Een kloosterling voor de AFM

Het schijnt lastig te zijn, een opvolger te vinden voor Arthur Docters van Leeuwen, die na de zomer vertrekt als bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. In het regeerakkoord is afgesproken dat voor dit soort functies in principe niet meer betaald mag worden dan het salaris van de minister-president. Dat ligt op 130.000 euro per jaar, en daar loopt een beetje stoere vent of meid uit de marktsector niet warm voor. Docters van Leeuwen zat vorig jaar op 483.000 euro.

Met dieven vang je dieven, zullen ze denken bij het ministerie dat over die benoeming gaat, en dan is het duidelijk dat ze iemand zoeken die weet hoe het er in de marktsector aan toegaat. Dan ligt de conclusie voor de hand dat het ook iemand moet zijn die tegen marktcondities, voor een topsalaris dus, uit diezelfde markt moet worden weggelokt. Als die redenering klopt, is het goed nieuws voor bijvoorbeeld rechters en officieren van justitie. Hun salaris wordt dan straks vastgesteld op basis van het inkomen van een maffiabaas.

De behoeftenpiramide van de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow is een overbekend onderdeel van de management-popcultuur. Wij komen in beweging omdat we streven naar de bevrediging van behoeften, zegt Maslow, en wel in een vaste volgorde.

Allereerst gaat het om behoeften die te maken hebben met het fysieke overleven. Als die in orde zijn, komen we aan hogere toe: affectie en liefde, sociale behoeften, de behoefte aan respect en waardigheid, en uiteindelijk de behoefte aan zelfverwerkelijking. Het wezen van de piramide en van het mensbeeld waar hij van getuigt, is dat alles, op alle niveaus is doortrokken van behoeftigheid. We komen in beweging omdat we minimumlijders en armoedzaaiers zijn. Weliswaar maakt Maslow een onderscheid tussen tekortbehoeften en groeibehoeften, maar behoeften blijven het. Wat we zijn is niet goed en waar we staan deugt het niet. Het blijft armoe troef, en die armoede gaan we te lijf door de hele tijd te bedelen en te vragen, te halen en te graaien.

Hoe arm moet je zijn om je gemankeerd te voelen als je maar 130.000 en geen 483.000 euro mee naar huis brengt? Dat is natuurlijk een bedrag waar je als 35-jarige financiële professional of bankier verlekkerd naar kunt kijken terwijl je bezig bent de grenzen van je eigen kunnen en je marktwaarde te verkennen.

Als je dan de kans zou krijgen bestuursvoorzitter van de AFM te worden, dan pak je die gretig aan. Maar verlekkerd en gretig is niet de sfeer die je bij een organisatie als de AFM moet hebben. Die moet toezicht houden op financiële markten, waar heel wat luid blaffende honden rondlopen. Wie wil dat zijn hond zich gedraagt, moet niet zelf meeblaffen. Die moet overwicht hebben, autoriteit, en weten wanneer te straffen en te belonen. Ook met 483.000 euro gaat een nieuwe bestuursvoorzitter geen indruk maken op de bazen van ING, ABN Amro, Fortis en Rabo. Niet als het om geld gaat tenminste. Hij zal het van andere kwaliteiten moeten hebben.

Ik moest denken aan Cees Maas, die kort geleden afscheid nam na vijftien jaar in de raad van bestuur van ING en daarvoor een glansrijke carrière op het ministerie van Financiën doorliep. Hij ziet er niet uit als iemand die onder de indruk is van nog meer geld, of warmloopt voor een jacht met helikopterdek of een penthouse in Dubai. Hij heeft alle chicanes en valkuilen van de financiële wereld overleefd en weet dus waar ze zitten, hij is pas zestig en lijkt niet uitgeblust.

Wat zou hij zeggen als Balkenende of Bos hem belde met de vraag of hij bereid is, na vele jaren van incasseren en binnenlopen, het land te dienen door de leiding van de AFM op zich te nemen? Het salaris stelt niet veel voor, maar daar deed hij het toch al niet meer voor. Zijn ex-collega Rinnooy Kan heeft een dergelijke stap gezet door na de raad van bestuur van ING voorzitter van de SER te worden. Hij verdient daar nu in een jaar wat hij vroeger in een maand op zijn rekening kreeg bijgeschreven.

Het gaat me natuurlijk niet om Maas of Rinnooy Kan persoonlijk. Het gaat me erom dat er in dit land honderden buitengewoon gekwalificeerde en ervaren mensen rondlopen die financieel al lang binnen zijn en zich kunnen veroorloven de slag te maken van tekort en halen naar overvloed en bijdragen. Als ze dat willen, en als ze beseffen hoe krachtig het is, afscheid te nemen van de sfeer van behoeften en schaarste. Dat is ophouden met meeblaffen en beginnen met autoriteit.

De piramide van Maslow zit aan de bovenkant dicht. Daarmee lijkt hij op een wespenval. Wie er invliegt, gelokt door het vooruitzicht van zoete bevrediging, zit gevangen in de wereld van behoeften, schaarste, steeds meer en nooit genoeg. Zelfs helemaal bovenin ben je bezig met je behoeften, ook al zijn het behoeften voor gevorderden. Er zijn mensen die niet in deze vergulde armoede willen leven. Er is een uitgang, zeggen zij, aan de bovenkant, al is het een hele nauwe. Het is geen piramide maar een zandloper. De sfeer van behoeften en tekort was maar de helft van het bestaan, de onderkant. Erboven zit de sfeer van geven en bijdragen.

In een boekje over het kloosterleven, De Muziek van de Stilte, gebruikt David Steindl-Rast een mooi beeld. Hij zegt dat onze behoeften zijn als lege vaten, die we een leven lang proberen gevuld te krijgen. Als dat dan met het eerste vat is gelukt, zetten we er gauw een leeg vat naast, en zo verder. Zo blijft er altijd onvervuldheid en tekort.

De kloosterling doet het anders. Hij doet zijn grote lege vat weg en zet er een klein vaatje voor in de plaats. Dat raakt gauwer gevuld. En daarna zet hij er niet een nieuw leeg vat naast, maar hij laat het overstromen. Wat er dan ontstaat is voldoening, vervulling en overvloed. Daar heeft de hele omgeving baat bij. Moge de nieuwe bestuursvoorzitter van de AFM iemand zijn die zijn vat al vol heeft.