Nog is het wachten niet voorbij

Het kabinet stemde gisteren in met een pardonregeling voor asielzoekers. Gemeenten moeten voor inburgering en opvang zorgen.

Voor de duizenden asielzoekers die in opvanghuizen of uitzetcentra het nieuws volgen, kwam aan bijna vijf maanden wachten gisteravond een eind. Het kabinet bereikte overeenstemming over de uitwerking van een pardonregeling voor asielzoekers die nog onder de oude Vreemdelingenwet vallen.

Het nieuwe wachten kan nu beginnen. Hoewel de algemene criteria nu bekend zijn, zullen individuele beslissingen nog wel even duren. Zeker voor de asielzoekers die niet meer in de systemen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zitten – zoals „uitgeprocedeerden die met onbekende bestemming” uit Nederland zouden zijn vertrokken, wat vaak betekent dat ze illegaal werden –, kan goedkeuring van een ‘pardonvergunning’ tijd vergen. Als de Tweede Kamer voor de zomer met de regeling instemt, „kunnen heel veel mensen voor het eind van het jaar zekerheid hebben”, zegt de verantwoordelijke staatsecretaris Albayrak (Justitie, PvdA).

Burgemeesters en hun gemeenten krijgen een belangrijke rol. De asielzoeker die niet in de systemen van de IND zit, kan alleen voor een pardon in aanmerking komen als ‘zijn’ burgemeester hem voordraagt. Daarvoor moet de burgemeester verklaren dat de persoon in ieder geval heel 2006 in de gemeente woonde. Verder moeten gemeenten voor inburgering en huisvesting zorgen. Dat laatste moet uiterlijk eind 2009 geregeld zijn.

Gemeenten hebben ook een belofte moeten doen: ze mogen na 2009 geen uitgeprocedeerde asielzoekers meer opvangen. Dat deden sommige gemeenten onder het vorige kabinet wel, wat geregeld de woede wekte van toenmalig minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD). Bij de formatiebesprekingen eiste het CDA – eerst nog fel tegen elke pardonregeling – van de nieuwe coalitiepartners PvdA en ChristenUnie dat gemeenten zouden stoppen met deze noodopvang.

Dat er nog wel wat oud zeer tussen gemeenten en Rijk weggenomen moest worden, blijkt ook uit de tekst van het bestuursakkoord dat tussen beide partijen is gesloten. Er moest bijvoorbeeld vastgelegd worden dat „het vreemdelingenbeleid op humane en zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd”. Was dat dan voor sluiting van dit bestuursakkoord niet zo? Het lijkt een echo van gemeentelijk onbegrip voor de manier waarop het vorige kabinet de Vreemdelingenwet toepaste.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) sprak vannacht van „nieuw vertrouwen” tussen het kabinet en gemeenten.

Hoe houdbaar dat vertrouwen is, moet nog blijken. Op het ministerie van Justitie zullen de opmerkingen van de Amsterdamse wethouder Marijke Vos (GroenLinks) vorige week nog wel tot wat beroering hebben geleid. Volgens haar konden uitgeprocedeerden in nood op steun van Amsterdam blijven rekenen. „Ik vertik het om mijn zorgplicht te grabbel te gooien.” Ook andere gemeenten blijven dat voorbehoud maken.

Met het pardon hoopt Albayrak nu de erfenis van de oude Vreemdelingenwet – die haar voorgangers Hilbrand Nawijn (LPF) en Verdonk soms tot wanhoop dreef – achter zich te laten. De vraag is of dat lukt. Als sommige gemeenten het ‘verbod’ op noodopvang minder serieus nemen dan Albayrak wil, zullen oppositiepartijen niet aarzelen haar daarover naar de Kamer te roepen.

Iets anders is de technische uitvoerbaarheid van de pardonregeling. Tegenstanders van een regeling hebben altijd gewaarschuwd dat het een utopie zou zijn te hopen dat er een juridisch waterdichte vorm mogelijk was. Ook al is de pardonregeling voor een beperkte groep mensen bedoeld, de regeling zal toch een aanzuigende werking hebben. Ook zullen asieladvocaten proberen de regeling op te rekken.

Volgens hetzelfde ministerie van Justitie dat nu de pardonregeling heeft ontworpen, was een technisch goede regeling niet te maken. Met de nieuwe politieke kleur op het departement is niet alleen deze mening herzien, maar ook de schatting van het aantal mensen dat ervoor in aanmerking komt. Onder Verdonk becijferden de ambtenaren nog dat de doelgroep kon oplopen tot 200.000 mensen. Albayrak noemde gisteren een „nauwkeurige schatting” van 25.000 tot 30.000.

Veel asieladvocaten hebben een ander fundamenteel bezwaar. Ook onder de nieuwe Vreemdelingenwet blijkt dat jarenlange procedures nog steeds mogelijk zijn. Het nieuwe kabinet heeft zich wel voorgenomen de procedure aan te passen. Maar de ‘nieuwe-wetters’, die soms ook al jaren in Nederland wonen, hoeven van de pardonregeling niets te verwachten. Albayrak: „We hebben op geen enkele manier de verwachting gewekt dat zij eronder zouden vallen.”

Het pardon en de aanpassing van de procedure zullen het asielbeleid stressbestendig maken, denkt Albayrak. „Ik weet zeker dat we geen nieuwe roep om een pardon zullen krijgen.”