Haagse tweesprong naar Europese eenheid

De worsteling van Nederland met een nieuw al dan niet grondwettelijk Europees Verdrag ging afgelopen week de tweede ronde in. Na de afwijzing van de tekst van de Europese Grondwet door de Nederlandse kiezers bij het referendum nu bijna twee jaar geleden, op 1 juni 2005, is het lange tijd ijselijk stil gebleven. Achter de schermen, zo bleek woensdag tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer, is stilletjes doorgewerkt. De Nederlandse inzet bij de voortgaande Europese onderhandelingen werd eindelijk bekend, althans op hoofdlijnen. Zo mag het verdrag niet langer ‘grondwet’ heten maar ‘wijzigingsverdrag’, moet het Handvest van Grondrechten uit de voorliggende teksten worden geschrapt, en moeten nationale parlementen meer mogelijkheden krijgen om Brusselse besluitvorming te vetoën. Ook moeten zogeheten constitutionele elementen uit het concept-verdrag worden verwijderd, en dan gaat het over zaken als volkslied, Europese vlag of een functionaris als een Europese minister van Buitenlandse Zaken.

Staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) verdedigde het weinig doorzichtige optreden van het kabinet in de Kamer onder verwijzing naar de Nederlandse onderhandelingspositie, die alleen maar wordt verzwakt indien alle kaarten open op tafel liggen. Dat klinkt in eerste instantie redelijk. Maar het kabinet heeft niet alleen rekening te houden met onderhandelingen op Europees niveau. Minstens zo belangrijk is de publieke opinie in eigen land. Als de burger íets kenbaar heeft gemaakt twee jaar geleden, dan is het dat hij niet gediend is van een voldongen feiten-tactiek van het kabinet.

Het schutteren van de Nederlandse regering veroorzaakte terecht irritatie in het Europees Parlement. De rede die minister-president Balkenende daar woensdag afstak, maakte veel protest los. Het feit dat slechts veertig van de 785 leden zich verwaardigden om naar de Nederlandse regeringsleider te komen luisteren, zou hem bescheiden moeten stemmen. De relatieve betekenis van Nederland binnen de Europese context werd zo onderstreept.

De verwijten die Balkenende werden gemaakt waren niet allemaal onzinnig. Zo is het streven van Nederland om de nationale parlementen een vetorecht te verlenen, in tegenspraak met het algemeen nagestreefde doel om ‘Europa’ juist transparanter en eenvoudiger te maken. Dat de eurofiele Britse liberaal-democraat Andrew Duff hiertegen ageerde was dus juist.

Weinig begrip was er in Straatsburg ook voor de onduidelijkheid die er bestaat over de vraag of Nederland de verdragstekst nu wel of niet in een nieuw referendum zal voorleggen aan de kiezer. Met argusogen wordt gekeken naar de procedure waartoe CDA en PvdA tijdens de coalitieonderhandelingen hebben besloten: de Raad van State zal wederom het concept-verdrag eerst op grondwettelijke aspecten toetsen, waarna eventueel de Tweede Kamer zal besluiten een nieuwe volksraadpleging uit te schrijven. De nieuwe Franse president Sarkozy, eveneens voorstander van een minder veelomvattend verdrag, had bij zijn bezoek aan Brussel deze week geen last van dwarskijkers. Ervan afgezien dat dit samenhangt met het gewicht dat het grote Frankrijk in de schaal legt, had dat ook te maken met de duidelijkheid die Sarkozy bood.

De oorzaak van de Nederlandse vaagheid intussen is het verschil van mening tussen PvdA en CDA over het belang van het houden van een referendum. Maar voor deze nationaal-politieke verklaring bestaat in Brussel en omstreken weinig begrip. Des groter is de argwaan, dat het Nederlandse kabinet slechts verstoppertje speelt achter de kiezer. Die situatie is spiegelbeeldig aan de binnenlandse achterdocht, waar burgers denken dat het kabinet verstoppertje speelt achter Brusselse structuren.

Nu etaleert de Nederlandse regering zo veel bezwaren tegen het Europees project dat de gelijktijdige verdediging van datzelfde project nauwelijks geloofwaardig genoemd kan worden. Veel zou gewonnen zijn als het kabinet-Balkenende zijn dubbelzinnige houding ten opzichte van het nieuwe Europese Verdrag zou verlaten.