Liever geen geld van de kleine duivel

De Tweede Kamer staat op het punt om weer geldelijke steun te geven aan de vrije pers in Iran. Eerdere steun bracht Iraanse activisten in grote problemen. „Wij hebben het al moeilijk genoeg zonder hulp van de Nederlandse overheid.”

Shadi Sadr (32), advocate en vrouwenrechtenactiviste, werkt thuis sinds haar arrestatie in maart. „We werden ondervraagd over het Nederlandse geld, Hivos, de campagne voor vrouwenrechten” Foto’s Newsha Tavakolian Tavakolian, Newsha

Dat de Iraanse advocate en vrouwenrechtenactiviste Shadi Sadr (33) twee weken in de Evin-gevangenis zat, was geen pretje. Dat haar oom zijn huis als onderpand moest geven voor haar borg van 175.000 euro, was al erger. En dat het kantoor van haar succesvolle vrouwenproject is gesloten door de Iraanse autoriteiten, is ronduit pijnlijk, zegt ze.

Maar het allerergst vindt Shadi Sadr dat het Nederlandse parlement overweegt opnieuw geld vrij te maken, 15 miljoen euro, voor mediapluriformiteit in Iran. „Onbegrijpelijk en gevaarlijk”, zegt ze. Het Nederlandse overheidsgeld dat de afgelopen jaren is besteed aan de vergroting van mediapluriformiteit in Iran, heeft hen in grote problemen gebracht, zeggen Sadr en veel andere Iraanse activisten. In de komende weken beslist de Tweede Kamer of het project wordt verlengd.

De Iraanse regering en de invloedrijke, ultraconservatieve krant Kayhan hebben de afgelopen maanden een agressieve campagne gevoerd tegen Iraanse activisten die geld ontvangen uit Nederland. Ze beschuldigen Nederland ervan dat het samen met de Verenigde Staten het Iraanse regime ten val wil brengen. De laatste weken zijn vijf Iraans-Amerikaanse academici opgepakt. Ze worden ervan verdacht met buitenlands geld het regime te ondermijnen.

In afwachting van haar rechtszaak werkt Sadr nu in het kantoor van haar man. Er staan maar twee stoelen in het kamertje met geel geverfde muren. „Al het meubilair, onze computers en onze dossiers zijn in beslag genomen”, zegt ze. Sommige vroegere collega’s durven niet meer met haar samen te werken.

Sadr, klein van stuk, is een van Irans bekendste activisten. Met succes voerde ze campagne tegen het stenigen van vrouwen en ze kreeg onschuldige vrouwen uit de gevangenis. „Er kan veel in Iran. Tenminste, tot nu toe. De ene keer moet je met de autoriteiten meewerken en de andere keer moet je de straat op”, zegt Sadr.

Haar grootste succes was het Raahiproject (Op weg). Tot twee maanden geleden hielpen Sadr en acht collega’s arme vrouwen uit Zuid-Teheran. De advocaten informeerden gescheiden moeders, alleenstaande vrouwen en slachtoffers van huiselijk geweld over voor hen gunstige bepalingen in het onduidelijke Iraanse rechtsysteem.

Raahi wordt financieel gesteund door de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos en heeft in anderhalf jaar tijd meer dan duizend vrouwen geholpen. „Hivos nam de tijd om de Iraanse situatie te leren kennen”, vertelde Sadr, nog voor haar arrestatie. „Projecten die Hivos ondersteunt, zijn gebaseerd op ideeën die uit de Iraanse maatschappij voortkomen. Dus niet op ideeën van een Nederlandse politicus die niets van Iran weet.”

In totaal ontvingen acht Iraanse partnerorganisaties ongeveer 1,5 miljoen euro voor acht projecten. Raahi kreeg 116.000 euro. De bedragen en namen van de Iraanse partners staan in het Engels op de website van de Nederlandse organisatie. In korte tijd groeide Hivos uit tot een van de grootste buitenlandse steunpilaren voor Iraanse ngo’s.

