Opera in de geur van barbecueworstjes

Rotterdammers kunnen tijdens de Operadagen, die gisteren begonnen, een concert aan huis krijgen. In de tuin van wethouder Orhan Kaya zong de Spaanse sopraan Rut Codina Palacio voor voormalige analfabeten.

De zoon van de Rotterdamse wethouder Orhan Kaya gisteravond op het concert bij hem thuis, in het kader van de van de Operadagen. Foto Bas Czerwinski 25-05-2007, ROTTERDAM. HUISCONCERT BIJ WETHOUDER KAYA IN HET KADER VAN OPERADAGEN ROTTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Mario is een jonge Rotterdammer. Baseballpetje, sportschoenen, bleke armen uit een blauw hemdje. Naar de opera is hij nog nooit geweest. „Ik houd normaal meer van house, weet je,” zegt hij. Maar gisteravond zat hij in de achtertuin van Orhan Kaya, de Rotterdamse wethouder van participatie en cultuur, geboeid te luisteren naar een recital met opera-aria’s, gegeven door de Spaanse sopraan Rut Codina Palacio.

Opera is voor iedereen, vindt men bij de Operadagen Rotterdam, die gisteren begon. De muziek moet tot in de haarvaten van de stad doordringen,” zegt coördinator Casper Vogel. Dus is naast de de ‘gewone’ opera’s in concertzalen en theaters ook opera te horen op straten en pleinen, in winkelcentra en, voor wie zich op tijd aanmeldde, in de huiskamer.

De twintig gastheren, ‘concertzaaldirecteuren voor één avond’, mogen hun eigen publiek uitnodigen. Vrienden, familie, buren, alles kan. Iemand in Rotterdam Zuid stond er op het vóór de deur te doen, voor de hele buurt. Als er maar koffie, thee en stoelen zijn, én een goedgestemde piano.

Dat laatste is allang geen vanzelfsprekendheid meer: voor de aftrap van ‘Opera bij u thuis’ bij wethouder Kaya moest een piano gehuurd worden. Kaya nodigde geen collega-bestuurders of vrienden en familie uit, maar de Rotterdamse ‘Ambassadeurs Laaggeletterdheid’. Mensen die zelf tot voor kort analfabeet waren, en nu actief anderen stimuleren om dat probleem aan te pakken. Mensen zoals Mario. Of mevrouw Lemmen, die vroeger nog niet haar eigen boodschappenlijstje kon schrijven. „Ik moest altijd alles aan mijn kinderen vragen. Nu ben ik zelfstandig.”

Uitgaan, naar een voorstelling of concert, was voor haar als ‘laaggeletterde’ dan ook vaak een brug te ver. „Ik kwam nooit ergens. Ik ben ook nog nooit naar de opera geweest.” Als wethouder Kaya haar dat hoort zeggen, valt hij haar joviaal bij „Ik óók niet hoor!”

Kaya is trots op ‘zijn’ ambassadeurs. Het tuinconcert ziet hij als een welverdiend cadeau. Maar en passant werkt hij ook nog aan één van zijn ‘speerpunten’: publieksverbreding. „Dit is óók opera,” zegt hij na afloop. „Opera heeft altijd een volks aspect gehad, het hoeft helemaal niet elitair te zijn, in het strakke keurslijf van een concert.”

Tijdens de lichte aria’s van Mozart en Massenet zitten een aantal laaggeletterden stevig te paffen. En behalve door kwinkelerende vogels, wordt het openlucht-gevoel tijdens de eenzame klaagzang ‘Must the winter come so soon’, uit Barbers opera Vanessa (1958), kracht bijgezet door de geur van vers gegrilde worstjes, op de barbecue van één van Kaya’s buren.

Sopraan Codina Palacio en haar Japanse pianiste Saori Kondo, beiden derdejaars aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, spelen een keurig recital. Aan het begin zijn er wat zenuwen, maar als Codina Palacio als uitsmijter in haar moedertaal de ‘Zapateado’ uit La Tempranica (1900) van Giménez mag zingen, is dat allemaal verdwenen. Ze straalt.

En, gaat mevrouw Lemmen nog eens naar de opera? „Nou, ik denk het niet,” zegt ze voorzichtig. „Bij mij in de familie is er niemand anders die van opera houdt.” Een collega-laaggeletterde reageert adequaat: „Ah joh, gaan wij toch gewoon samen?”