Op de begraafplaats staat een doodsbeenderenboom

Een begraafplaats kan een lustoord zijn voor dier en mens. Kester Freriks ging dauwtrappen op Zorgvlied en ontdekte verrassende natuur

De uitnodiging van begraafplaats Zorgvlied aan de Amstel voor 17 mei was een verrassing. In de vroege ochtend van Hemelvaart, het uur van het traditionele dauwtrappen, konden belangstellenden een rondleiding bijwonen om getuige te zijn van ‘de bijzondere flora en fauna’ van deze oude begraafplaats.

Die prille morgen tuurden zo’n zestig bezoekers onder leiding van een natuurwacht schuin de bomen in om de koolmees te zien, het lied van de tjiftjaf te beluisteren, de nestelplaats van de ijsvogel langs de waterkant te bespieden of de vink met zijn ‘vinkenslag’ te horen. Een enkeling had een bomengids meegenomen om lang bij de voet stil te staan. Het is voor de eerste keer dat Zorgvlied deze ‘stemmige ruimte voor waardevolle herinneringen’ openstelt voor andere dan funeraire doeleinden. Directeur Arpad Nesvadba is die ochtend aanwezig. „Een begraafplaats is een soort ‘geheime kamer’ ”, licht hij toe. „Mensen houden deze plek graag voor zichzelf. Wij zien het als een paradijselijke plaats, een oase voor de ziel. Mensen herinneren zich hier hun dierbaren. De zang van vogels, de bloei van bomen en struiken of het weerkaatsende licht van een vlinder kunnen daarbij troost bieden”.

Ook De Nieuwe Ooster, de begraafplaats in de Watergraafsmeer in Amsterdam-Oost, presenteert zich als een opvallende habitat voor bomen en dieren. Zorgvlied dateert van 1870, De Nieuwe Ooster van 1894. Beide begraafplaatsen zijn aangelegd door landschapsarchitecten, respectievelijk Zocher en Springer, die een Engelse stijl nastreefden met veel doorkijkjes, paden aangelegd in lusvorm en vooral heesters en bomen. Tuinarchitect L.A. Springer van De Nieuwe Ooster had een passie voor dendrologie, boomkunde. Aan het eind van de negentiende eeuw plantte hij tal van exoten tussen de graven en langs de lanen. De Ooster beslaat met een oppervlakte van meer dan dertig hectare een fors areaal van rust, stilte en ook, in de avond, eindelijk de donkerte die in een stad zo bitter wordt gemist. Daarom kiezen uilen begraafplaatsen als broedgelegenheden en vinden ringslangen op begraafplaatsen beschutting. Boom- en slechtvalken doorkruisen het luchtruim boven De Ooster.

Soms stelt een boom de beheerders van een begraafplaats voor problemen. Mensen planten graag een boom op een graf. Na verloop van decennia is die uitgegroeid en kan niet meer gemist worden. Op Zorgvlied overheersen bloesem- en vruchtdragende bomen de nieuwe aanleg. Sinds enkele jaren is De Nieuwe Ooster een Rijksmonument en een beschermd arboretum. Bomendeskundige Johan Mullenders heeft een route van zo'n twee uur uitgezet die leidt langs een overweldigend aantal soorten. Op een middag in mei dwaal ik langs watervallen van bloesem en blad, ik zie koolmezen de jongen voeren, gaaien schieten door het loof, hanen pralen op grafstenen en kraaien onophoudelijk. Ik zie de symboliek van de cirkelgang van het leven. Niet alleen de vogels hebben vleugels op een kerkhof, ook de treurende stenen en bronzen engelen spreiden de wieken. Ik bestudeer de aerodynamische kwaliteit van een engelvleugel en het moet gezegd: de grafkunstenaars van toen wisten uitstekend de hand- of slagpennen uit te beelden, de dekveren, de duimveren, de algehele welving van een vleugel.

Mullenders’ bomenroute door deze waardevolle funeraire biotoop laat zien waar zich, tegenover de zwarte berken, de doodsbeenderenboom bevindt en voorts de hemelbloem, judasboom, zwepenboom, de zakdoekjesboom want de bloeiwijze lijkt op zakdoekjes, Japanse notenboom, witte moerbij, Hongaarse zilverlinde. Ik kan de verleiding niet weerstaan de doodsbeenderenboom (Gymnocladus dioica) aandachtig te bekijken. Met zo'n boom willen vast mensen praten. Aan de voet is hij knekelvormig. De bladeren zijn dubbelgeveerd. Ik lees in de Bomenroute: „De vuil-bruine/ grijzige twijgen die blauwig berijpt zijn met de vale ‘lijkkleur’ van skeletbeenderen, zouden een verwijzing zijn naar de Nederlandse benaming”.

Voor meer informatie: www.denieuwer.nl; www.begraafplaatszorgvlied.nl De Terebinth, Vereniging voor Funeraire Cultuur, geeft wandelgidsen uit voor Nederlandse begraafplaatsen; www.terebinth.nl