Medewerkers van Hivos zochten contact met Shadi Sadr in Iran en hielpen met het opzetten van Raahi. „Omdat het aannemen van buitenlands geld erg gevoelig ligt in Iran, hebben we onze samenwerking voorgelegd aan de autoriteiten in Teheran”, zegt Sadr. „Die zagen er geen probleem in.”

Iran heeft slechte ervaringen met buitenlands geld. In 1953 financierde de Amerikaanse CIA er een staatsgreep tegen de democratisch gekozen minister-president Mohammad Mossadegh.

De aanzet voor de arrestatie van Shadi Sadr gaf de Tweede Kamer, onbedoeld, tweeënhalf jaar geleden. De Kamer stemde net voor het kerstreces van 2004 unaniem in met een initiatief van het van oorsprong Iraanse Kamerlid Farah Karimi (GroenLinks) en Kamerlid Hans van Baalen (VVD). Nederland maakte 15 miljoen euro vrij voor een satellietzender die is gericht op Iran. De zender moest nieuws brengen dat de Iraanse media niet brachten.

Na de Verenigde Staten zou Nederland het tweede land worden met een door de regering betaalde zender, gericht op Iran. De zender moest worden bemand door Iraanse journalisten die zijn gevlucht naar Europa. Ook diende er een kantoor in Teheran te worden geopend. „Vrijheid van meningsuiting is de eerste stap op weg naar democratie”, zei Karimi in maart 2005.

In diezelfde periode maakten de Verenigde Staten bekend 75 miljoen dollar vrij te maken voor het bevorderen van democratie in Iran. Eenzelfde bedrag wordt dit jaar vrijgemaakt. Veel Amerikaanse neoconservatieven hopen op een fluwelen regimewisseling in Iran met behulp van studenten-, vrouwen- en mensenrechtenorganisaties. Eerder gebeurde dit in Georgië en de Oekraïne.

In mei 2005 bleek dat de satellietzender er niet zou komen. De toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, legde de Kamer uit dat het onmogelijk is om een kantoor in Teheran te openen. Hij was ook bang dat de betrekkingen met Iran onder het project zouden lijden. Bot stelde voor om de 15 miljoen te verdelen over verschillende projecten die de vrije pers in Iran zouden bevorderen.

Voor Mahboubeh Abbasgholizadeh (48), directrice van het NGO Training Centre, was het afblazen van de satellietzender een belangrijk moment. „Nadat het televisieproject was afgeblazen, zijn er geen haalbaarheidsonderzoeken gedaan voor de andere projecten in Iran”, zegt de activiste. Abbasgholizadeh zette al in 1986 haar eerste ngo in Iran op. Steun is goed, zegt ze, maar niet van een buitenlandse overheid. „Natuurlijk is de Iraanse regering argwanend.”

Iran gaf in juni 2005 een eerste waarschuwing aan Nederland. Tijdens een bezoek aan haar geboorteland Iran in juni 2005 werd het Kamerlid Farah Karimi aangehouden op het vliegveld. De telefoonnummers van haar contacten in Iran werden volgens haar gekopieerd. Ze is sindsdien niet teruggekeerd naar Iran.

In Nederland dienden 48 stichtingen, organisaties en Iraanse ballingengroepen aanvragen in om in aanmerking te komen voor een deel van de 15 miljoen euro. Een speciale commissie van het ministerie wees op 1 november 2005 subsidies toe aan elf groepen waarvan de namen geheim werden gehouden. Geen enkele is afkomstig uit Iran zelf. Sommige ontvangers kozen er zelf voor om in de openbaarheid te treden.

Het grootste deel van het Nederlandse overheidsgeld werd besteed aan de oprichting van een Iraanse radiozender Zamaneh, (Tijden) in Amsterdam, waarvoor de organisatie PressNow twee miljoen euro ontving. Een ander deel ging naar stichtingen die journalistentrainingen organiseren in buurlanden van Iran en in Teheran.

