Wel reden voor paniek bij overname ABN Amro

Met de overname van ABN Amro valt de dobbelsteen verkeerd, zegt Morris Tabaksblat in het interview in Opinie & Debat van 19 mei. Hij spreekt dan niet over de toekomst van het bankbedrijf. Dat zit wel snor.

We moeten ons zorgen maken dat met de overname van ABN Amro het bestuurlijk centrum van de bank mogelijk uit Nederland verdwijnt. De plek waar beslissingen over een bedrijf worden genomen doet er wel degelijk toe.

Als de ABN Amro een filiaal van een andere buitenlandse bank wordt is dat verlies. Het heeft consequenties voor onze welvaart. Het intieme Nederlandse karakter, de vanzelfsprekende betrokkenheid, waarin ondernemer en financier zaken doen verflauwt. Vernieuwing heeft elders plaats, belangrijke financiële macht wordt elders, vanuit een andere cultuur, uitgeoefend, en als broedplaats voor ‘brains’ verdwijnt de bank uit het zicht. Jammer voor de kenniseconomie. Maar zwaarder weegt de dreigende afvlakking van de strategische betekenis van een sterke bankensector. In samenwerking met banken worden nu juist expansie plannen gesmeed, overnames beraamd. Kort gezegd, de initiatieven genomen die de bestuurlijke centra in Nederland versterken.

Het Nederlandse bedrijfsleven wordt kwetsbaar voor uitholling aan de top.

Premier Balkenende neemt de VOC als voorbeeld van Nederlandse ondernemingszin. Maar het was de overheid die regelend optrad.

Op instigatie van de Staten-Generaal fuseerden alle Nederlandse handelscompagnieën in 1598 tot de VOC. Het was dezelfde overheid die het professionele directeurschap introduceerde en financiering van de nieuwe onderneming middels aandelen. Wat was er gebeurd als in 1598 een Brits conglomeraat de meest succesvolle Nederlandse compagnie had overgenomen. Laten we bij de les blijven, zegt Tabaksblat en terecht.

Dat is de les van het actief bestuur van de Staten-Generaal in 1598. De stilte over de cruciale vraag rond de overname van De Bank, bij de overheid, beangstigt. En dát is reden tot paniek.

Luuth S. van der Scheer

Heemskerk