Franse socialisten ruziënd verkiezingen in

De nederlaag in de strijd om het presidentschap heeft de Franse socialisten in een crisis gestort. Er is ruzie in de top en bij de komende parlementsverkiezingen dreigt een debacle.

Ooit, lang geleden – bijna drie weken nu – stemde bijna 47 procent van de Fransen op Ségolène Royal. Dat was 4 procentpunt te weinig om haar president te maken. En nu is het crisis bij haar partij, de Parti Socialiste.

Er is ruzie over het leiderschap en over twee weken dreigt een electoraal bloedbad bij de parlementsverkiezingen. Volgens peilingen mag regeringspartij UMP van de kersverse president Nicolas Sarkozy zelfs hopen op een twee derde meerderheid in de nieuwe Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer.

Dit scenario is de schrik van de Franse socialisten: eerst nipt verslagen voor het Elysée, dan verpletterd in de oppositie.

Partijleider François Hollande moet weg, roepen sommigen al. De PS moet ingeruild worden voor een nieuwe partij die reikt van het centrum tot extreem-links, roepen anderen – onder wie Hollande zelf. De PS moet eerst maar eens, eindelijk, inhoudelijk vernieuwd worden, zegt Dominique Strauss-Kahn, rivaal van Royal. Ach, we praten er na de parlementsverkiezingen wel over, sust ex-premier Laurent Fabius.

En Segolène Royal? Die vindt dat er zo snel mogelijk een presidentskandidaat dient te worden aangewezen voor 2012. Ze preekt voor eigen parochie, weten haar rivalen: Royal doet in juni niet mee aan de parlementsverkiezingen en vervult geen enkele officiële functie in de partij.

De gekozen presidente van de West-Franse regioraad Poitou-Charentes is dus over een maand – voor het eerst sinds 1988 – formeel niet meer actief op nationaal niveau. Maar haar ambitie is niet geluwd, en om haar aanhang van 16,8 miljoen kiezers kunnen haar rivalen niet heen.

Op wie moeten we de komende tijd letten bij de PS? Op Ségolène Royal, zegt de politicoloog Gérard Grunberg, wetenschappelijk directeur van Sciences Po in Parijs. Hij meent dat de leiderschapskwestie bepalend wordt voor de toekomst van de PS en voorspelt een „ironische” situatie: Royal is uit op het baantje van haar levenspartner, partijleider François Hollande. „Zij wil nu álles.”

Grunberg, ooit medewerker van oud-premier Michel Rocard maar allang geen PS-lid meer, voorspelt een grondige hervorming als Royal wint: „Zij wil van de PS een post-sociaal-democratische partij maken.” Royal is „minder geïnteresseerd in sociaal-economische thema’s en de markteconomie, en meer in politiek-culturele thema’s, zoals participatieve democratie, de natie, autoriteit en andere waarden”.

Maar een hervorming in oppositietijd is niet vanzelfsprekend. Grunberg analyseerde in verschillende boeken, samen met de historicus en partij-ideoloog Alain Bergounioux, dat de Franse socialisten eenmaal aan de macht vanzelf moderniseren, omdat ze noodgedwongen kiezen voor haalbare en praktische hervormingen.

In de oppositie blijft vernieuwing bij de PS uit. Dan overheersen ideologische loopgravenstrijd en clangevechten. Anti-liberale tendensen gaan samen met pogingen om de zwakke band met de historisch verder naar links staande vakbonden te versterken.

Dit keer is de situatie tegelijk eenvoudiger en gecompliceerder. Extreem-links is bij de presidentsverkiezingen gemarginaliseerd, waardoor de PS op Frans links nu dominanter is dan ooit. Bovendien „beseffen veel PS-leden wel dat er nu echt fundamentele vernieuwing nodig is”, meent Grunberg.

Maar tegelijk storten ook centrum-politicus François Bayrou en president Sarkozy zich op het eeuwige Franse gat op centrum-links. Sarkozy heeft een paar socialisten in de nieuwe regering opgenomen, onder wie hun allerpopulairste mannelijke politicus, Bernard Kouchner, als minister van Buitenlandse Zaken.

Ook in stijl en inhoud zoekt Sarkozy openingen. Hij is meteen begonnen sociaal overleg te voeren – een traditie die bij rechtse en linkse regeringen zwak ontwikkeld was. Van een onderwerp als ecologie, traditioneel links gebied, heeft Sarkozy een mediagenieke regeringsprioriteit gemaakt.

„Sarkozy maakt het de PS heel moeilijk met zijn handige optreden”, zegt Grunberg. Maar de president geeft Royal ook het voorbeeld. „Sarkozy’s aanpak wordt haar model om de partij te vernieuwen”, denkt Grunberg.

De afgelopen jaren zette Sarkozy de UMP in verschillende stappen naar zijn hand. Hij werd in 2004 voorzitter van partij en organiseerde vervolgens twee jaar lang conventies om een nieuwe inhoudelijke lijn vast te stellen. Hij maakte plaats voor een nieuwe generatie politici en lijfde oude in.

Ségolène Royal deed dat allemaal juist niet. Zij voerde haar presidentscampagne buiten de partij om en hield zich verre van interne inhoudelijke discussies. Zij concentreerde zich op haar persoonlijke band met de kiezer.

Grunberg denkt dat Royal van de PS „een sterk presidentiële partij” wil maken, naar voorbeeld van oud-president François Mitterrand. Ze zal daarvoor moeten afrekenen met tenoren als Hollande, Strauss-Kahn en Fabius die liever zichzelf als leider zien. Maar ze zal ook inhoudelijk meer de richting moeten geven dan zij deed.

In de verkiezingscampagne opperde Royal een alliantie met de nieuwe centrumbeweging van democraten, onder leiding van ex-presidentskandidaat François Bayrou. Sindsdien heeft ze weinig indicaties gegeven.

De PS heeft het debat over leiding en koers uitgesteld tot na de verkiezingen, waar Royal niet aan meedoet. Als reden gaf Royal dat ze geen dubbelmandaat wil vervullen, als parlementariër en presidente van de regio Poitou-Charentes. Alleen die laatste, executieve functie wil ze behouden.

En passant vermijdt Royal zo mee te doen aan de voorspelde nederlaag. Ze voert wel campagne, maar ánders dan haar partijgenoten. François Hollande reageerde fel afkeurend op de regeringsdeelname van Kouchner en enkele andere linkse politici. „Zij zijn rechts geworden, want lid van een rechtse regering”, zei Hollande.

Royal koos een andere toon. In sommige voorstellen van de regering-Fillon zag ze „een eerbetoon aan mijn presidentiële pact”. En als Sarkozy kennelijk linkse ministers nodig heeft om goed te regeren, zei ze, kan de kiezer maar beter ook zorgen voor een sterke linkse vertegenwoordiging in het parlement – en waarom niet een meerderheid?

De PS-kiezers zien Royal overigens als de beste leider in de partij, volgens een peiling in het linkse dagblad Libération deze week.