Liever geen vlees op kerkhof Boven-Silezië

In het Poolse stadje Tarnowskie Gory bouwen Krzysztof Mazik en zijn gezin op eigen kosten monumenten voor het uitgewiste joodse en protestantse verleden.

Vandaag is het feest in Tarnowskie Gory, een stad van 60.000 inwoners in Boven-Silezië. In het park naast het lyceum wordt een monument onthuld, dat de geschiedenis van deze plek als protestantse begraafplaats in herinnering roept.

De lokale bevolking weet dat best; men eet er bijvoorbeeld liever geen vlees, dat is niet smakelijk als er zo veel beenderen in de grond liggen. Maar in de jaren zestig zijn alle uiterlijke kenmerken van een evangelisch-lutherse dodenakker door de communistische autoriteiten verwijderd.

Het monument is een initiatief van een stichting, die eigenlijk maar uit één man en zijn beide dochters bestaat. Krzysztof Mazik, eigenaar en programmeur van de kunstgalerie Inny Slask (‘Het andere Silezië’), wil niet alleen de lelijkheid en de wansmaak bestrijden, maar ook de bevolking bewust maken van de geschiedenis van de stad. Een paar jaar geleden zette zijn stichting al een zuiltje op een parkeerplaats tegenover de grootste discotheek in de wijde omtrek. Een paar keer per week is er een kleine warenmarkt. Tot 1945 stond er de synagoge van Tarnowskie Gory of, zoals het de vier eeuwen daarvoor heette, Tarnowitz. Precies op de plek van het gedenkteken werd vroeger de thora bewaard.

In de jaren dertig woonden er duizend joden, negenduizend Polen en twaalfduizend Duitsers, van wie ongeveer de helft naar de evangelische kerk ging. Aan de grote markt in het centrum staat de protestantse kerk, de rooms-katholieke vind je in een van de zijstraten.

In de achttiende en negentiende eeuw was het tot achtereenvolgens Oostenrijk, Pruisen en het Duitse keizerrijk behorende Tarnowitz een welvarende stad, door de vele mijnen, waar vooral lood en zilver werd gedolven. In 1788 was er voor het eerst buiten Engeland een stoommachine in werking, om water uit de mijnen te pompen. In de jaren twintig van de vorige eeuw sloten de laatste mijnen en na de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers de benen, voor het Rode Leger uit; tegenwoordig beschikt de streek binnen en buiten Polen over een wat treurige reputatie.

Krzysztof Mazik (57) gelooft in de veerkracht van Silezië, ook al maakt hij zelf een enigszins vermoeide en uitgestreden indruk.

Bij een wandeling door het stadje, met jongste dochter Emillia (17) als tolk, windt Mazik zich op over de lukrake nieuwbouw in het centrum. Hij vindt die net zo erg als de ‘slechte kunst’ die het officiële culturele centrum presenteert, of het socialistisch-realistische mozaïek aan de gevel van dat gebouw, „gemaakt door een goede kunstenaar, die zich voor één keer heeft vergist”.

In zijn eigen galerie laat Mazik kunst zien die hij wel mooi vindt, gemiddeld veertien keer per jaar een expositie. Ook zijn er voorstellingen en concerten, bezocht door een vaste groep van honderd mensen, die hij zijn ‘familie’ noemt. De Maziks wonen zelf boven de galerie; ze hebben niet alleen hun huis, maar ook dat van de buren een opknapbeurt gegeven. Subsidie krijgen ze niet voor hun publieke activiteiten; ze moeten zichzelf bedruipen.

In het Slowaakse Zilina, waar Marek Adamow directeur is van een kunstencentrum in een functionerend treinstationnetje, beschreef hij zijn werk als „het van straat halen van afval en het in een vuilnisbak deponeren”.

Ook Krzysztof Mazik brengt in praktijk waar Danka Vidovic in Mostar en de Albanese Josefina Geljaj nog van dromen: het leveren van bijdragen aan een ‘civil society’, dat wil zeggen dat burgers hun verantwoordelijkheid nemen waar een cynische en onverschillige overheid het laat afweten en een groot deel van de bevolking nog zweert bij de passiviteit die in de communistische tijd de beste overlevingsstrategie vormde.

Het monument voor het protestantse kerkhof betaalde Maziks stichting uit eigen zak, hij heeft zelf met zijn zoon het gat gegraven voor de fundamenten.

Zou hij geen burgemeester willen worden van de stad? Immers, hij kan hier al niet rondlopen zonder vele handen te schudden. Hij schudt zijn hoofd. Hij heeft er de energie niet meer voor, zegt Krysztof Mazik - maar wie naar zijn gezicht kijkt, ziet hoe blij hij is dat zijn kinderen de restauratie van de geschiedenis van Tarnowskie Gory voortzetten.