Sport & oorlog

In Afrika is het de normaalste zaak van de wereld: elkaar naar het leven staande strijdgroepen die de wapens neerleggen om samen een wedstrijd van het nationale voetbalelftal bij te wonen. „Voetbal is in Afrika een zaak van nationaal belang”, zegt Marc Broere, redacteur van Onze Wereld. „De verzoenende kracht is enorm.” Hoe groot de impact van voetbal is, merkte hij tijdens een reis door Liberia voor Het zout van Afrika (2001), een boek over Afrikaanse sporthelden. Zo raakte hij op een stoffig veldje in hoofdstad Monrovia in gesprek met de aanvoerder van FC Watanga, een ploeg van voormalige kindsoldaten uit de Liberiaanse eredivisie. De jongen, begin twintig, vertelde dat hij zes jaar was toen de oorlog uitbrak en een paar dagen later al met een groot machinegeweer rond liep. „Eén ding hield hem in zijn jaren als militair op de been: de bal. Gedurende de hele burgeroorlog droeg hij er een bij zich. En hij was vast van plan profvoetballer te worden als de oorlog voorbij was.” FC Watanga wordt gesponsord door oud-topvoetballer George Weah. De man die in 2005 nét geen president van Liberia werd, heeft veel voor de vrede in zijn land betekend. „Weah wist dat hij met mooi voetbal een einde aan de oorlog kon maken”, zegt Broere. „Want als militaire tegenstanders hetzelfde team aanmoedigen, moeten ze elkaar wel in de ogen kijken.” De geschiedenis heeft de enige Afrikaanse Wereldvoetballer van het jaar (1995) gelijk geven.

Danielle Pinedo

Dit is de vierde aflevering in een serie over sporten in oorlogstijd.