Digitale vijftigers

Wat doe je als de uitgever je biologieboek uit de markt haalt? Dan maak je er een digitale versie van.

Jacqueline Kuijpers

De auteurs van de digitale biologiemethode www.10voorbiologie.nl maken samen nieuwe opdrachten voor de website. foto: Luciana Caputo Schoolvoorbeeld aanvulling Projectgroep vergadering over digiale lesmethode voor biologie in La Gare op het centraal station van Den Bosch Foto Luciana Caputo Caputo, Luciana

“Weet je wat het is”, zegt Corrie Leemburg terwijl ze in haar koffie roert, “Zo’n boek is toch een beetje een kindje van je. En je vindt het niet leuk als ze je kindje niet meer willen.” Corrie Leemburg is docente biologie in het volwassenenonderwijs én auteur van de biologiemethode Pasteur.

Toen uitgeverij ThiemeMeulenhoff besloot dat het niet langer rendabel was de methode in herdruk te nemen, besloot zij niet bij de pakken te gaan neerzitten. Samen met vier collega’s van Synaps, een andere opgeheven lesmethode, nam zij het initiatief om een digitaal leerboek te ontwikkelen. Met subsidie van Kennisnet onderzochten ze de mogelijkheden, met de website www.10voorbiologie.nl als resultaat.

Nu verwacht je aan het roer van een digitale lesmethode eerder een twintiger of begin dertiger, maar de leden van de projectgroep van 10 voor biologie zijn allemaal de vijftig gepasseerd. Loes Pihlajamaa is gepensioneerd biologiedocente, Agnes van Straaten is zelfstandig auteur, Alfred Schermer (het brein achter Synaps) was werkzaam als vakdidacticus biologie aan de VU en Barend de Graaf werkt als docent biologie en ICT-coördinator. De stap naar het internet was voor hen ‘dit of niks’ maar al doende zijn ze gaan inzien dat dit de toekomst is. “Je kunt je methode altijd up to date houden”, zegt Corrie Leemburg, terwijl ze de computer opstart. “Je kunt video-filmpjes en animaties toevoegen en verwijzen naar andere sites.”

Inhoud en opbouw van ‘10 voor biologie’ zijn geënt op de biologiemethode voor de tweede fase Synaps. Alle theorie is in één digitaal boek verzameld, in 28 hoofdstukken, met opdrachten en examentraining. Onderscheidend zijn de 22 thema’s waarin verbanden worden gelegd tussen verschillende onderdelen van het vak en de maatschappelijke kanten ervan. Een voorbeeld is ‘the running footman’ – de mens – waarin zintuigen aan bod komen, maar ook spieren, sport en beweging én de gevolgen van foutief bewegen.

Tim Scholten (19) en Roos Enzlin (18) zijn twee leerlingen van Corrie Leemburg, die als proefkonijnen hebben geparticipeerd in het project. “De site werd uitgebreid als wij die stof nodig hadden”, zegt Tim. “Ik vind het een handige site. Een voorbeeld: in een apart kadertje bovenin staan altijd de eindtermen vermeld die bij dat onderdeel horen. Die kun je aanklikken, zodat je weet wat je moet kennen voor je examen.”

Op advies van de scholieren zijn verschillende dingen gewijzigd. De titels van de hoofdstukken zijn verzakelijkt, de zoekmachine is verbeterd. En het moet nog beter. Roos: “Soms wil je gewoon even papier lezen. Maar de stof is op de site in kleine paragraafjes verdeeld. Dus ben je heel lang bezig om het uit te printen.” Daarom onderzoekt de projectgroep de mogelijkheden van ‘print on demand’ met een printvriendelijke versie. Voor Tim is dat overigens geen must. Hij heeft een handcomputer met wireless internet en kan dus overal en altijd in zijn digitale bioboek kijken

Als Leemburg een filmpje wil laten zien weigert de computer. “Dit zou het toch moeten doen”, zegt ze een paar keer. De zoekmachine functioneert niet goed en het recente werk dat ze verzet heeft, het invoeren van examenvragen, is niet zichtbaar. Via de ‘achterkant’ van de site – de beheerderskant – laat ze zien hoe ze de informatie heeft gelabeld. Maar dan is het moeilijk om weer naar de gebruikerszijde te gaan.

Als het mislukt, jeuken Tims handen zichtbaar om het over te nemen. “Laat mij maar even”, zegt hij, terwijl hij zijn juf even van opzij toelacht. “Ik ben nu eenmaal gek van computers en allerlei gadgets die daarmee te maken hebben”, zegt hij half verontschuldigend als hij vliegensvlug in orde maakt wat zijn lerares even niet lukte. Zij knikt. En als ze even later in haar eigen adressenboekje haar mobiele nummer moet opzoeken zegt ze berustend: “Ik ben wel hip, maar ook weer niet zo hip…”

De projectgroep werkt nu de laatste losse eindjes weg. Aankomend schooljaar moet de site ‘live’ gaan. Dan kunnen scholen een account aanvragen voor de prijs van 17 euro per leerling. Willen ze de methode ook in druk, dan komt daar nog een bedrag bij, maar het blijft goedkoper dan een ‘ouderwets’ theorieboek met werkboeken. Tot nu toe hebben driehonderd scholen al een proefaccount aangevraagd, dus de verwachtingen zijn hooggespannen.

Inmiddels zijn ook de makers van de informaticamethode Turing – ook uit het assortiment gehaald door ThiemeMeulenhoff – bezig een digitale methode op te zetten, Enigma genaamd. Dankzij internet hebben methodemakers veel meer mogelijkheden om onafhankelijk te werken. Zo kan het succes van de digitale lesmethode ‘10 voor biologie’ de verhoudingen tussen scholen en educatieve uitgeverijen nog flink op zijn kop gaan zetten.

www.10voorbiologie.nl