Multatuli en Benali op zijn Grieks

De boekenbeurs in het Griekse Thessoloniki legt niet alleen contacten rond de Middellandse Zee, maar ook met Nederland.

De vierde boekenbeurs van Thessaloniki is weer groter geworden, met uitgevers en literaire organisaties uit 47 landen. Vijfenzestig Griekse en twaalf buitenlandse schrijvers nemen deel aan honderdvijftig discussies, fora en interviewsessies.

Oost en West verbinden was de doelstelling, de boekenwereld van Balkan en de Méditerranée met elkaar in contact brengen, maar ook die uit Libanon, Egypte, Algerije en Marokko. Dat is gelukt, want ze zijn er allemaal, uitgevers, vertegenwoordigers van ministeries en boekenbeurzen elders, schrijvers en meer dan 50.000 bezoekers.

De Egyptische schrijver-tandarts Alaa El Aswany geeft interviews over de verfilming van zijn bestseller Het Yacoubian. De officiële Egyptische Boekenorganisatie uit Caïro laat verstek gaan. ,,Ik ben veel te kritisch voor die lui”, grijnst El Aswany.

Elders wordt de Griekse schrijver en uitgever Takis Theodoropoulos ondervraagd over zijn nieuwe roman De Venus van Milo (centrale vraag: hoe zou ze haar hand hebben gehouden en wat zegt dat over de status van deze vrouw?). Theodoropoulos is een van de weinige hedendaagse Griekse schrijvers die zich positioneert ten opzichte van de klassieke Griekse literatuur. Hij schreef romans over Xenophon en Aristoteles, nam Griekse mythologie tot uitgangspunt. Hij startte de eerste Griekse leesclub. Advocaten, dokters, kruideniers lezen Plato.

Voor het eerst is het Nederlands Produktiefonds aanwezig met drie Nederlandse schrijvers, Abdelkader Benali, Arthur Japin en Arnon Grunberg. ,,Nederlandse literatuur bestaat niet in de Griekse beleving”, zegt directeur Henk Pröpper, ,,met uitzondering van Harry Mulisch misschien.” Drie Griekse journalisten haalde hij naar Nederland met als resultaat een Griekse uitgave over de Nederlandse literatuur, de boeken- en de uitgeefwereld, met het melkmeisje van Vermeer op de cover.

Pröpper waardeert de beurs als kruispunt tussen de levante en Europa en ziet zijn aanwezigheid ook als geste naar de initiatiefnemers. ,,De grote deals worden niet hier gemaakt, hier vind je mensen die om boeken geven, die zich inspannen om het boekenvak te professionaliseren, mensen die ervoor ijveren literatuur een plek te geven in het curriculum van scholen. Wij hebben geen idee hoe bevoorrecht Nederland in dat opzicht is.”

Griekse uitgevers hebben interesse voor Nederlandse literatuur. Multatuli verschijnt binnenkort in het Grieks, belangstelling is er ook voor Campert, Wolkers, Van Dis, Stine Jensen, Bas Haring en Thijs Goldschmidt.

Bij twee ronde-tafels staat de Nederlandse literatuur centraal. ,,In Nederland kunnen schrijvers vrij ademhalen”, zegt journalist Manolis Piblis in zijn introductie, ,,schrijvers als Abdelkader Benali en Kader Abdollah hebben hun plek in de literatuur, Arthur Japin schrijft openlijk over het slavernijverleden. In Griekenland is die vrijheid veel beperkter.”

Dat schiet Grunberg, geïntroduceerd als ‘de Nederlandse Houellebecq’ in het verkeerde keelgat. ,,Er zijn veel redenen om Nederland niet te idealiseren. ,,Mijn ouders waren Duits en voelden zich er helemaal niet op hun gemak. Bovendien is het niet genoeg als er in een land geen censuur is. Identiteit is een mythe, je moet je onttrekken aan de identiteit die je wordt opgedrongen.” Ook de in Albanië geboren schrijver en journalist Gazmend Kapplani zocht zijn heil buiten de grenzen van zijn geboorteland. Via het Grieks kon hij ontsnappen aan de Albanese dictator. ,,Het heeft mijn leven gered”, zegt hij zonder ironie. ,,Ook ik ben opgegroeid onder een dictator”, zegt Abdelkader Benali, ,,dat was mijn vader. Hij was slager.”