Particulier dupe falend fraudebeleid

Officieel geniet de bestrijding van financiële fraude bij het kabinet topprioriteit. De realiteit is echter weerbarstiger.

Financiële fraudes eisen hun tol onder beleggers en kleine ondernemingen. De fiscus en de banken kunnen met de wet in de hand als eerste eventueel nog overgebleven geld incasseren. Anderen zijn aangewezen op de ijver waarmee de overheid fraudes ontrafeld en de daders vervolgt.

Officieel is de financiële fraudebestrijding een topprioriteit van het kabinet. Mensen die het kunnen weten, denken daar anders over. De urgentie staat wel op papier maar veel verder komt het echt niet bij het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de rechters, aldus oud-fraudebestrijder Hendrik-Jan Biemond enkele weken geleden in deze krant. De topspeurder keerde de overheid de rug toe om weer aan de slag te gaan bij zijn oude werkgever, advocatenkantoor Allen & Overy.

Nog hardere kritiek klonk vorige week uit de rechterlijke macht. Volgens Tineke Hilverda, raadsheer (rechter) bij het gerechtshof in Arnhem, stagneert de fraudebestrijding omdat moord en doodslag meer aanspreken dan witteboordencriminaliteit. Toch is eenderde van de faillissementen frauduleus, stelt zij in het Financieele Dagblad.

Volgens Hilverda is de Belastingdienst er ondanks harde toezeggingen niet in geslaagd een faillissementscentrum op te zetten bij zijn opsporingsdienst FIOD-ECD.

Per jaar gaan er ruim 750 frauduleuze (beleggings)firma’s failliet. De FIOD weet daarvan slechts twintig zaken voor de rechter te brengen. Weer een loze belofte, klaagt Hilverda. Zij plaatst de onmacht van de Belastingdienst in een reeks van afleidingsmanoeuvres waarmee opeenvolgende kabinetten de Tweede Kamer in de luren leggen.

Nu is zij bang dat minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie) na zijn tournee van honderd dagen door het land, al die loze beloften „weer zal opbakken”. Ook oordeelt ze hard over haar collega’s. Door tekortschietende kennis over de fraudeproblematiek veroordelen zij verdachten voor zaken die „eigenlijk helemaal niet onrechtmatig zijn”. Verder zegt ze niets over deze justitiële dwalingen. Dat is erg onbevredigend voor zowel veroordeelden als slachtoffers. Horen zij wellicht tot de gedupeerden van de knulligheid in toga?

Tweede Kamerlid Fatma Koser Kaya (D66) wil van minister Hirsch Ballin (oud-rechter) weten hoe het staat met rechterlijke dwalingen op dit terrein en met de zwakke rol van de FIOD bij de tekortschietende fraudebestrijding. Het blijft ondertussen een zaak tussen (oud-)rechters want Koser Kaya staat ingeschreven als – niet actief – plaatsvervangend rechter in Gouda.

Vreemd genoeg wijt Tineke Hilverda de foute vonnissen niet aan de rechters maar aan justitie en politie. Die produceren fraudedossiers die zo’n brij vormen dat een rechter het zicht op de zaak verliest. Voor dat euvel draagt ze een oplossing aan. Stop met de politieke retoriek en stuur fraudejagers samen met frauderechters naar bijscholingscursussen fraudebestrijding. Het komt goed uit dat deze raadsheer, als ze niet in de rechtszaal zit, zelf zulke cursussen geeft. Haar harde uitspaken maken daardoor opeens deel uit van door elkaar heen lopende belangen.

Terwijl rechters in allerhande varianten schuiven met de schuldvraag van de falende fraudebestrijding, blijven gedupeerde particulieren van financiële fraudes met lege handen achter.

Aertjan Grotenhuis