De Kloof

1396

Er zijn afgelopen week in Nederland weer veel mensen op de been geweest om de kloof tussen burger en politiek te dichten. Dat gebeurt door de dialoog tussen politiek en samenleving op gang te brengen. Ik las het een paar duizend kilometer verderop in een meestal betrouwbare Nederlandse krant. De redactie was er niet over te spreken, en voorzover ik het van deze afstand, zonder televisie, kan beoordelen denk ik ook dat er weer een nieuw soort onraad in de lucht zit. Met televisie zou dat waarschijnlijk nog duidelijker zijn geweest. Ik dacht aan de oerdagen van de teevee waarin de Nederlandse politici ook al een kloof vermoedden en die probeerden te dichten door vrolijke bijeenkomsten te organiseren, met koekhappen en van een glijbaan roetsjen. Daarna barstten ze in zorgwekkend gelach uit. Toen kreeg je de minister van Verkeer die op een goeie dag de kloof met de reizigers probeerde te dichten door in de trein hun kaartje te gaan knippen. Nu dus aan het einde van de eerste honderd dagen Balkenende IV een ‘pr-offensief’ om naar de burger te luisteren. Er staat een foto bij. De premier laat door een jong meisje een digitaal kiekje van zich nemen en op de voorgrond kijkt een oudere vrouw met angst en schrik naar iets in de linker bovenhoek wat wij niet kunnen zien. Ik zou wel willen weten wat deze vrouw heeft ontdekt.

Zijn de mensen in de afgelopen halve eeuw, dus sinds het begin van het televisietijdperk wezenlijk veranderd? De rubriek brieven van lezers in Het Parool heette toen Maar Menéér. Een gelukkige vondst. Je zag deze lezer voor je. Hij had iets onder ogen gekregen dat de spuigaten uitliep. Iets waarvan we nu zeggen: het moet niet veel gekker worden. In weldadige verontwaardiging pakte hij pen en papier, leerde de vijand mores, postte de brief en zag zijn woede de volgende dag zwart op wit in de krant. Er was toen een zeer obstinate meneer die zich Beka noemde. Geen misstand die hij niet aan de kaak stelde. De Amsterdamse tram had voor de lijnen 24 en 25 nieuwe rijtuigen gekocht. Beka schreef: „Heeft de directie van de tram niet gemerkt dat de zitplaatsen in lijn 24 en 25 veel te nauw zijn? Of zit de directie van de tram nooit in de tram?” Ik vind het nog altijd een voorbeeld van zuivere burgerwoede, volmaakt uitgedrukt.

Hans Wiegel had het over „de mensen in het land” voor wie „leuke dingen” moesten worden gedaan. Een dialoog openen met de samenleving en de kloof tussen burger en politiek dichten zijn geen leuke dingen maar vage abstracties die door ‘de mensen in het land’ instinctief worden doorzien. Waardoor worden ze dan werkelijk beziggehouden? Dat lees je in de ingezonden brieven, nog altijd, en vooral die in de gratis treinkranten, en dan heb je nu de bloggers van wie veel er zich zo direct uitdrukken dat meneer Beka er nog wat van zou kunnen leren.

Wat houdt de Nederlanders bezig? Voetbal natuurlijk. En een gorilla die een vrouw bijt nadat de vrouw heeft geprobeerd de gorilla te verleiden. Een paar jaar geleden was het de man die een mus doodschoot nadat de mus veertigduizend dominostenen omver had gevlogen. Dat is toen zelfs wereldnieuws geweest. Er is nog sprake van geweest dat de mus zou worden opgezet en in een museum zou komen. Daarna heb ik er niets meer van gehoord.

Zo gaat het met dergelijk nieuws. Het heeft geen politieke betekenis. Wel veroorzaakt het bij de burgers in het land een onbeschrijfelijke voldoening.

Dan hebben we onze populairste misstanden: de files, het bumperkleven, het onnodig links blijven rijden, de graaiers onder de topmanagers, de treinen die niet op tijd rijden en nog het een en ander van geringer orde. Stel je voor dat ons dit allemaal in een dialoog met de politiek zou worden afgenomen. Geen kloof meer. Denkt u niet dat de Nederlanders gingen geloven dat ze in een buitengewoon vervelend land woonden? De kloof hoort erbij.