Indoctrinatie rondom een plasmatelevisie

De krant doet dagelijks verslag van de examens. Economie (vmbo bb) door de ogen van Jeroen Wester (vwo), examenjaar 1987, cijfer 8.

Economie boeit me omdat het de werkelijkheid kan verklaren. Omdat je soms beter kan begrijpen waarom de hazen lopen zoals ze lopen. Economie gaat over gedrag van mensen, van bedrijven en van een samenleving.

Gistermiddag volgde ik het examen van vmbo bb, de laatste twee letters staan voor basisberoepsgerichte leerweg. Vroeger noemden we dat jargon. Maar niet zeuren, aan de slag.

Ik heb anderhalf uur voor 36 vragen, deels open vragen deels meerkeuzevragen. Wat zou een geslaagde leerling in het voortgezet middelbaar onderwijs van economie moeten weten? Misschien wat het verschil is tussen sparen en beleggen. Of hoe je kunt zien wat een dure lening is. Of wat inflatie is – zowel in de macroeconomie als in de particuliere belevingswereld van groot belang.

Het eerste deel van het examen gaat over persoonlijk inkomen. Johan werkt zaterdag bij de bakker, een aardig bijbaantje. Economie in de categorie what’s in it for me.

Bij vraag 2 ga ik al onderuit – blijkt bij het nakijken. Johan krijgt van de bakker gebak mee. „Geef naast het gebak en het loon twee andere vormen van beloning.” Opties, aandelen, bonussen, auto van de zaak, afscheidspremie, gouden horloges, schiet het door mijn hoofd. Maar het antwoord had winst, rente, pacht, huur of dividend moeten zijn. Een definitiekwestie.

Het tweede deel gaat over duurzame energie. Goed gevonden: hierin komen wereldeconomie, de olieprijs, het overheidsbeleid en de kostprijs van een volle benzinetank samen. Vraag 12 luidt: Moet de overheid wel of geen subsidies geven om het verbruik van duurzame energie te stimuleren? Joop Wijn, de voormalig minister van Economische Zaken, zou hier geen punten scoren. Ja en Nee is mogelijk, maar afwijzing van subsidiëring met het argument dat het geld kost, moeten de examinatoren fout rekenen. Het lijkt bijna op het afkeuren van een politieke overtuiging.

Dezelfde starheid zit in het antwoord op de vraag wat de beste overheidsmaatregelen zijn om milieuvriendelijk te consumeren. Bij een plasma-tv is dat heffing, bij openbaar vervoer is dat subsidie en bij drinkwater is dat voorlichting. Punt uit. Voorlichting bij plasma-tv’s is fout en een heffing op drinkwater kennelijk ook. Het doet een beetje denken aan de indoctrinatie die ik me van de lagere school herinner: steden zijn vies, dorpen zij schoon, Indonesië was een politionele actie.

Het is goed dat er rekenvoorbeelden in zitten met plasma-tv’s of mp3-spelers en of je dat met geleend geld moet kopen. Het examen lijkt soms een beetje op toegepaste wiskunde. Het lezen van grafieken wordt getest, de rekenvaardigheid en de interpretatie van tabellen. Nuttig, maar met economie heeft het niet zoveel te maken.

In de sommetjes blijkt sparen steeds gunstiger dan lenen. Een elegante manier om matiging te prediken. Dat zouden al die heren van investeringsmaatschappijen ook eens moeten beseffen, maar die hebben meestal geen vmbo gedaan.

In de vragen zit ook een dosis calvinistisch arbeidsethos. Bijvoorbeeld bij vraag 18. Soms is de auto goedkoper dan de trein. Geef een reden waarom mensen toch voor de trein kiezen. „In de trein kun je werken”, is een van de mogelijke antwoorden. Slapen, dagdromen of een biertje drinken staan er niet bij. Maar hopen dat dat goedgekeurd wordt.

Examenervaringen op nrc.nl/eindexamen