Het Scharrelkind

Lammeren dartelen. Kalfjes stuiteren op hoge poten door de wei. Dat doen ze niet uit blijdschap, dat doen ze omdat ze lam of kalf zijn. Eenmaal schaap of koe geworden, kuieren ze hooguit nog wat. De enkele keer dat een volwassen rund een jolig sprongetje maakt, krijgt het er meteen spijt van.

Zomaar in beweging uitbarsten, is een kenmerk van de jeugd. Met de energie die een kind bij het afroetsjen van één trap verspilt, kunnen zijn ouders een week door het bos wandelen. Vertederd zien volwassen mensen hoe hun kroost kolkt en bruist. Zo hoort het.

Maar het lijkt of de rollen worden omgedraaid. Steeds vaker zijn het de volwassen lichamen die op hol slaan. Dat heet sport. Alsof ze beseffen dat er iets niet klopt, verkleden sporters zich eerst als kind. Voor ze gaan hollen of ballen trekken volwassen mensen een korte broek aan, zetten ze een achterstevoren petje op of kopen ze een tennisrokje zo kort of er nog niks onder verborgen hoeft te worden.

De echte kinderen zien deze infantilisatie zo niet vertederd, dan toch hoofdschuddend aan. Zelf dartelen ze liever niet. Als ze zich al haasten, is het naar de computer thuis. Uren zitten ze zoutzaksgewijs achter het beeldscherm. Hollen naar vriendjes is nergens meer voor nodig, de communicatie verloopt vooral elektronisch. De resultaten zijn overal te zien: kinderen worden dikker en dikker. Regelmatig waan je je in Amerika wanneer je onze plofjeugd ziet. Als het zo door gaat, spat de hoop van het vaderland met een luide klap uiteen nog voor de poolkappen gesmolten zijn.

Het vaderland is in gevaar. Ministers, zorgverzekeraars, Erica Terpstra’s en gymleraren luiden de noodklok. De jeugd moet meer sporten! Maar dat kan de oplossing niet zijn. Er is nog nooit zoveel in Nederland gesport als nu. En in landen waar het meest gesport wordt, vind je de dikste kinderen. Waar moeten we de oplossing dan zoeken? Op de boerderij. Als je er goed kijkt, zie je achter de weiden met de lammetjes en kalveren de hallen met de kuikens en de biggen. Hoewel even jong als de eerste, is er bij de laatste van dartelen weinig sprake. Dat mogen ze niet. Ze moeten zo snel mogelijk dik zijn.

Elke boer weet hoe je dat doet. Geef volop voer uit automaten en zorg dat dat niet aan rondrennen of warmteregulatie wordt verspild. Zoals een bitterbal eerder koud is dan een bal gehakt, zo kunnen kleine dieren hun temperatuur lang niet zo goed vasthouden als grote.

Moderne kinderen worden als kippen gefokt. In enorme schoolgebouwen sudderen ze op constante temperatuur. Voederautomaten staan op elke gang. Het batterijkind groeit als kool. Maar wat in de veehouderij een doel was, is in de kinderfokkerij een ongewenst effect. Gelukkig weten boeren ook hoe je het ploffen van kippen kunt voorkomen. Niet met kippengymnastiek maar met een natuurlijke omgeving, die voldoende prikkels biedt voor een actief bestaan.

Kinderen moeten niet met de auto naar het sportveld maar met de fiets naar school. Daar hoef je hun calorieën niet meer in de gymzaal af te tappen als ze die al verbruikt hebben voor het beantwoorden van de prikkels in de klas. Als je je energie nodig hebt om op te letten en warm te blijven, heb je geen tijd om dik te worden. Voor wie varkens gelukkig kan maken op een biologische boerderij moet het een koud kunstje zijn om kinderen gezond op te voeden in kleinschalige scholen op fietsafstand.

Bevrijd onze jeugd uit de batterijscholen! Eis louter scharrelkind.

Bioloog Midas Dekkers schreef onder meer het boek ‘Lichamelijke oefening’ waarin hij het nut van sport-beoefening aan de kaak stelt.