Aspirientje voorkomt darmkankers met veel ontstekingsstoffen

Langzamerhand wordt niet alleen duidelijk dát aspirientjes beschermen tegen darmkanker, maar ook hoe. De tumoren blijken ‘verslaafd’ aan ontstekingsstoffen, zo staat deze week in The New England Journal of Medicine (24 mei). Om in het jargon te blijven: aspirientjes zorgen dat die drug van de markt verdwijnt.

Het meer dan honderd jaar oude medicijn stilt pijn, beschermt tegen hart- en vaatziekten, en voorkomt ook nog eens darmkanker. Dat laatste is de afgelopen tien jaar duidelijk geworden. Mensen die voor hun hart aspirine slikten, bleken als ‘bijwerking’ minder te lijden aan dikkedarm-tumoren.

Maar waarom? Aspirine heeft meerdere functies, maar voor de hand ligt dat het werkt zoals de latere Nobelprijswinnaar John Vane in 1971 voorspelde: doordat aspirine de productie van prostaglandines remt, een uiteenlopende groep signaalstoffen die bij ontstekingen extra veel gemaakt worden.

En zo is het ook, bleek, nadat artsen van Harvard Medical School 636 menselijke tumoren in plakjes hadden gesneden en bekeken. Aspirine voorkomt juist tumoren die, zoals commentator Sanford Markowitz in het tijdschrift het zegt, verslaafd zijn aan prostaglandines. Die stimuleren cruciale tumorfuncties, van groei tot bloedvataanleg. Om aan hun prostaglandinedosis te komen, maakt het merendeel van de kankers veel cox2, het enzym dat de productie regelt. Aspirine legt dat cox2-enzym stil.

Het werkt overigens niet perfect: tweederde van de prostaglandine-verslaafde tumoren ontduikt het medicijn. Markowitz pleit er daarom voor om uit te zoeken of de tumorprostaglandines op een betere manier tegengewerkt kunnen worden. En hij vraagt zich af wat er aan de hand is met de tumoren die niet afhankelijk zijn van cox2, en dus aspirine-resistent blijken. Hij kijkt met evolutionaire blik, en oppert dat die resistentie zich in de patiënt zou kunnen ontwikkelen onder invloed van aspirine. Hester van Santen