Onderbenut talent

Aanleg voor bèta, maar toch geen bètaprofiel. Want: te moeilijk, te saai en nergens voor nodig. Marlies Hagers

Het profiel Natuur & Techniek is niet populair, óók niet bij leerlingen die het makkelijk aan zouden kunnen. Maar liefst 43 procent van de meisjes en 31 procent van de jongens met aanleg voor exacte vakken benutten dit talent niet helemaal. Want aan het eind van de derde klas kiezen ze voor het profiel Natuur & Gezondheid, of zelfs voor een maatschappijprofiel. Darmee sluiten ze de weg naar een technische of ‘harde’ bètastudie in de praktijk af. Er zijn in totaal vier eindexamenprofielen in het vwo.

Deze onderbenutting blijkt uit een onderzoek van Annemarie van Langen en Herman Vierke van het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS, dat deze week is gepubliceerd.

De kwestie – onderbenutting van bètatalent – is van belang omdat de overheid erg graag wil dat meer jongeren een bètastudie kiezen. Nederland bungelt onderaan in de Europese ranglijst van aantallen afgestudeerden in hoger bèta- & technisch onderwijs. De Europese ‘Lissabon’-doelstelling voor 2010 is 15 procent meer bèta-afgestudeerden dan in 2000. De initiatieven die hiervoor op universiteiten zijn genomen, beginnen vrucht af te werpen (zie kader). Maar in het hbo en vooral op de scholen kan er nog veel verbeteren.

scheef

In het onderzoek Het onderbenutte bètatalent van vwo-leerlingen staat de profielkeuze van derdeklassers centraal. De onderzoekers volgden 1.600 vwo-leerlingen die in het schooljaar 1999/2000 naar de brugklas gingen. Ze hielden de cijfers van de leerlingen bij en vergeleken die met hun profielkeuze aan het eind van de derde klas. De leerlingen die ‘scheef’ kozen – geen Natuur & Techniek (N&T) ondanks talent voor bètavakken – werden uitgebreid ondervraagd over die keuze. De vragen gingen bijvoorbeeld over de adviezen van school en thuis, hun beroepsperspectief en of ze dachten dat ze de capaciteiten hadden om te slagen voor natuurkunde.

De onderzoekers zeggen met nadruk dat onderbenut bètatalent nog niet wil zeggen dat leerlingen verkeerd kiezen. Een leerling kan heel goed ook ándere talenten hebben die de keuze voor een bepaald profiel verklaren. Maar de uitkomsten van het onderzoek kunnen wel laten zien wat er moet gebeuren om leerlingen over te halen de weg naar een bètastudie in ieder geval open te houden.

Zo kiezen leerlingen hun profiel vooral op basis van wat ze weten over opleidingen en mogelijke beroepen. Geen opzienbarende conclusie, maar de onderzoekers ontdekten ook dat leerlingen wel heel weinig weten over bètastudies en -beroepen.

Een andere conclusie is dat leerlingen geneigd zijn de adviezen van de school én van hun ouders zeer serieus te nemen. Met andere woorden: N&T wordt blijkbaar niet voldoende gepromoot. De onderzoekers denken dat docenten, decanen en ouders net zo min veel weten over bijvoorbeeld de keur aan technische beroepen. Ook leven er, denken ze, nog veel stereotiepe denkbeelden (bij ouders en docenten) rond alles wat ‘bèta’ heet: moeilijk, saai en niks voor meisjes.

imago

Een derde conclusie betreft het imago van het vak natuurkunde. Dat is niet geweldig. Leerlingen die een natuurprofiel aankunnen maar niet kiezen, vinden het geen leuk vak. Ze denken dat het verschrikkelijk moeilijk gaat worden in de bovenbouw en ze hebben ook het gevoel dat het nergens goed voor is als ze het blijven doen. Opvallend is dat het vak economie juist als ‘zeer goed voor later’ uit de bus komt – bij jongens nog meer dan bij meisjes. Werk aan de winkel dus voor de natuurkundedocenten. Of dit imagoprobleem ook speelt bij de andere bètavakken, is niet onderzocht.

De onderzoekers doen geen voorstellen om het onderwijs anders in te richten. Dat hebben de zogenoemde profielcommissies, die de minister adviseren over herinrichting van de profielen na 2010, eerder wel gedaan. In hun ontwerpadvies Bruggen tussen Natuur en Maatschappij (december 2006) stelden zijn voor de twee natuurprofielen samen te voegen. Daarmee zouden leerlingen die nu Natuur & Gezondheid kiezen – nu vooral de meisjes met bètatalent – voor de harde bètawetenschap ‘behouden’ blijven. De vorige onderwijsminister Van der Hoeven reageerde indertijd zeer geïrriteerd op dit voorstel. Hoe de nieuwe minister Ronald Plasterk – zelf een bèta – erover denkt, weten we nog niet.