Eind 2006 gingen de projecten langzaam van start. De eerste problemen dienden zich snel aan. De hoofdredacteur van Radio Zamaneh, Mehdi Jami, kreeg in Teheran van de Iraanse geheime dienst te horen dat het Nederlandse project gericht is op de val van het regime. Enkele Iraanse journalisten van Zamaneh, 'tijden' werden bij hun terugkeer in Teheran ondervraagd.

In september 2006 maakte de Amerikaanse organisatie Freedom House op haar website bekend 630.000 euro van de Nederlandse overheid te hebben ontvangen voor het opzetten van een internetmagazine. Dit magazine, Gozaar.org, wordt grotendeels geschreven door Iraanse oppositiefiguren in de Verenigde Staten. Freedom House ontvangt 80 procent van zijn geld van de Amerikaanse overheid. De organisatie was een van de drijvende krachten achter de fluwelen revoluties in Servië en Oekraïne. De voorzitter van Freedom House, Peter Ackerman, heeft een eigen organisatie die een wisseling van het regime in Iran bepleit.

Volgens Loes Bijnen, voormalig mensenrechtenspecialiste van de Nederlandse ambassade in Teheran, had Nederland nooit geld aan Freedom House mogen geven. „Amerika is voor Iran de grote Satan. Wie aan Amerika fondsen verstrekt waarmee in Iran democratie moet worden gepropageerd, wordt zelf een kleine duivel.”

„Stel dat Iran een aantal Nederlandse journalisten zou uitnodigen voor workshops over de voordelen van een Islamitische Republiek in Nederland”, zegt Bijnen die vijf jaar in Iran woonde en op persoonlijke titel spreekt. „Daar zouden wij in Nederland ook niet blij mee zijn.”

„Het was verkeerd om geld te geven aan Freedom House”, vindt de Iraanse journaliste en activiste Asieh Amini. „Maar vergeet niet dat de Iraanse overheid altijd redenen verzint om ons aan te pakken. Dit is een regime dat neigt naar totalitarisme. Wij, de activisten, zijn het probleem voor de Iraanse regering. Niet het Nederlandse geld.”

In Iran hebben in 2005 de hervormers het veld geruimd voor de neoconservatieven van Mahmoud Ahmadinejad. Veel van de nieuwe bestuurders hebben een militaire achtergrond en bepleiten een hardere buitenlandpolitiek en controles op hoofddoekjes en satellietschotels. Iran zet de onderhandelingen met het Westen over zijn omstreden nucleaire programma op scherp door weer uranium te verrijken en de president trekt de holocaust in twijfel. De Amerikaanse regering neemt een steeds hardere houding aan tegenover Iran.

„Na de verkiezingsoverwinning van Ahmadinejad is het klimaat langzaam veranderd”, zegt Loes Bijnen. Het blijft niet meer bij waarschuwingen tegen projecten die met buitenlands geld zijn gefinancierd.

Na arrestatie van drie Iraanse vrouwen op weg naar een workshop in India die was gefinancierd met Nederlands overheidsgeld, begint de ultraconservatieve krant Kayhan met een campagne tegen de Nederlandse steun. Telkens wordt Freedom House genoemd als bewijs voor de samenwerking van Nederland en Amerika. Als Kayhan mensen of organisaties beschuldigt, volgen er vaak arrestaties.

Nadat 33 vrouwelijke activisten op 4 maart werden opgepakt, onder wie Sadr, Abbasgholizadeh en de journaliste Asieh Amini, voerde het regime zijn beschuldigingen op. „Ik stond daar als vrouwenactivist, niet als directrice van Raahi”, vertelt Shadi Sadr. „Maar dat onderscheid hebben de autoriteiten niet gemaakt.” Samen met Abbasgholizadeh werd Sadr twee weken vastgehouden en ondervraagd, terwijl de andere activisten na een paar dagen werden vrijgelaten. „We werden ondervraagd over het Nederlandse geld, Hivos, de campagne voor vrouwenrechten en de Amerikaanse begroting voor Iran”, zegt Shadi Sadr. Uiteindelijk kwam het tweetal vrij nadat familieleden hoge borgsommen hadden betaald.

