheid en verantwoordelijkheid is mede bepaald door zijn jeugd, waarin de atleet al vroeg werd gescheiden van zijn vader. Die komt uit Sierra Leone, het land waar Gaisah voor zijn achtste enige tijd heeft gewoond. Maar na de scheiding van zijn ouders en door de bloedige burgeroorlog in dat land nam zijn moeder hem mee naar Ghana, haar geboorteland. Sindsdien heeft hij zijn vader niet meer gezien. De herinneringen aan hem zijn vaag. En dat wil hij graag zo houden, uit boosheid over het verlaten van het gezin. Zijn vader is niet het favoriete gespreksonderwerp van Gaisah. Staccato beantwoordt hij de vragen. „Nee, ik ben niet in hem geïnteresseerd. Nee, ik weet niet waar hij woont. Nee, ik heb amper herinneringen aan mijn vader, omdat ik hem sinds mijn achtste niet heb gezien. Nee, nu ik een bekende Afrikaanse atleet ben, heeft hij geen contact gezocht. Nee, dat vind ik niet erg. Het is goed zo.”

Het ontbreken van een vaderrelatie heeft bij Gaisah wel het gevoel van medemenselijkheid versterkt. Als hij terugkeert naar Ghana neemt de verspringer extra geld mee, om her en der wat nood te lenigen. „Als iemand hulp nodig heeft, geef ik geld. Tot het op is. Dan moet ik ‘nee’ zeggen en dat valt niet mee. Door de telefoon gaat me dat goed af, maar eenmaal face to face is dat erg moeilijk. Omdat ik die mensen zo goed begrijp. Ik heb met mijn moeder, drie zussen en broer zelf in een noodsituatie gezeten. Weet je wat ik nooit verzuim? Mijn jaarlijks bezoek aan een weeshuis. Dan koop ik kleren, eten en alles wat ze nodig hebben. Ik houd van kinderen en vind het fantastisch om te helpen. Ja, het geeft wel enige druk, dat familie en vrienden verwachten dat je ze helpt. Maar ja, dat is Afrika.”

Gaisah beseft dat hij een bevoorrechte Afrikaan is. Hij ontdekte zijn talent als verspringer en had na zijn vertrek uit Ghana het geluk in een ver en vreemd land op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen. En de atleet trof het in 2006 dat zijn bescheiden contract met het sportmerk Adidas afliep, kort nadat hij in Moskou wereldkampioen indoor werd. Om de concurrentie af te troeven, wist de firma niet hoe snel ze hem een sterk verbeterd contact voor drie jaar moesten laten tekenen. Voor Ghanese begrippen is Gaisah nu een man in bonus, die het zich kan permitteren in Kumasi een prachtig huis te laten bouwen.

Wat te wensen overblijft? Daar hoeft Gaisah niet lang over na te denken. Dit jaar in juli de Afrikaanse titel winnen in Algiers, een maand later een podiumplaats bij de WK in Osaka, maar vooral een medaille volgend jaar bij de Spelen in Peking. En als hij olympisch kampioen wordt? „Thank God, dát zou wat zijn.” Met een grote glimlach: „Als dat lukt, mán, dan keert Ghana upside-down. De laatste olympische medaille dateert van 1992 in Barcelona toen het voetbalteam brons won. Daar praten ze nu nog over.”

Het zijn ambitieuze doelen. Maar zijn twee trainers kijken er niet van op als Gaisah in zijn opzet slaagt. Van der Steenhoven: „Monique en ik zeggen wel eens: ‘Het geluk hangt aan zijn broek’.”