Een kind ontmoet graag zijn held op het veld

Clinics zijn in de wereld van jeugd en sport niet meer weg te denken. Overal worden deze eendaagse trainingen aangeboden. Bij sportkampen is dat anders. Je kunt zelf kiezen: voetbal, volleybal, golf of toch maar een weekje kitesurfen.

De competitie bij de meeste sporten is afgelopen en de kampioenen zijn bekend. Gelukkig staat er voor iedereen nog wel een clinic op de agenda. Deze eendaagse training wordt gegeven om kinderen kennis te laten maken met sport op hoog niveau. Internationals geven de training en kinderen kijken ademloos toe. Kinderen ontmoeten graag hun helden. Een clinic is bedoeld als training maar tegelijkertijd is het een show: kijk eens hoe goed wij kunnen voetballen. En dat kun jij ook!

Meer plezier beleven kinderen in het algemeen aan sportkampen in de schoolvakanties. Veel verenigingen organiseren korte kampen voor hun leden, maar het is ook mogelijk om naar een kamp te gaan zonder club- of teamgenoten. Een goede manier om nieuwe vrienden te maken met dezelfde interesse.

Goede sportkampen worden bijvoorbeeld georganiseerd door Vinea. Deze van oorsprong katholieke organisatie bestaat al meer dan vijftig jaar en is gespecialiseerd in kinderreizen en sportkampen. Het zeilen en surfen is de grootste tak van Vinea. Er wordt gezeild volgens de nieuwe zeil- en surfinstructiemethodiek (ZiN). Dat wil zeggen, de kampkinderen leren precies wat zij aan het doen zijn op het water en wat hun invloed op het schip of de plank is.

Vinea organiseert ook survivalkampen en hét actiekamp van het jaar: kitesurfen. Is dat niet een beetje gevaarlijk, je kind op kitesurfkamp? Mariëlle Kleinbussink van Vinea: „Nee, want het gebeurt onder heel professionele begeleiding. We werken samen met de kitesurfschool van oud Nederlands kampioen Stef de Jong. De jonge kinderen kunnen kitesurfen bij Workum en de wat oudere kinderen kunnen naar Bretagne. Een begeleider gaat met 3 à 4 deelnemers het water op en dan wordt er heel zorgvuldig en veilig te werk gegaan.”

Voor hockey, voetbal en tennis zijn er meer dan honderd kampen deze zomer. Ook hier organiseren clubs korte kampen voor hun leden, maar er zijn ook nationale organisaties die deze sportkampen aanbieden. Een ervan is van de broers Floris Jan en Jeroen Bovelander. In de afgelopen tien jaar hebben meer dan 15.000 kinderen kennis gemaakt met Bovelander & Bovelander (B&B) via de kampen, clinics en andere evenementen.

B&B slaan hun tenten op bij verschillende sportverenigingen en maken er een gezellige boel van, terwijl er toch ook serieus wordt gehockeyd. Vroeger gaven zij al veel clinics voor kinderen en leidden zij andere kampen. Oud hockeyinternational Floris Jan Bovelander: „We zijn er in blijven hangen. Met kinderen sporten geeft zo veel energie”.

Hun eigen kamp is een combinatie van diverse andere kampen: de leuke spelelementen van bijvoorbeeld de KV-zomerkampen in Vierhouten. Bovelander: „Maar dan iets minder studentikoos en iets meer op sport gericht.”

Spel en sport is een goede combinatie. Bovelander: „Een goede basis om jezelf te ontwikkelen. Wij willen dat een kind bij ons iets van de sport opsteekt, maar zeker ook van het spel en de sociale omgang met andere kinderen. In de sport merk je dat je van elkaar kunt leren en elkaar nodig hebt. Zo is het in het echte leven ook. Dat proberen wij over te brengen. Met sociaal gedrag kun je ook punten verdienen – meer dan met een imitatie van Britney Spears.”

