China en Blackstone: onzeker koppel

De investering van China in het Amerikaanse private-equitybedrijf Blackstone lijkt een goede deal. Maar het vele geld dat China op de markt brengt, kan ook zorgen voor zeepbel.

Rijke Chinezen kunnen een huis kopen aan de hand van een plateau met schaalmodellen. Foto Stephane Remael Un riche chinois achète sur plan sa future résidence. A rich Chinese man buys his future residence after seeing the scale model. photo Stephane Remael Hollandse Hoogte

Met de investering van 3 miljard dollar in Blackstone zorgde China deze week voor een klinkende economische paradox. ’s Werelds grootste communistische staat steekt geld in misschien wel de meest kapitalistische soort op Wall Street: een private equitybedrijf. Voor de tweede economie van Azië is de Blackstone-investering „een fantastische uiting van zakelijke ironie”, schrijft vice-voorzitter Donald Straszheim van adviseur Roth Capital Partners in een rapport.

Blackstone is van plan volgende maand naar de beurs te gaan, om zo nog eens 4 miljard dollar op te halen. Blackstone beheert onder andere een private-equityfonds van 18,1 miljard dollar, een van de grootste ter wereld. Het bedrijf heeft sinds zijn oprichting eind jaren tachtig geïnvesteerd in ongeveer honderd bedrijven, waaronder informatiemakelaar Nielsen (voorheen VNU), chipmaker Freescale en vakantieparkenexploitant Center Parcs.

China, dat circa 10 procent van Blackstone in handen krijgt, omarmt de private-equitybeweging, die het lang met argwaan heeft beschouwd, uit opportunisme. De overheid in Peking heeft 1.200 miljard dollar aan buitenlandse reserves, die zij winstgevender willen beleggen dan in Amerikaanse obligaties. „Wij willen gewoon een beter rendement”, zegt Jesse Wang, voorzitter van de overheidsafdeling die de deal heeft gesloten. Maar de expertise om dat te doen, hebben de Chinezen niet en ze hebben geen zin om miljoenen te besteden aan vermogensbeheerders.

De Chinese investering in Blackstone lijkt op het eerste gezicht een ideale combinatie. Het New Yorkse Blackstone heeft belangen in bedrijven die wereldwijd actief zijn en beschikt daardoor over expertise die het bureaucratische China mist.

Voor Blackstone is de deal een kans om te investeren in Chinese bedrijven. Daar is doorgaans toestemming voor nodig van de Chinese overheid. Al is het de vraag wat China daar zelf van vindt. Wang: „Ik vind niet dat we verplicht zijn Blackstone te helpen om een netwerk in China op te bouwen.”

Maar de verbintenis van China met Blackstone kan ook een van de grootste economische zeepbellen van dit moment worden. China heeft volgens sommigen al een paar zeepbellen van zichzelf. Zoals de enorme reserves, die net zo groot zijn als het bruto nationaal product van Spanje. Een andere is de irrationele koersstijging van Chinese aandelen.

Die risico’s gaan nu samen met private-equity, dat ook kenmerken van een zeepbel vertoont. In het eerste kwartaal van dit jaar werd voor 188 miljard dollar aan bedrijven opgekocht door private equityfondsen, 40 procent meer dan vorig jaar. Voorzitter Ben Bernanke van de Amerikaanse centrale bank waarschuwde vorige week al voor de risico’s van private-equitybedrijven. „Het is belangrijk dat banken zich bewust zijn van de risico’s die het werken met private-equitybedrijven met zich meebrengt”, zei Bernanke.

De ontluikende liaison van China met private equity valt samen met een recentelijk verschenen OESO-rapport. De ontwikkelingsorganisatie verklaart daarin de hausse van bedrijfsovernames door een overschot aan liquiditeit en door lage renteopbrengsten, veroorzaakt door verstorende invloeden in het mondiale systeem, vooral in China en Japan. Deze transacties worden gemakkelijker wanneer de kosten van leningen of wisselkoersen te laag worden gehouden. „Twee belangrijke prijzen in de wereldeconomie die in dat verband moeten worden genoemd, zijn de rentevoet in Japan van bijna nul en de vaste wisselkoers van de yuan”, aldus het OESO-rapport. De activiteiten van private-equitybedrijven reageren direct op de kosten van mondiaal krediet.

Op dit ogenblik bevorderen het valutabeleid van China en de uitzonderlijk lage rentevoet in Japan de liquiditeit die zeepbellen voedt. „Eigenlijk zien we op het moment overal luchtbellen”, zegt de Zwitserse superbelegger Marc Faber, die 300 miljoen dollar beheert. „Je vindt ze in de vastgoedsector, op de goederenmarkt, in de kunstprijzen en op de markt voor volledig nutteloze verzamelstukken. De luchtbel is reusachtig en bevat bijna alle goederen ter wereld.”

Het zou kunnen dat de neveneffecten van twee krachten die goed zouden moeten zijn voor de belegger – de Chinese groei en de goedkope Japanse leningen – de weg bereiden voor een wereldwijde ineenstorting. (Bloomberg)