Het kan echt: stijlvolle uitstapjes in Nederland

Buiten de Randstad valt veel mooie natuur te ontdekken, blijkt uit de nieuwe reisgids Buiten is het leuker. Paul Steenhuis sprak met de twee schrijfsters

Nederland is veel mooier dan we denken. „Op die rommelige bedrijventerreintjes bij mooie stadjes en dorpen na, natuurlijk.”

Dat is de mening van de twee Randstedelijke vrouwen, Marion van Eeuwen en Tonny Schoemaker (beide veertig plus) die onlangs een reisgids voor Nederland publiceerden met de titel Buiten is het leuker; stijlvol op stap in eigen land.

„Je hebt al veel afzonderlijke gidsen met bed and breakfasts, hotels, fietsroutes, wandeltochten en natuurgidsen”, vertellen de beide schrijfsters, die elke week voor deze krant de Agendabijlage samenstellen.

„Wij wilden een gids maken waarin die zaken gecombineerd zijn: we hebben per streek een keuze gemaakt van wandelroutes, cultuur, natuur, fietstochten, en plaatsen waar je overnachten kunt en lekker eten”, zegt Tonny Schoemaker.

„Stijlvol overnachten”, vult Marion van Eeuwen aan.

„Ja, stijlvol overnachten. Want we richten ons op veertigplussers die meer tijd en geld te besteden hebben dan vroeger in hun leven, die geïnteresseerd zijn in natuur en cultuur in ons land en niet langer op een natuurcamping willen slapen in een koude tent of in een caravan.”

Maar de meeste Nederlanders gaan in eigen land toch een dagtochtje maken als uitstapje? Die slapen ’s avonds weer thuis.

Schoemaker: „Wij zien als trend dat er steeds meer bed and breakfasts en dergelijke komen, van Limburg tot Friesland, die arrangementen aanbieden. Een nachtje of paar nachtjes slapen, gekoppeld met arrangementen om te fietsen in de buurt of lekker te eten. Dat is een groeiend type toerisme in Nederland, waar wij ons op richten.”

Van Eeuwen: „Ja, in Zuid-Oost Friesland heb je bijvoorbeeld De Buytenplaets. Dat is een bed and breakfast met een theetuin, in een mooie boerderij in Noordwolde. En in Limburg heb je steeds meer carréboerderijen die ook horeca of logeerplaatsen worden.”

Maar is dat niet duur en druk, in het weekeinde logeren op zulke nieuwe pleisterplaatsen?

Schoemaker: „Dat hoeft niet heel duur te zijn als je buiten het seizoen gaat en buiten het weekeinde. Vaak hebben zulke gelegenheden juist gunstige midweekarrangementen. En het is dan niet druk. Dan kan je beter genieten van de natuur en de culturele attracties. Neem bijvoorbeeld de streek waar ik veel kom, de streek tussen Gouda en Lopik, tussen Lek en IJssel. Daar zijn de dijken in het weekeind vaak vol met laatblitsers...”

Laatblitsers?

„Ja, dat zijn mannen die boven hun vijftigste de behoefte krijgen om snelle auto's te kopen of motoren en daar dan mee in een leren pak gaan rondrijden in het weekeinde. Dat noem ik laatblitsers.”

Van Eeuwen: „Maar die kun je dus mijden door door de week te gaan.”

Jullie hebben tien streken in Nederland gekozen om te beschrijven: Vlieland, Bergen (NH) en omstreken, Zuid-Oost Friesland, de Sallandse heuvelrug. Hilversum en omstreken, Gelderse Poort, Tussen Lek en IJssel, Walcheren en Zuid-Limburg. Waarom hebben jullie juist die keuze gemaakt?

Schoemaker: „Het zijn streken waar we min of meer bekend waren, omdat we al uitstapjes gemaakt hadden.”

Van Eeuwen: „En omdat we die streken erg mooi vonden.”

