‘Het is tijd dingen achter me te laten’

Na elf jaar bekende oud-wielrenner Bjarne Riis eindelijk wat velen al jarenlang hardop dachten. Ook de winnaar van de Tour de France van 1996 gebruikte doping. „Ik heb veel van het verleden geleerd.”

Maarten Scholten

Op een bedrijventerrein aan de rand van het Deens plaatsje Lyngby, vijftien kilometer ten noorden van Kopenhagen, bekent Bjarne Riis als eerste eindwinnaar in de geschiedenis van de Tour de France dat hij bij zijn zege van 1996 doping heeft gebruikt.

Meer dan honderd mediavertegenwoordigers, grotendeels uit Denemarken, zijn samengepropt in de benauwde kantine van het hoofdkwartiertje van Riis Cycling, het bedrijf van Riis. De ex-Tourwinnaar praat wel twee uur, uitsluitend in het Deens. Zijn blauwe ogen priemen de zaal in. Riis geeft toe, maar hij gaat niet door het stof. „Ik heb doping genomen van 1993 tot en met 1998”, zegt hij droog. „Epo, cortisonen en groeihormoon, een beetje.”

Of hij zijn Tourzege nu moet inleveren? „In die tijd reed iedereen die wilde winnen onder die voorwaarden. Mijn trui ligt in een doos in de garage, en je kan ’m zo op komen halen.” Ongebroken trots.

Een verontschuldiging aan de wielerfans kan er nog wel af. „Ik heb gelogen over deze dingen, tegen mezelf en tegen anderen. Ik had die periode achter me gelaten maar begrijp dat dat niet voor iedereen geldt. Het spijt me. Ik hoop dat jullie destijds toch een goede ervaring hebben beleefd. Ik deed mijn best.” Dunne lach.

Fel wordt Riis als de naam valt van Jef d’Hont, verzorger bij Telekom van 1992 tot en met 1996. De Belg beweerde onlangs in zijn boek ‘Memoires van een wielerverzorger’ dat Riis zijn Tourzege vooral kon behalen omdat hij meer epo durfde te gebruiken dan anderen. „Jef, ik heb 64”, zou hij volgens d’Hont in de laatste Tourweek hebben gezegd over zijn hematocrietwaarde, waarvan de hoogte een aanwijzing voor het gebruik van het bloeddopingmiddel epo kan zijn. „Ik ben nooit goede vrienden met Jef d’Hont geweest”, reageerde Riis. „In zijn boek vergeet hij te vertellen dat juist hij de eerste was die mij een injectie gaf. Ik was toen een beginnend coureurtje in België en vroeg wat het was. Dat wilde hij niet zeggen, waarop ik weigerde. Toen was hij pissed off. Het is nooit meer goed gekomen.”

De boodschap was helder. Riis weigerde pertinent meer te bekennen dan het strikt noodzakelijke. Net als zijn toenmalige Telekomcollega’s Dietz, Henn, Holm, Bolts en Zabel eerder deze week. De artsen bezorgden de epo en hielden het gebruik onder controle. „Ik injecteerde zelf”, verklaarde Riis. Of manager Walter Godefroot ervan had geweten. „Geen idee.” Of Jan Ullrich ook epo nam. „Weet ik niet.” De huidige manager van de Deense CSC-ploeg vindt dat zijn besmette verleden geen gevolgen mag hebben voor de toekomst. „Er is geen verband met mijn huidige werk als manager.”

Zijn verleden heeft zelfs voordelen, betoogde Riis, die er in zijn ploeg een streng antidopingbeleid op nahoudt. „Ik heb veel van het verleden geleerd.”

Hoofdsponsor CSC, gisteren prominent afwezig bij de persconferentie, zou volgens Riis geen consequenties verbinden aan zijn biecht. „We hebben ze al eerder geïnformeerd en ze hebben zich hulpvaardig opgesteld. Deze zaak heeft geen financiele gevolgen.” CSC verklaarde gisteravond echter op de eigen website dat het bedrijf „ernstig bezorgd” is over de verklaringen van Riis. Voorlopig onthoudt het bedrijf zich van verder commentaar.

De vroegere CSC-kopmannen Tyler Hamilton en Ivan Basso raakten vorig jaar nadrukkelijk betrokken bij het Spaanse bloeddopingschandaal Operacion Puerto. Hun toenmalige ploegleider Riis waste zijn handen in onschuld. „Wat ik vandaag over mezelf vertel, moet in geen geval in verband worden gebracht met Basso of Hamilton. Met die zaken heb ik niets te maken.”

Ook al werkte het duo met de Italiaanse wonderdokter Luigi Cecchini, die ook de Deen prepareerde in de jaren negentig. „Ik heb nooit iets gekregen van Cecchini. Hij is mijn vriend en zei altijd dat ik goed voor mezelf moest zorgen.” Dat Cecchini bevriend is met de Spaanse dopingarts Fuentes, liet Riis onvermeld.

Hij verklaarde opgelucht te zijn met zijn bekentenis. „Het afgelopen jaar had ik niet de energie die nodig is om mijn team te leiden. Eerst door de affaire-Basso [die net als Jan Ullrich vlak voor de Tour van 2006 naar huis werd gestuurd omdat hij was genoemd in de affaire-Fuentes], later door alle vragen over mijn verleden. Ik stond voor de keuze: weggaan uit het wielrennen of doen wat ik zojuist heb gedaan. Mijn team heeft mij nodig. Het is tijd om dingen achter me te laten.”

Of de buitenwereld er ook zo over denkt, lijkt Riis achter de tafel van het kleine zaaltje niet te interesseren. Na een twee uur durend kruisverhoor nog altijd die priemende blik, de ongebroken houding. Kom die gele trui maar halen!

„Ook al heb ik iets gedaan dat niet helemaal eerlijk was, het blijven mooie herinneringen.”