Na hun vrijlating begon het dagblad Kayhan ook te schrijven over de financiële steun van Hivos. De Iraanse minister van Informatie beschuldigde vrouwen- en studentenorganisaties ervan door „buitenlandse machten” te worden betaald. „Ze hebben een aantal groepen uitgenodigd in het buitenland voor training in zachte regimewisseling en met financiële steun, intense propaganda en economische druk proberen ze de massa’s van de overheid te scheiden.”

Het blad van de Iraanse Ansar-e Hezbollah, een ideologische knokploeg, schreef dat Nederland een „belangrijk centrum” is geworden voor „steun aan groepen die het systeem omver willen werpen”. Tijdens studentenprotesten drie weken geleden, beschuldigde Kayhan een studentenleider ervan voor „Hivos te werken en het regime om omver te willen werpen”.

„Die beschuldigingen zijn compleet belachelijk”, zegt Marcel van der Heijden van de organisatie. „Hivos krijgt geen geld uit de VS voor haar programma in Iran en heeft geen relatie met de Amerikaanse overheid.”

Officiële Iraanse beschuldigingen aan het adres van Nederland bleven uit. Maar bijna alle Hivos-projecten in Iran zijn stopgezet, kantoren zijn gesloten en rekeningen geblokkeerd.

Sohrab Razzagi, directeur van het ICTRC, een ngo die andere ngo’s traint, had 436.000 euro van Hivos ontvangen. Op 15 maart werd hij aangehouden. „Gezien de huidige internationale situatie is de Iraanse regering erg bezorgd”, zegt hij. „Ik geef ze daar gelijk in. Met het geld van de Nederlandse regering hebben wij niets te maken. Maar we zijn nu wel gesloten. Dat was niet gebeurd als de Nederlandse overheid geen geld voor steun ter beschikking had gesteld.”

Een westerse diplomaat in Iran is niet te spreken over de manier waarop Nederland heeft geopereerd . „Iran is een land waar je achter de schermen dient te werken. Nederland is als een olifant door de porseleinkast gegaan. Mensen zijn gearresteerd. Het is onverantwoordelijk geweest.”

Hivos heeft het Nederlandse initiatief altijd gesteund. „Maar het heeft onze partners ernstig gehinderd”, zegt Marcel van der Heijden. Hij wil met de Iraanse organisaties overleggen om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.

En opnieuw staat de Tweede Kamer op het punt 15 miljoen euro beschikbaar te stellen voor ondersteuning van de vrije pers in Iran. Voor het zomerreces moet daarover worden beslist, liet de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, in een recente brief aan de Kamer weten. Volgens Sadr zou het „een ramp zijn” als de Kamer daarmee akkoord gaat. „Daarmee helpen ze onze regering ons nog meer te onderdrukken.”

Als Nederland weer 15 miljoen euro beschikbaar stelt, hoopt Shadi Sadr dat minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen naar Iran komt om uit te leggen dat Nederland niet het Iraanse regime omver wil werpen. „De misverstanden moeten uit de wereld worden geholpen. Als dit niet gebeurt, zullen er meer ngo’s worden gesloten in Iran en meer mensen worden opgepakt.”

„Waar zijn de evaluaties van het project? Waar kunnen we lezen dat dit een succes is geweest?”, vraagt Abbasgholizadeh zich af. „Geef het geld aan internationale organisaties als Amnesty, of geef individuen beurzen of visa, maar geen ambitieuze programma’s graag. Wij hebben het al moeilijk genoeg in Iran zonder hulp van de Nederlandse overheid.”