Naast de hockeykampen organiseren B&B golfkampen waar kinderen hun Golfvaardigheidsbewijs (GVB) kunnen behalen. Floris Jan: „Kinderen moeten al wel de theorie van het golfen kennen of misschien al theorie-examen hebben gedaan..” Het nieuwste B&B-kamp is een (beach)hockeykamp in Barcelona.

Een organisatie die op dezelfde manier kampen verzorgt, is Nationale Sportkampen. Zij organiseert net als B&B kampen op hockeyvelden en tennisterreinen en verzorgt het dagprogramma. Een ook hier zullen de clinics van internationals niet ontbreken.

Zoals de hockeybond zijn naam verbindt aan de clinics van B&B, verbindt de volleybalbond zijn naam aan de NeVoBo-volleybalkampen. De kampen zijn zowel voor ervaren volleyballers als voor kinderen die geen lid van een club zijn. Bij beachvolleybalkampen staat de techniek voor volleyballen in het mulle zand centraal. Ook zijn er volleybalkampen in de zaal, in Zeist.

In Den Haag maakt op dit moment de Braziliaanse voetbalschool furore. De school organiseert trainingsdagen op verschillende locaties in Den Haag en omstreken. De school is een paar jaar geleden geopend, als onderdeel van een wereldwijd netwerk met inmiddels zo’n 650 vestigingen, van Canada tot Papoea Nieuw Guinea. Oprichter van de Haagse school is Wouter von Brucken Fock: „Ik kwam in Engeland voor het eerst in aanraking met het Futebol de Salão van de Brazilian Soccer school. Ik raakte zo enthousiast over deze manier van voetballen, dat ik het samen met mijn zwager naar Nederland heb gehaald.” Ook richtte Von Brucken Fock, oud-speler van het eerste elftal van HVV, het zogenaamde SOCATOTS op, voetbal voor peuters vanaf één jaar.

Het Futebol de Salão is afkomstig uit Zuid-Amerika en wordt gespeeld met een klein formaat bal (een ‘tweetje’), die zwaarder is dan gebruikelijk en nauwelijks stuit. Deze vorm van voetbal, met twee teams van vijf spelers op kleine veldjes, vergroot de snelheid en verbetert de bewegingstechniek. Alle grote Braziliaanse voetballers hebben het voetbal op deze manier geleerd.

De Braziliaanse voetbalschool, waarvan er inmiddels ook één in Utrecht is opgericht, organiseert deze zomer voetbalkampen voor jongens en meisjes van zes tot en met veertien jaar. Tijdens die kampen wordt twee keer per dag getraind op de basiselementen van het Braziliaanse voetbal, met salsamuziek en kleine bal. De kampen, geleid door speciaal opgeleide trainers, zijn bedoeld voor zowel beginners als gevorderden. Het zijn kampen zonder overnachtingen. Ouders kunnen iedere dag de opening en de afsluiting bijwonen. De voertaal in twee van de drie kampen is Engels, omdat er ook kinderen uit Engeland op af komen. Von Brucken Fock: „We vertalen voor de Nederlandse kinderen, maar de ervaring leert dat Nederlandse kinderen gemakkelijker het Engels oppikken dan Engelse kinderen het Nederlands.”

Kinderen met een chronische aandoening als astma of suikerziekte kunnen ook naar sportkampen, mits zij zelf de verantwoordelijkheid voor hun gezondheid kunnen nemen. Niet alle kinderen – of hun ouders – durven dat aan.

Oud volleybalinternational Bas van de Goor kreeg enkele jaren geleden suikerziekte en heeft ervaren hoe belangrijk sporten voor diabeten is. Deze zomer organiseert hij voor het eerst een sportkamp voor diabeten. Van de Goor: „Sommige kinderen met suikerziekte hebben net dat duwtje nodig om mee te gaan naar een sportkamp. Wij hebben een team van artsen en diabetesverpleegkundigen, en studenten van de Christelijke Academie Lichamelijke Opvoeding in de leiding. En natuurlijk zijn prominente sporters uitgenodigd om een clinic te geven.” Op het programma: voetballen, zwemmen, tennissen, fietsen en natuurlijk volleybal. Want Bas van de Goor is er alle dagen bij.