Groepen beletten altijd het zicht op kunst of op graven

De klacht van Frits Abrahams over de oprukkende, groepsgewijze door gidsen geleide toeristenindustrie (Achterpagina, 14 mei) herken ik heel goed.

Onlangs was ik op Père-Lachaise in Parijs op zoek naar het graf van de negentiende eeuwse Belgische filosoof Paul-Marie Essers (1843-1904). Al rondkijken en zoekend stuitte ik op een groep toeristen die zowel de gehele breedte van een kerkhofpad bezet hield als het zicht benam op een zestal grafzerken, waardoor ik niet kon ontwaren wie daar begraven lagen.

Hetzelfde maak je in musea mee wanneer de hele meute voor een schilderij gaat staan dat je wilt zien en de gids zich gedraagt alsof van een privilege sprake is waar de gewone museumbezoeker geen recht op heeft.

Mijn pogingen nog enkele van de graven te zien werden door de gids kennelijk als opdringerig ervaren, ik moest me immers tussen de groep toeristen begeven. De gids onderbrak zijn betoog en keek me intimiderend aan. Maar ik keek terug en zei: ”Voilà, monsieur le guide, à un cimetière on se tait quand on chèrche les tombes des morts célbèbres, mais vos auditeurs empèchent cela!”. Zijn reactie mocht er zijn, hij zei: ”Mesdames et messieurs, s`il vous plait, écartez la foule pour l`homme qui se ne laisse pas guider à la mort, mais fait cela seulement!”