In de julihitte gekweekt, in de natte augustus verspreid

De weersomslag vorige zomer van extreem heet (juli) naar extreem nat (augustus) heeft mogelijk geleid tot veel meer legionellabesmettingen dan in andere jaren.

Onderzoekers van de Princeton University in New Jersey (VS) hadden twee jaar geleden al een sterk vermoeden: een natte zomer zorgt voor meer legionellabesmettingen. Het was hen opgevallen dat in de omgeving van Philadelphia vlak na een zomerse periode met zware regenval, meer mensen de veteranenziekte kregen.

Deze ziekte, die dodelijk kan zijn, wordt veroorzaakt door de legionellabacterie. Besmetting vindt plaats door verneveling van waterdamp. Bijvoorbeeld via de uitstoot van koeltorens op gebouwen of via een waterleidingsysteem waarin de bacterie zich kan voortplanten. Zoals pas nog in het Haagse HagaZiekenhuis. Een patiënte overleed deze week aan de gevolgen.

De onderzoekers van de Princeton University concludeerden na hun onderzoek dat perioden van zomerse regenval inderdaad een effect hebben op de verspreiding van de bacterie. Het risico neemt toe bij een hogere vochtigheid en regenval. De zomer van 2006 in Nederland lijkt die theorie te bewijzen.

Juli 2006 was de warmste julimaand in driehonderd jaar, met een hittegolf van zestien dagen. Airconditioning en koeltorens draaiden op volle toeren. Vanaf 1 augustus leek het alsof een knop was omgezet. Oceaandepressies zorgden voor een rigoureuze weersomslag. Augustus was koel en, met gemiddeld 185 millimeter regen, de natste augustus in honderd jaar.

Deze weersomslag is mogelijk de oorzaak geweest voor de hausse aan legionellabesmettingen die Nederland getroffen heeft, zo vermoedt het Centrum Infectieziektebestrijding, onderdeel van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. Uit een recente RIVM-publicatie blijkt dat in augustus en september 2006 zeker 126 mensen de veteranenziekte opliepen in Nederland. Dat is drie keer zo veel als in voorgaande zomers. Zeven patiënten overleden, tientallen moesten in ziekenhuizen worden opgenomen.

Hoe omvangrijk de ‘epidemie’ was, blijkt uit een grafiek van het RIVM. In de afgelopen tien jaar schoot het aantal legionellameldingen slechts twee keer zeer fors omhoog: in 1999, tijdens de West-Friese Flora in Bovenkarspel (32 doden), en in de zomer van 2006. Anders dan in 1999 was vorig jaar niet één gemeenschappelijke bron aan te wijzen. De besmettingen waren bovendien verspreid over het land.

„Gebruikelijke theorieën verklaren niet de opvallend hoge piek in augustus en september”, zegt directeur R. Coutinho, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding. De meeste meldingen kwamen uit de regio’s Amsterdam, Kennemerland en Rotterdam en uit de provincies Brabant, Gelderland, Groningen en Drenthe. In Zeeland en Zuid-Limburg vonden geen besmettingen plaats (zie grafiek).

De eerste patiënten werden ziek in de tweede week van augustus. De tijd tussen de besmetting en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen is gemiddeld vijf à zes dagen. Daarom moeten de eerste besmettingen in de eerste dagen van augustus hebben plaatsgevonden. Juist toen sloeg het weer radicaal om.

„Zoekend naar een verklaring konden we veel zaken uitsluiten”, zegt directeur Coutinho. „Het gaat uitsluitend om individuele gevallen, verspreid over het land. We weten het dus niet precies.” Daarom doet het Centrum Infectieziektebestrijding nu nader onderzoek. Daarbij wordt gekeken naar omgevings- en klimatologische invloeden.

De legionellabacterie verplaatst zich gemakkelijk in vochtige lucht. De hoge luchtvochtigheid in augustus zou dus een deel van de verklaring kunnen zijn. In de voorafgaande extreem warme maand juli kon de bacterie zich bovendien goed ontwikkelen.

Opmerkelijk is dat ook Groot-Brittannië vorig jaar eenzelfde sterke toename van het aantal legionellagevallen in de maand augustus signaleerde. Vanuit België en Duitsland is geen toename van het aantal legionellabesmettingen gemeld. Dat kan aan de weersomstandigheden gelegen hebben, maar ook aan het registratiesysteem. Dat is in die twee landen minder goed dan in Groot-Brittannië of Nederland.

In de regio Rotterdam liepen vorig jaar acht mensen legionella op. De GGD Rotterdam-Rijnmond deed onderzoek, maar kon geen gemeenschappelijke bron aanwijzen. Wel ontdekte de GGD in koeltorens hoge tot zeer hoge concentraties legionella. De wettelijk verplichte beheersplannen bleken niet afdoende. Eén van de koeltorens was niet jaarlijks op legionella gecontroleerd. Bij een onderzoek in 2002 was al gebleken dat bijna de helft van alle koeltorens in Rotterdam een legionellabesmetting had.

De onderzoekers van de GGD pleiten dan ook voor een aanscherping van de wet. Er moet een verplichte registratie van koeltorens in Nederland komen. Ook moeten eigenaren van koeltorens verplicht worden om hoge concentraties legionella te melden bij de Arbeidsinspectie.