Restaurant Freud: helemaal niet gek

Aaf Brandt Corstius en Paulien Cornelisse worden lichamelijk en geestelijk gevoed in restaurant Freud

SPECIALE BEDIENING bij restaurant Freud in de Amsterdamse Spaarndammerstraat Foto Luciana Caputo Caputo, Luciana

Dit is het principe van Restaurant Freud: mensen ‘met een achtergrond in de psychiatrie’ werken in het restaurant en krijgen zo een gevoel van eigenwaarde en nut. Het restaurant is opgezet door twee ex-buurvrouwen met een goed hart voor de samenleving. De een was kok, de ander psycholoog, en een plus een is drie.

We geven toe: we vonden het wel een beetje eng om bij Freud te gaan eten. Niet alleen omdat de bediening ‘een achtergrond in de psychiatrie’ had, wat, ja, toch, tja, een beetje intimiderend is. Maar ook omdat het restaurant in de Spaarndammerstraat zit, een straat die nou niet bepaald de Boul’ Mich’ van Amsterdam-West is. Denk aggenebbisj nagelsalons, denk ongure eethuizen, denk betonnen hammam.

Om meteen uw eerste zorgen weg te nemen: Freud is niet ingericht als een krankzinnigengesticht uit het begin van de twintigste eeuw. Nee, het is ingericht als een modern, fris, groengeschilderd etablissement. Het enige enge interieurelement is een gigantische, spin-achtige lamp aan het plafond. Maar als je je concentreert op je eten, zie je die niet zo.

Ober: „Wilt u wat drinken?!!”

We schrikken op. De man is groot en weet zijn stem goed te projecteren. „Ja, cola graag”, fluisteren we. We bestuderen de kaart. Fijne kaart, niet krankzinnig. Buffelmozzarella, asperges, risottokroketjes, kabeljauw. Dat je denkt: ha, lekker.

De grote ober komt onze bestelling opnemen. Zorgvuldig schrijft hij alles op. En dan ook echt alles, vermoeden wij. Buf-fel-moz-za-rel-la met ge-gril-de cour-get-te. Ondertussen krijgt hij een schouderklopje van een collega: „Neem jij de bestelling op? Wat goed!” Ontroering is ons deel. Intussen dreigt Aaf zelf een psychiatrische achtergrond te ontwikkelen vanwege...

Aaf: „De gek-ma-ken-de kakafonie veroorzaakt door de mensen aan die tafel in de hoek.”

Paulien: „Ha fijn, we hebben weer een vijand.”

De akoestiek in Freud is niet bepaald goed. Wij hebben een tip: hang wat Perzische kleden aan de muur. Had Freud ook in zijn behandelkamer, weten we uit de diverse Freudmusea (Wenen, Londen), en dat neemt het geluid heerlijk in zich op.

Aan het bewuste kakafonische tafeltje is inmiddels een BN-er aangeschoven, wiens identiteit we niet helemaal paraat hebben.

Aaf: „Die gast van Jules Unlimited.”

Paulien: „Menno Bentveld?”

Aaf: „Nee. Jan-Douwe Kroeske?”

Paulien: „Ja, maar dan Pieter Jan Hagens.”

Dagen later zullen we via zijn column in de Avrobode (don’t ask) vernemen dat Pieter Jan Hagens zowaar de ‘ambassadeur’ van Freud (het restaurant) is. En dat is hij, we citeren: ‘Met liefde!’

Hier even een verzoekje aan Pieter Jan: kun je die luid schreeuwende man die tegenover je zat, je weet wel, die avond bij Freud, onmiddellijk uit je vriendenkring verwijderen? Dank je.

Het eten, by the way, is inderdaad lekker. En copieus! We kunnen het niet eens op. En we vergeten welhaast dat we bediend worden vanuit een zekere achtergrond.

Paulien (kabeljauw etende): „Ik ben onderhevig aan een paradigmaverschuiving.”

Aaf: „Zo van: wie is er nou eigenlijk gek?”

Paulien: „Ja, ik denk van nu van iedereen die ik voorbij zie lopen dat ‘ie gek is.”

Aaf: „Filosofisch.”

Paulien: „Foucault.”

Aaf: „Risottokroketje?”

Zowel geestelijk als lichamelijk goed gevoed vragen we om de rekening. „Was het lekker”, vraagt een andere ober. „Ja, heerlijk”, zegt Aaf. „Ja? Héérlijk?” vraagt hij enthousiast. Ja, heerlijk. Wat een toewijding. We hebben al heel wat obers gezien, die vaak een stuk gekker waren dan de obers bij Freud, en die veel minder goed bedienden! O zo.

Restaurant Freud, Spaarndammerstraat 424, 020-6885548. www.restaurantfreud.nl