Jullie wonen beiden in de Randstad rond Rotterdam. Jullie kiezen voor groene, buitenachtige uitjes. Stadsmeisjes die nodig eens naar buiten moeten?

Van Eeuwen: „Ja, zo kan je de titel van ons boek natuurlijk wel opvatten. ‘Buiten is het leuker’, daar bedoelen we mee: buiten de Randstad.”

Schoemaker: „De Randstad is zo vol. Daarom bieden we in ons boek juist vooral plaatsen waar nog veel natuur is.”

Nederland als geheel is dus niet te vol?

Schoemaker: „Nee, er is nog zoveel mooie natuur in Nederland, waarin je heerlijk fietsen en wandelen kan.”

Van Eeuwen: „Korte wandelingen hoor. We beschrijven geen lange wandelingen waar je met de trein heen moet en dan weer terug.”

Schoemaker: „Nee, we geven informatie om een paar dagen leuk in een streek te toeven. Je kunt een leuke route wandelen of fietsen. Dan ga je lekker ergens eten. En dan ga je de volgende dag nog naar iets wat cultureel interessant is.”

En dan niet alleen maar opgeknapte kasteeltjes en antiekwinkels?

Van Eeuwen: „Nee, in Hilversum schrijven we ook over het spiksplinternieuwe Nederlandse Instituut voor Beeld en Geluid, waar je kennis kan maken met de televisiegeschiedenis van Nederland. Of de architectuur van Dudok, waarvan in Hilversum nog veel te zien is.”

Maar ook kwekerij de Limieten in Huizen voor tuinliefhebbers.

Van Eeuwen: „Ook ja. Dat bevelen wij aan, want wij vinden dat een leuk uitstapje.”

Schoemaker: „Natuur en buiten zijn vormen de hoofdmoot voor onze reistips. Maar we zijn breed geïnteresseerd. We hebben in onze gids ook korte tekstjes over culturele bijzonderheden uit de streek, zoals over de kaapvaart, die in Zeeland van 1500 tot 1800 van groot belang was, en waar veel over te bezichtigen is op bijvoorbeeld Walcheren.”

Jullie zijn in de streken die jullie beschrijven veel zelf op pad geweest. Wat is jullie opgevallen als toerist in eigen land?

Van Eeuwen: „Dat Nederland mooi is, vol groen en mooie natuur.”

Schoemaker: „Behalve dan die bedrijfsterreintjes. Elk dorp wil een zo’n terreintje, lijkt het wel.”

Van Eeuwen: „Ja, en als je een huis wil verbouwen zijn er zulke strenge eisen. Maar ieder dorp dat een bedrijfsterrein wil, kan een weiland kopen en er lelijke dozen van gebouwen op zetten.”

Over de verrommeling van Nederland wordt al veel geklaagd. Is er ook iets positiefs te melden over Nederland toeristenland?

Schoemaker: „Jazeker. Je merkt dat al die natuurbeheerinstanties, die vroeger niet zo samenwerkten, zoals Staatsbosbeheer, Natuur & Milieu en lokale organisaties, steeds meer samenwerken. Dat je dus aan elkaar verbonden natuurgebieden krijgt, met goede fiets- en wandelroutes. Daardoor wordt Nederland mooier en je kunt er volop van genieten.”

Van Eeuwen: „Vooral het gebied van de Noord-Hollandse Waterduinen vonden we prachtig en Zuid-Oost Friesland. Dat vonden wij als Randstadbewoners een ontdekking, hoe mooi dat was, en toeristisch voor fietsers en wandelaars goed aangelegd.”

Jullie praten maar over fietsen en wandelen, maar op het omslag van jullie boek staat een auto.

Schoemaker: „Je moet eerst wel even een stukje met de auto, als je naar buiten wilt.”

Marion van Eeuwen en Tonny Schoemaker: Buiten is het leuker; stijlvol op stap in eigen land. Uitg. Prometheus, i.s.m. NRC Handelsblad