Cannabis beïnvloedt bedrading van het brein

Moeders die hasj roken tijdens de zwangerschap krijgen vaker kinderen met gedrags- en intelligentieproblemen dan moeders die van de cannabis afblijven. Hoe dat komt, wordt langzaam maar zeker duidelijk.

In groeiende hersenen zijn nieuwe zenuwcellen voortdurend op zoek naar een plaats, een functie en naar contacten met andere zenuwcellen. Ze laten uitlopers (axonen en synapsen) groeien die contact maken met andere zenuwcellen. Het voorste puntje van de groeiende uitlopers wordt gegidst door signaalmoleculen. Bestaande zenuwcellen scheiden die af als ‘lokstoffen’, met de boodschap: ‘groei hier heen!’

Sommige van die boodschappermoleculen zijn door het lichaam zelf gemaakte cannabinoïden. Zij blijken een “onverwacht fundamentele rol te spelen in het spoorzoeken van de axonen en in het spruiten van nieuwe zenuwcellen”. Die conclusie schrijven 17 onderzoekers van Zweedse, Schotse, Amerikaanse, Hongaarse, Duitse, Italiaanse en Japanse universiteiten in Science (25 mei). De groeikegeltjes van axonen zitten vol met moleculen (receptoren) waar die lichaamseigen cannabinoïden op binden. De foto toont zo’n groeikegel; de groene puntjes daarin zijn aangekleurde cannabinoïdreceptoren die zich in de uiteinden concentreren. In een serie experimenten tonen de onderzoekers aan dat het binden van de cannabinoïde signaalmoleculen aan die receptoren de groeirichting beïnvloedt, en het ontstaan van van nieuwe spruiten aan de zenuwcel bevordert. Muizen zonder die receptoren krijgen bijvoorbeeld chaotische breinen. (WK)